Managers in het onderwijs zijn nu kop van Jut. Zij worden gestraft voor het uitvoeren van Haags beleid.
Sinds de ’zelfverrijking van topmanagers’ een aanhoudende zorg vormt voor politiek Den Haag, staat iedereen die tot de categorie management wordt gerekend in een kwade reuk. Fusies, overnames, bonussen, het draait maar om één ding: macht en inkomen van de managers. Maar gelukkig is een categorie managers die zich binnen de invloedsfeer van de overheid bevindt: die van het onderwijs.
Laten we in naam van de maatschappelijke roep om kleinschaligheid in het onderwijs, vooral de schoolmanagers en -bestuurders elke lust ontnemen om het woord fusie zelfs maar in de mond te nemen. Sterker nog, laten we de bonus die ze ooit kregen als stimulans voor fusie (hoe hebben we ooit zo stom kunnen zijn) terugpakken. In het regeerakkoord is vastgelegd dat er 84 miljoen euro verdwijnt bij brede scholengemeenschappen, want breed is groot en dat willen we niet.
Het was ooit de PvdA die begin jaren negentig pleitte voor fusies. Natuurlijk ging het niet om grootschaligheid. Een school is in de eerste plaats een gebouw waar leerlingen en docenten samen leren en werken aan een goed pedagogisch klimaat, aan een omgeving waar je elkaar kent en waar leerlingen gestimuleerd worden al hun talenten te ontwikkelen. De meeste gebouwen van voor die fusiegolf staan er nog steeds. Daar waar wel nieuwe verrezen, is natuurlijk gekozen voor kleinschaligheid, overzichtelijkheid, veiligheid.
De motieven hadden te maken met het behoud van plattelandsscholen. Het had ook te maken met het doel vroegtijdige selectie te voorkomen. Is het niet beter om leerlingen na de basisschool nog een paar jaar gelegenheid te geven te ontdekken over welke capaciteiten ze eigenlijk beschikken? Zo werden schoolsoorten onder één noemer gebracht, de brede school, die meer recht kon gaan doen aan verschillen tussen leerlingen.
Bestuurders en schoolleiders die voor fusie kozen, bewandelden zeker niet de weg van de minste weerstand. Zij namen hun verantwoordelijkheid om ondanks grote weerstand onderwijs te ontwikkelen voor alle leerlingen en niet voor een selecte groep. Zij geloofden dat kleinschaligheid in pedagogische zin het best gerealiseerd kan worden binnen een instelling die groot is. Zonder de stimuleringsmiddelen voor brede scholengemeenschappen hadden we de diversiteit aan voorzieningen, nooit in stand kunnen houden.
Schoolleiders en schoolbestuurders zijn momenteel moreel verontwaardigd. De overgrote meerderheid van hen die ’managers’ worden genoemd, zijn gedreven onderwijsmensen in hart en nieren, met een grote liefde voor leerlingen en diep respect voor de prestaties die elke dag opnieuw in hun scholen worden geleverd door allen die er werken. Geen schoolbestuurder in het voortgezet onderwijs beschouwde de schaalvergroting als een doel op zichzelf. Minister Plasterk, staatssecretaris Van Bijsterveld, fractiespecialisten en onderwijsjournalisten, hou eens op met het verkondigen van beledigende spookverhalen over calculerende onderwijsmanagers.
Dat schoolbestuurders, nota bene door Haagse besluiten, voortdurend genoodzaakt zijn om met schaarse middelen onwelgevallige keuzes te moeten maken, leidt natuurlijk tot weerstand bij docenten. Nu speelt de politiek populistisch in op de onvrede. Dacht u dat bestuurders en directeuren niet dolgraag meer geld aan onderwijssalarissen, betere leermiddelen, optimale leerlingbegeleiding, goede gebouwen en maatschappelijke stages zouden willen besteden?
Met de bezuiniging van 84 miljoen euro op de ’bonus voor grootschaligheid’ dwingt u hen tot kille maatregelen, tot grotere klassen, ontslag van leraren en sluiting van kleine vestigingen. Het cynische gevolg is dat het lerarentekort tijdelijk wat dragelijker wordt, maar de lust om nog schoolleider of bestuurder te worden neemt zienderogen af. Dames en heren politici, je kunt niet roepen dat je de leraar zijn vak en beroepstrots weer wilt teruggeven door af te geven op leidinggevenden in het onderwijs. Een school kan geen gemeenschap van lerenden zijn, geen plek waar je leert samenleven en oefenen in solidariteit, als de mensen die er werken tegen elkaar worden uitgespeeld.
De morele verontwaardiging van schoolbestuurders richt zich ook op de politieke onbetrouwbaarheid. Dezelfde ideologen die indertijd pleiten voor brede scholen omdat dat vooral goed was voor kansarme leerlingen, die de groei van categorale gymnasia met lede ogen aanzagen, huilen nu krokodillentranen over het negatieve imago van het vmbo. En zij straffen scholen die zich met hart en ziel hebben ingezet om juist voor kansarme leerlingen een breed palet aan voorzieningen te realiseren. Er wordt verdeeldheid gezaaid en goed onderwijs wordt afgebroken in naam van een ideologisch spookbeeld. Het is wrang dat dat gebeurt door politici met een imago van wetenschappelijkheid en objectiviteit. Het wordt, vrezen wij, vier jaar overwinteren in een verkild onderwijspolitiek klimaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.