Vorige week zette ik op deze plaats een bescheiden kanttekening bij de opgewonden constatering van Geert Wilders dat het PvdA-lid Ehsan Jami op zaterdag 4 augustus op straat in Voorburg tot bloedens toe in elkaar was geramd.
Een journaliste van NRC Handelsblad, die hem drie dagen later in een bespreking aantrof, zag ’geen zichtbare verwondingen’ en constateerde dat Jami zeer actief en langdurig het woord voerde.
Een lezer reageerde met mij een stuk toe te zenden dat hij van internet had geplukt en waarin een waarnemer de gevolgen van de aanval nauwkeurig had beschreven. Ik citeer de relevante passages.
„Afgelopen zaterdag liep ik aan het eind van de middag over de Monseigneur van Steelaan. Even daarvoor zag ik vier donkere jongemannen wegrennen in de richting van de Prinses Irenelaan in Voorburg. (....) Kort daarna zag ik op de hoek van de Monseigneur van Steelaan en de Prinses Beatrixlaan een jongedame en een jongeman. De jongeman had een telefoon in zijn hand en sprak blijkbaar met de politie over de jongeren die ik kort daarvoor had zien rennen. Zij was enigszins overstuur maar zag er verder ongeschonden uit en vertelde dat de jongeman zonder reden was aangevallen door de jongeren. De jongeman – die nu E. Jami blijkt te zijn – liep een beetje heen en weer. Hij zag er niet uit alsof hij was gemolesteerd. Zijn kleding was in orde, geen verwondingen of blauwe plekken zichtbaar en hij had een onbeschadigde bril op zijn neus. (....) Kortom, van de verwondingen zoals die in de media worden beschreven heb ik niets gezien.”
Deze particuliere observaties, alleen door een voornaam ondertekend, vormen geen bewijs van wat er die zaterdag precies is gebeurd. Ze vragen er wel om serieus te worden genomen. Ze zijn te precies en te kalm verteld om meteen achteloos terzijde te worden gelegd.
Het verschil met wat Jami zelf aan de pers liet weten, is trouwens wel erg groot. NRC Handelsblad meldde op zijn gezag dat hij werd uitgescholden en toen hij zich omdraaide, klappen kreeg. ’Nadat hij was gevallen, kreeg hij een trap in het gezicht’. De Volkskrant werd getrakteerd op een beduidend bloediger versie. Hij viel niet maar werd tot twee keer tegen de grond geslagen en liep daarbij een aantal bloedingen en verwondingen op. De vrouw in zijn gezelschap trof hetzelfde lot. Elders wist Jami te vertellen dat hij ’overal bloed’ had gezien en een black-out had gehad.
Uiteraard was ik niet de enige die dit verschil tussen verhaal en waarneming begon op te vallen. Deze week gaan zowel Vrij Nederland als De Groene Amsterdammer er uitvoerig op in, en wel met zoveel scepsis dat het voor Jami pijnlijk begint te worden. Het lijkt erop dat hij niet alleen zijn slachtofferschap, door grove beledigingen van de islam, heeft uitgelokt maar zelfs heeft verzonnen.
Zou dit juist zijn, dan heeft Ehsan Jami een levensgroot probleem. Hij zou zijn geloofwaardigheid, als mens en als politicus, volledig kwijt zijn, te meer omdat zijn verhalen de bedoeling hebben allochtonen in de beklaagdenbank te brengen.
Het is dan ook zaak zorgvuldig te werk te gaan. De verdachtmakingen die nu in de pers circuleren moeten nader worden gestaafd. Het ligt op de weg van journalisten om met Jami en zijn vriendin contact te zoeken en te proberen de gang van zaken zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen. Ook moet worden nagegaan welke arts hem heeft behandeld. Wie zo bruut in elkaar wordt geslagen als Jami suggereert, moet medische hulp hebben gehad, voor de behandeling van de wonden en voor een algemene controle op de conditie. Het is in de afgelopen jaren voorgekomen dat dergelijk geweld zelfs tot de dood van het slachtoffer heeft geleid.
Los daarvan zou de PvdA er goed aan doen eveneens een nader onderzoek in te stellen, deels om Jami tegen onterechte verdachtmakingen te kunnen beschermen, anderdeels om er zeker van te zijn dat men niet een partijlid sauveert die kans heeft gezien de publieke opinie op een verkeerd spoor te zetten, want let wel: nu reeds wordt, in de pers, achteloos gesproken over het ’in elkaar slaan’ van Jami, ook al is dat vooralsnog niet werkelijk bewezen.
Dat de kwestie mij zo bezighoudt, heeft maar zeer ten dele met de figuur van Ehsan Jami te maken. Wat mij boeit is het veel voorkomende verschijnsel dat verzinsels en leugens die eenmaal de ronde gaan doen, al na betrekkelijk korte tijd tot onomstotelijke feiten worden verheven. Belanghebbenden doen er hun voordeel mee en naïevelingen praten onbevangen mee, niet gehinderd door de nu eenmaal dun gezaaide neiging precies te willen weten wat zich in werkelijkheid heeft afgespeeld.
In dat opzicht laat de pas een week oud zijnde geschiedenis van een klein incident in Voorburg zien, hoe de grote mythen die de historie van veel volken kleuren, tot stand konden komen: door te laat en te zwak politiek populaire fantasieën van feitelijke gebeurtenissen te scheiden en te onderscheiden. Juist journalisten die, zoals bekend, de eerste versie van de geschiedenis schrijven, hebben hier een bijzondere verplichting.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.