De maatschappelijke stage stuit op weerstand. Te duur en onuitvoerbaar. Maar de Vrije School bewijst dat deze stages een doorslaand succes zijn.
De maatschappelijke stage zit standaard in het leerplan van de Vrije Scholen voor voortgezet onderwijs. Men acht de stages een noodzakelijke aanvulling op het vak maatschappijleer. De stages bieden ruimte aan zelfontplooiing, creativiteit en het ontwikkelen van sociale vaardigheden of aan karaktervorming en burgerschapszin.
De arbeidsdeskundigen Borghans en Golsteyn stellendat het voorstel van het nieuwe kabinet om een maatschappelijke stage in te voeren, te duur en onuitvoerbaar is (Trouw, 10 februari). De schrijvers zien beren op de weg. Zij menen dat we het wiel opnieuw moeten uitvinden, terwijl zij hun licht gewoon kunnen opsteken bij de Vrije Scholen. Als ze dat nú doen is hun timing perfect; de leerlingen van de meeste Vrije Scholen zitten op dit moment midden in hun stage.
Of er aan het besluit om er maar meteen drie maanden van te maken een pedagogische en onderwijskundige visie ten grondslag ligt, valt echter te betwijfelen. Het lijkt mij overdone en mogelijk te wijten aan overmatig enthousiasme bij de totstandkoming van het nieuwe regeerakkoord. Balkenende, Bos en Rouvoet schieten met dit besluit, zo blijkt uit de paniekreacties in onderwijsland, mogelijk hun doel voorbij.
Hoe pakt de Vrije School dit dan aan? In vier jaar tijd lopen de leerlingen gedurende twee weken per jaar stage in een bedrijf, instelling of organisatie. Dit zijn geen ’snuffelstages’, er wordt echt meegewerkt in bedrijf of instelling. Vroeg opstaan, lange werkdagen, omgaan met cliënten, collega’s, producten en geld én je dienstbaar opstellen. Over karaktervorming gesproken.
De eerste stage in de derde klas is een winkelstage, de vierde klas kent de sociale stage in een zorginstelling. In de vijfde doen de leerlingen een bedrijvenstage in de productiesector. Voor de ideële stage in de zesde klas kiezen de leerlingen een organisatie of instelling waar vanuit een gemeenschappelijk ideaal kritisch/vernieuwend gewerkt wordt. Enkele leerlingen pakken dit laatste zo groot aan dat zij kiezen voor een ontwikkelingsproject in het buitenland of een verblijf in een klooster.
In totaal beslaan de stages twee maanden in de gehele schoolperiode, wat zowel door leerlingen en ouders als docenten niet als belastend wordt ervaren. Integendeel, leerlingen en docenten ervaren de stages als een welkome onderbreking van het schooljaar. De leerlingen vinden het interessant om een kijkje te nemen in de keuken van het bedrijf van hun keuze. De stages zijn een manier om daar binnen te komen. Voor de school betekent het een periode van rust. Immers alleen de leerlingen van klas 1 en 2 zijn aanwezig, er kan dus achterstallig onderhoud gedaan worden.
Uit reacties van de instellingen blijkt dat het met die vermeende ongemotiveerdheid van leerlingen alles meevalt. Hiermee doen de schrijvers van het artikel leerlingen ook te kort. Het artikel van Borghans en Golsteyn ademt pessimisme ten aanzien van de motivatie van leerlingen, onderwijzend personeel en begeleiders in de instellingen.
De ervaring leert dat stages de leerlingen helpen bij hun beroeps- en/of studiekeuze. Menigeen ontdekt onvermoede talenten en voorkeuren, die zij zonder stage nooit hadden leren kennen. De stages bieden beide partijen de mogelijkheid met elkaar kennis te maken en openen ook voor de toekomst mogelijkheden tot samenwerking. Menig leerling houdt een baantje over aan een van zijn stages.
De stage-instellingen zijn meestal goed te spreken over de stagiaires. Een voorbeeld: alle zorginstellingen in Den Haag die dit jaar door de Vrije School aldaar benaderd zijn, wilden enkele stagiaires opnemen.
Borghans en Golsteyn vermelden terecht dat er nooit onderzoek is gedaan naar de effecten van de stages. Waarop baseren zij dan de uitspraak dat ’de resultaten van dit soort maatregelen vaak tegenvallen’? Waar werk je beter aan burgerschapzin en karaktervorming dan in de maatschappij zelf? Is persoonlijk contact niet essentieel om vooroordelen uit de weg te ruimen en om waarden en normen over te brengen en aan te leren?
En te duur? Je vraagt je af hoe Vrije Scholen dit tot nu toe ’gratis’ hebben gedaan. Een vergoeding komt als geroepen. Tijd voor Vrije Scholen om hun deuren te openen en voor anderen om de kennelijk hoge drempel over te stappen van de keuken van de Vrije School.
Hetty Houtenbos is docent pedagogiek van de Hogeschool van Amsterdam, opleidingscoördinator van een verpleeghuis en opleidingsmanager van een MBO-SPW.
Het eerdere artikel van Lex Borghans en Bart Golsteyn valt na te lezen op www.trouw.nl/discussie .
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.