Het instellen van een boerkaverbod is contraproductief en druist tegen de vrijheid van godsdienst in. Het is niet meer dan symboolpolitiek.
Onacceptabel, noemde Geert Wilders de uitlatingen van de nieuwe minister voor integratie Ella Vogelaar, die geen probleem zag in het dragen van de boerka in de openbare ruimte. Wilders kondigde een initiatief-wetsvoorstel aan om toch een verbod af te dwingen. De Tweede Kamer moet deze contraproductieve maatregel niet invoeren, omdat zij noch moslimvrouwen, noch de samenleving ook maar een stap vooruit helpt.
Door de boerka te verbieden stuurt Nederland een negatief signaal naar haar eigen burgers en die van andere landen. Nederland was ooit het toonbeeld van progressieve politieke idealen. Ons land kent het goede gebruik om religieuze gebruiken en gewoonten te gedogen zolang die geen last opleveren voor anderen. Een boerkaverbod voor de openbare ruimte past niet in deze traditie, en geeft een vreemd signaal af naar de Nederlandse moslimgemeenschap. Zouden zij een andere behandeling van de staat moeten krijgen dan andere godsdienstige minderheden? Een betere bevestiging voor de slachtofferrol is lastig te bedenken.
Voorstanders van een boerkaverbod suggereren dat zonder mogelijkheid tot communicatie de samenleving onleefbaar wordt. Veel van de vrouwen in kwestie zouden echter zonder gezichtsbedekking van hun streng gelovige echtgenoten helemaal niet de straat op mogen. Bij gebrek aan toestemming om in het openbaar te verschijnen is communicatie toch juist helemaal onmogelijk? Wie een stap verder denkt, ziet dat een boerkaverbod de integratie zal bemoeilijken in plaats van vergemakkelijken.
In Nederland bestaat op scholen, op de werkvloer en in andere situaties waar oogcontact nodig is al genoeg ruimte om de boerka en andere gewaden te verbieden die contact tussen personen hinderen. Maar als de vrouwen niet naar de werkvloer kunnen komen, vervalt juist de kans om aan het maatschappelijke verkeer deel te nemen, en dus ook een mogelijkheid tot integratie. Wat schieten de vrouwen en de maatschappij, en gelijkheidsbeginsel tussen man en vrouw daar mee op?
Door een boerkaverbod zullen niet veel boerka’s van straat verdwijnen. Het gaat om een zeer kleine groep vrouwen in ons land. Omdat die vrouwen niet op straat zullen komen, zal er uiteindelijk helemaal geen communicatie plaatsvinden. Bovendien valt te betwijfelen of een verhullend gewaad gelijk gesteld kan worden aan een gebrek aan basisbereidheid om te communiceren.
Als bijvoorbeeld aan de identificatieplicht voldaan moet worden, zijn praktische oplossingen denkbaar. Uiteindelijk is het ook niet het probleem van de maatschappij als draagsters van een boerka zich beperken in mogelijkheden om te participeren, maar geef hen in ieder geval het recht zelf die keuze te maken.
Door een aantal voorstanders van een verbod wordt ook nog het belang van veiligheid genoemd. Behalve dat preventieve veiligheidsmaatregelen zoals bijvoorbeeld identificatie kan geschieden op de hierboven omschreven wijze, is het vreemd om draagsters van een boerka op een andere wijze te behandelen dan andere mensen met bijvoorbeeld een lange jas of andere alles bedekkende kleding. Onder een Sinterklaaskostuum kan ook prima een bomgordel worden verscholen. De goedheiligman wordt echter geen strobreed in de weg gelegd om zich te verhullen.
Een boerkaverbod druist in tegen de vrijheid van godsdienst. Het is beter om te streven naar een inhoudelijk debat over integratie voor duurzame en effectieve oplossingen. Het beperken van het kleine aantal vrouwen met een boerka in Nederland in hun vrijheid is een voorbeeld van polariserende symboolpolitiek. Laten we liever de dialoog aangaan over hoe we daadwerkelijk bereiken dat iedereen kan participeren in onze maatschappij. Met of zonder boerka.
Ton Monasso en Jan Wouter Langenberg zijn respectievelijk voorzitter en secretaris politiek van de Jonge Democraten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.