Hun Berezina moet een voorbeeldschip zijn. Dertigers Ewald Vonk en Monique van Alphen gaan in het Oost-Europa laten zien hoe gemakkelijk het is om energiezuinig te varen.
Nog twee weken en dan vertrekt het stel naar Wit-Rusland. Om het avontuur, maar ook om internationale contacten te leggen. Van Alphen: „Zonde dat elk land opnieuw het wiel probeert uit te vinden, als je ook van elkaar kunt leren.” De tocht is 5000 kilometer en gaat via de Donau, de Zwarte Zee en de Dnjepr. Eindbestemming is de rivier de Berezina in Wit-Rusland, waar de boot zijn naam aan dankt.
Overal waar ze aanleggen willen ze studenten, schippers en ambtenaren spreken. „In Oekraïne zijn ze vanzelfsprekend minder ver met biodiesel dan in Duitsland, maar misschien kunnen ze wel leren van de manier waarop Rotterdam overvloedig regenwater wil bergen,” zegt Monique, die tijdelijk verlof kreeg van haar werk bij de Rotterdamse gemeentewerken. „En die voormalige Sovjetstaten willen graag minder afhankelijk zijn van Russisch gas.”
Zij is milieukundig ingenieur en studeerde biologie. Ewald werd vooral milieubewust op een reis met vrienden in Zuid-Amerika. „We mochten mee op een schip naar Antarctica als we wetenschappelijk onderzoek deden naar de walvistrek. Dus hebben we ter plekke een voorstel gemaakt.”
„De Zuidpool is grotendeels prachtig en ongerept, maar waar mensen zijn is het een gigantische rommel.” De vrienden besloten daar de stichting Fair Nature op te richten. „Vandaar ook dat er pinguïns in ons logo staan.” Later volgde nog een zeilreis naar Groenland, waar jagers en vissers de gevolgen van klimaatverandering toonden: meer kabeljauw en garnalen, maar minder ijs en dus een korter jaagseizoen.
Hun eigen energieboot moet in 2008 CO2-neutraal zijn. Drie jaar geleden kocht Ewald Vonk de oude stoomsleper Berezina via Marktplaats. Voor veel te veel geld. „De motor was niet gereviseerd, zoals beloofd en alle elektra moest vervangen worden. „Maar als je eenmaal verliefd bent op zo’n charmante pakjesboot, wil je hem gewoon hebben. Ik zag het helemaal voor me.”
Inmiddels zit er frisse gele verf op de kajuit en liggen er zonnepanelen op het dak. En beneden zijn er naast de machinekamer de voornamelijk tweedehands keuken, badkamer en een groot bed in de punt, met overal ledverlichting.
Af is het nog niet: Het tweetal loopt nog in schilderskleding en monteurs steken om de haverklap hun hoofd naar binnen. Ewald: „We hebben pas in maart besloten naar Wit-Rusland te varen en vooral Duitsland stelt hoge eisen. Geen flexibele leidingen, geen houten trapje naar het motorruim. En betere verlichting.” Lampenspecialist De Haan bleek geïnteresseerd in de oude scheepslampen. „Die waren nog door zijn grootvader gemaakt en leuk voor hun bedrijfsmuseum. In ruil kregen we nieuwe verlichting.”
Bij alles wat Vonk aanwijst volgt bijna automatisch de naam van degene die het gegeven heeft, of voor een zacht prijsje heeft geïnstalleerd. Zo’n 35 bedrijven sponsoren het schip. Omdat ze het een goed initiatief vinden, maar ook omdat ze er baat bij hebben. Fabrikanten van biodiesel bijvoorbeeld, of van schone toiletten. Ewald: „Onze brandstof besparende waterstofgenerator is ook iets nieuws, daar zijn geen eens regels voor. Gelukkig zit er bij de scheepvaartinspectie een man die met ons meedenkt.”
De scheepvaart is niet bepaald schoon, maar Van Alphen en Vonk willen niet belerend doen. Ewald: „Het schip hiernaast heeft een motor van 200.000 euro. Als je 14 uur per dag vaart en afhankelijk bent van zo’n hoofdmotor ga je niet experimenteren met biodiesel.”
Vonk en Van Alphen gaan dat wel doen. Eerst 5 procent door de gewone brandstof en dan steeds meer. „Biodiesel schijnt minder smerend te zijn, dus dat gaan we testen. Studenten van de Hogeschool Zeeland meten de uitstoot.”
„Veel milieuorganisaties proberen mensen een schuldgevoel aan te praten, maar ik geloof niet dat je zo motiveert,” zegt Monique van Alphen. „We hopen gewoon dat mensen zien hoe leuk en makkelijk het is om duurzaam te zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.