*

 

Teksten een God onwaardig Verzwijgen helpt niet, ontkennen evenmin

Nahed Selim − 22/09/07, 01:06

’Niet zonder schaamte’ citeert moslima Nahed Selim de hatelijke koranteksten over heidenen, Joden en christenen. Sommige van haar geloofsgenoten delen haar schaamte. Toch is het nodig dergelijke verzen onder ogen te zien, vindt zij. „Alleen een volwassen omgang met lastige koranpassages maakt moslims weerbaar tegen de schadelijke invloeden ervan.”

Onder andere omstandigheden en op een ander tijdstip had het voorstel van minister Plasterk om het verbod op Hitlers ’Mein Kampf ’ op te heffen, zeker een eerlijke discussie verdiend. Het gaat immers om de vrijheid van meningsuiting en de vrije toegang tot de authentieke bronnen van de geschiedenis.

Nu had Plasterks oproep – die hij later weer introk – veel weg van een poging om het debat in Nederland over de Koran in de kiem te smoren. Plasterk reageerde immers op Geert Wilders van de Partij voor de Vrijheid, die eerder een verbod eiste op de Koran.

Een mogelijk gevaar van het vrijgeven van ’Mein Kampf’ is volgens sommigen dat het boek het virulente antisemitisme onder moslims in Nederland kan versterken. Maar in landen waar dit boek vrijelijk verkrijgbaar is, zoals België, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, is het islamitische antisemitisme niet erger dan hier.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de vijandschap onder moslims jegens Joden veel ouder is dan Hitlers boek. Een aantal koranteksten en het voorbeeld van de Profeet met zijn veldslagen tegen de Joden zijn daarvan de belangrijkste oorzaken.

Maar hoewel er veel hatelijke verzen staan in de Koran, is een verbod natuurlijk niet de oplossing. Afgezien van de onmogelijkheid ervan binnen de Nederlandse Grondwet en de internationale verdragen, zal het de radicalisering die het beoogt te bestrijden alleen maar doen toenemen. Wel is het goed om over onaangename teksten te debatteren.

Heeft Wilders gelijk als hij de Koran vergelijkt met ’Mein Kampf’? Ik zal een aantal koranteksten de revue laten passeren.

Er is bijvoorbeeld een vers (2:65) waarin Allah tegen de Joden zegt: „Weest weggejaagde apen”. Het zijn woorden die de ridders van het respect jegens andersgelovigen in Nederland, zoals Geert Mak en J.A.A van Doorn, in vuur en vlam zouden doen ontsteken. Waarom dit abjecte taalgebruik tegen een hele bevolkingsgroep?

De Joden wekten de toorn van Allah omdat sommigen zich niet hielden aan de sabbat. Korangeleerden leggen uit dat het in dit vers gaat om een groep Joden in een bepaald dorp in de tijd van Mozes. Volgens sommige commentatoren wordt hiermee Tiberias bedoeld, volgens anderen moet het Eilat zijn geweest. De Joden zouden het verbod om te vissen op zaterdag hebben overtreden, toen er overvloedige vis in de zee was. Daardoor riepen ze Gods vervloeking over zich af. Door de vloek veranderen ze in apen, omdat God maar hoeft te zeggen ’Weest’ en het gebeurt dadelijk. Zo staat het althans in de Koran.

Maar waarom zou de overtreding van een religieus voorschrift reden zijn om een bevolkingsgroep zo te bejegenen? Korangeleerden stellen zich zulke vragen nooit; zij beschrijven de Joden in hun geschriften herhaaldelijk als apen en varkens.

En de Koran heeft voor de Joden nog een andere vergelijking in petto: met ezels. Mensen die een heilig geschrift bezitten en er niet naar handelen zijn vergelijkbaar met ezels die boeken dragen zonder te weten wat erin staat, zegt de Koran. „De gelijkenis van hen die de Thora te dragen is gegeven en haar daarna niet hebben willen dragen, is als de gelijkenis van de ezel die boeken draagt.” (62:5)

Dit is een onaardige vergelijking en dat vindt de Koran zelf ook. In de laatste regel van het vers wordt duidelijk wat de motivatie is voor deze beledigende teksten over Joden: „Kwaad is de gelijkenis der lieden die de tekenen Gods voor leugen verklaren.” (62:5) Zie hier de ware motivatie van de scheldkanonnades: de Joden weigerden tijdens Mohammeds leven de Koran als de waarheid te erkennen.

In een ander vers (2:61) beschuldigt de Koran de Joden van het onrechtmatig doden van profeten. Dat is, naast hun ongeloof in de tekenen van God, de oorzaak van Zijn toorn. „Dat was omdat zij opstandig en vijandig bleven.” De commentatoren verklaren het vers als volgt: het gaat over Joden die ontevreden waren ondanks alles wat Mozes voor hen had geregeld. Hij had voor zijn volk om water gevraagd en God gaf het. Ook hadden ze uitstekend voedsel van Hem gekregen. Maar ze wilden dat Hij hun ook groente, komkommers, knoflook, linzen en uien zou leveren. Het beeld van ontevreden en opstandige Joden komt trouwens keer op keer terug in de Koran.

Op de islamitische website Submission.org schrijft een geleerde dat we ons misschien tegenwoordig verbazen over de negativiteit van de Koran tegen de joden. Maar, zegt hij vergoelijkend, ook de Thora zelf beschrijft de Joden negatief.

Moslimkinderen leren van jongs af aan van hun ouders om niet om te gaan met Joden, en ook niet met christenen. Oppervlakkige contacten kunnen wel, maar geen innige vriendschappen. De Koran (5:51) is er duidelijk over: „Jullie die geloven. Neemt de joden en de christenen niet tot bondgenoten. Zij zijn elkanders bondgenoten. Wie van jullie zich als medestander bij hen aansluit, die behoort bij hen. God wijst de mensen die onrecht plegen de goede richting niet.”

In een ander vers (5:82) komen de christenen er iets beter uit. Die zijn het aardigst, want priesters en monniken zijn bescheiden.

Uiteraard deugen ook de ongelovigen niet: „Jullie die geloven! Neemt de ongelovigen niet in plaats van de gelovigen als medestanders.” (4:144 )

Orthodoxe moslims die zich aan de letterlijke tekst van de Koran houden, kunnen niet anders dan zich afzijdig houden van de ongelovigen. Anders zijn zij huichelaars. „Zij die de ongelovigen in plaats van de gelovigen als bondgenoten nemen – zoeken zij bij hen de macht? Welnee, de macht behoort geheel aan God toe.” (4:139)

De Koran waarschuwt moslims zelfs voor hun vrouwen en hun kinderen, als die niet gelovig genoeg zijn: „Jullie die geloven! Onder jullie vrouwen en jullie kinderen zijn er die jullie tot vijand zijn. Hoedt jullie dus voor hen, maar als jullie het niet aanrekenen, het kwijtschelden en vergeven, dan is God vergevend en barmhartig.” (64:14)

De lijst is nog veel langer, maar ik ben bang dat het gaat vervelen.

Joden komen er in de Koran, naast de heidenen, zonder twijfel zeer slecht vanaf. Misschien dat hier de diepere oorzaak ligt voor de sterk anti-Joodse houding van veel moslims in het Midden-Oostenconflict. Natuurlijk versterkt het conflict zelf deze houding, maar al vóór de oprichting van de staat Israël leefden deze gevoelens onder moslims.

Met dit soort koranteksten tegen ongelovigen en andersgelovigen in de hand rechtvaardigen orthodoxe moslims de vorming van een parallelle samenleving die zich afsluit van de rest – behalve voor de hoogst noodzakelijke contacten.

Het is mij dan ook een raadsel waarom politici en bestuurders blijven volhouden dat moslims via religie kunnen integreren. Hoe kan een godsdienst die dit allemaal leert over niet-moslims, zijn aanhangers helpen om te integreren in een samenleving vol andersdenkenden?

Gelukkig slaan sommige moslims deze aanbevelingen uit de Koran in de wind, en velen zijn er niet eens van op de hoogte. En gelukkig zijn er daarnaast enkele koranteksten die een vriendelijker omgang tussen mensen aanbevelen, ongeacht het geloof. Die worden dan ook steevast van stal gehaald in interreligieuze debatten en dialoogbijeenkomsten. Het probleem is dat die teksten in de minderheid zijn.

Het is niet zonder schaamte dat ik deze hatelijke koranteksten citeer. Een plaatsvervangende schaamte natuurlijk, voor de auteur(s) ervan. Ik kom veel koranteksten tegen die ik een God onwaardig vind. Enkele taalgeleerden en literaire critici – zoals de bekende Egyptische auteur Taha Hoessein (1889-1973) – hebben deze kwestie al in de vorige eeuw voorzichtig aan de orde gesteld. Er bestaan zulke grote verschillen in taal, stijl en inhoud tussen de teksten uit Mekka en die uit Medina dat er twijfel is gerezen of ze allemaal wel van dezelfde auteur zijn. Het is niet ondenkbaar, volgens sommige kritische moslims, dat ten minste een deel van de Koran later is verzonnen of opgetekend.

Zelf kan ik moeilijk geloven dat de God die de ene keer barmhartig is voor iedereen, ook voor atheïsten, Joden en christenen, de andere keer zo vijandig doet tegenover niet-moslims. Ik weet dat sommige andere moslims mijn schaamte delen, en daarom die teksten proberen te verzwijgen of zelfs te ontkennen.

Tegelijkertijd weet ik dat de vijandigheid jegens vooral de Joden een automatisme is geworden. Van generatie op generatie wordt het antisemitisme doorgegeven als een deel van de islamitische identiteit. De gevolgen ervan zijn ook in Nederland merkbaar. Daarom moeten we dit benoemen, er openlijk over praten en het fors bekritiseren.

De moslimomroepen lijken mij bijvoorbeeld uitgelezen instanties om die teksten aan de orde te stellen. Het zijn per slot publieke omroepen – bekostigd uit gemeenschappelijke middelen – ten behoeve van de moslims én van de hele maatschappij.

Zij eindigen hun uitzendingen altijd met een koranrecitatie, soms aangevuld met een commentaar erop. Maar de lastige passages zie ik nooit langskomen. Die vermijden ze. En daarmee plegen ze een soort zelfcensuur.

Dat ze de pijnlijke koranteksten negeren is misschien begrijpelijk. Ik geloof alleen niet dat het verzwijgen of verbieden van teksten ervoor zorgt dat ze ook daadwerkelijk verdwijnen. Zo’n houding biedt orthodoxe en radicale moslims ruimte om die teksten van een eigen signatuur te voorzien. En daardoor wordt de polarisatie en de tweedeling in de samenleving bevorderd. Als je een groep tot vijand hebt verklaard dan is de stap naar het bestrijden van die vijand immers nog maar klein.

Alleen een volwassen omgang met lastige koranteksten maakt moslims weerbaar tegen de schadelijke invloeden ervan. Juist de moslimomroepen zouden het als hun taak moeten zien om manieren te bedenken waarop je deze teksten kunt neutraliseren en onschadelijk maken. Dat zou de banden tussen moslims en anderen ten goede komen.

Zo zouden de moslimomroepen een begin kunnen maken met de gematigde islam waarop iedereen zit te wachten. Ze zouden bijvoorbeeld kunnen uitleggen dat de teksten zijn ontstaan in een periode waarin de verhouding tussen de verschillende groepen in de samenleving ernstig was verstoord.

Toch zie ik dit de moslimomroepen niet gauw doen, noch andere islamitische organisaties van enige omvang. Dat zou immers betekenen dat ze de Koran zouden relativeren. En dat ondermijnt de claim van onfeilbaarheid en geldigheid van de Koran voor alle tijden en alle plaatsen. Bijna niemand wil daar nog aan.

Zou Wilders dan toch gelijk hebben, als hij beweert dat er geen gematigde islam bestaat?

Grappig genoeg verklaarde de Turkse premier Erdogan in augustus precies hetzelfde. In een televisieprogramma (Arena van Kanal D TV) waarin zijn partij AKP beschreven werd als ’gematigd islamitisch’ zei hij zich te storen aan deze typering omdat ze ’lelijk’ is en een belediging voor de islam: „Er bestaat geen gematigde of ongematigde islam. Islam is islam, en niets anders.”

Ook Milli Görüs in Nederland is die mening toegedaan. Deze organisatie maakte zich boos over het voornemen van de PvdA om de liberale islam te stimuleren. Directeur Yusuf Altuntas liet Wouter Bos weten dat ’de maakbare islam’ niet bestaat.

Niettemin hoop ik dat die wél bestaat. Met een liberale, gematigde islam kunnen jonge moslims leren hoe ze op een prettiger manier moeten omgaan met niet-moslims in deze samenleving. Daar worden ze zelf ook gelukkiger van.

Nahed Selim is tolk en publiciste. In oktober verschijnt bij uitgeverij Houtekiet haar nieuwe boek ’Allah houdt niet van vrouwen’.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />