Auteurswaakhond Buma/Stemra lanceert een uniek pilotproject: artiesten kunnen gratis muziek weggeven en soms zelfs laten bewerken. Mét behoud van auteursrecht.
De nieuwe hit van Anouk naar je vrienden mailen, een eigen clip bij een nummer van Marco Borsato op je website zetten, Paul de Leeuw op je weblog. Het klinkt onschuldig, maar het is illegaal. Tenminste, voorlopig.
De drie artiesten zitten, met nog 1600 andere muzikanten, onder contract bij de Nederlandse muziekauteursrechtenorganisatie Buma/ Stemra. Tot voor kort betekende dit dat ze hun werk onder geen beding via internet beschikbaar mochten stellen voor niet-commercieel gebruik, omdat ze al hun rechten overdroegen aan Buma/Stemra.
Vooral voor beginnende bands een lastig dilemma: gratis verspreiding via internet levert snel en makkelijk naamsbekendheid en fans op, maar aansluiting bij Buma/Stemra garandeert auteursrechtelijke vergoedingen. Dat de strikte regels van de auteursrechtenorganisatie niet aansloten bij het internettijdperk bleek vooral toen bands eigen nummers op hun eigen website wilden zetten en daarvoor moesten betalen.
Sinds vorige week hoef je als muzikant niet meer te kiezen. In het pilotproject van Buma/Stemra en het alternatieve licentiesysteem Creative Commons mogen deelnemers hun werk gratis verspreiden voor niet-promotionele doeleinden en zorgt Buma/Stemra voor de inning van vergoedingen als het werk bijvoorbeeld op de radio wordt gedraaid.
Een unieke pilot, omdat Creative Commons een totaal andere benadering heeft van auteursrecht dan de grote collectieve rechtenorganisaties en in het verleden vaak lijnrecht tegenover Buma/Stemra stond. Het oorspronkelijk Amerikaanse Creative Commons bedacht een licentiesysteem waarmee je, met behoud van je auteursrecht, anderen toestemming geeft jouw werk te verspreiden, delen en soms ook te bewerken. Geen all rights reserved, maar some rights reserved, een systeem dat past bij de online-wereld waarin voortdurend gedeeld en bewerkt wordt. Rijk kun je er niet van worden, want Creative Commons heeft geen systeem om royalty’s over te dragen. Waar auteursrechtenorganisaties zich ernstige zorgen maken over de anarchie op internet, ziet Creative Commons het vooral als een kans om mensen wereldwijd te laten samenwerken.
De alternatieve licenties zijn inmiddels in meer dan vijfendertig landen beschikbaar, overal aangepast aan de lokale auteurswet.
Deze pilot is een Europese primeur. Niet eerder ging een rechtenorganisatie in zee met het idealistische Creative Commons, maar hoeveel leden van Buma/Stemra er gebruik van gaan maken, is nog niet bekend. Paul Keller, projectleider bij Creative Commons, heeft goede hoop dat artiesten zich zullen melden: „Het internet biedt zoveel mogelijkheden voor promotie, je hebt een potentieel wereldpubliek. Veel muzikanten willen daar gebruik van maken. Ze hoeven niet alles gratis aan te bieden, maar dingen weggeven kan heel zinvol zijn. Puur van de platenverkoop kan toch bijna niemand in Nederland leven. Muzikanten moeten het nu hebben van concerten en merchandise. Als je gratis muziek weggeeft, krijg je via andere kanalen weer meer geld binnen.”
Als de pilot goed uitpakt, zal hij navolging vinden in het buitenland, verwacht Keller: „Flexibiliteit in auteursrecht is overal in Europa een actueel thema. Maar er zitten juridisch gezien veel haken en ogen aan. Wij hebben anderhalf jaar om de tafel gezeten om deze samenwerking tot stand te brengen.”
Een van die haken en ogen is de definitie van ’commercieel gebruik’. Buma/Stemra vindt elke organisatie die muziek online beschikbaar stelt tegen betaling of andersoortige vergoeding’ commercieel. Dat zijn dus ook niet-commerciele websites die met een paar advertenties nog niet eens de kosten kunnen dekken voor het hosten van hun site.
Keller: „Ik kan me voorstellen dat mensen deze definitie rigide vinden, we hebben een compromis moeten sluiten. Voor de context van de pilot gaan we ermee akkoord, maar er vallen wel kanalen af die juist heel interessant kunnen zijn. Simuze bijvoorbeeld, een website die gratis muziek aanbiedt. Zij moeten dus de keuze maken om de paar advertenties van hun site te halen als ze gebruik willen maken van de binnenkort gratis beschikbare muziek terwijl ze in weze niet commercieel zijn.”
Componist Marco Raaphorst vindt de definitie te zwart-wit: „De publieke omroep en documentairemakers zijn volgens Buma commercieel maar bevinden zich eigenlijk in een schemergebied. Ze maken geen winst en worden met belastinggeld gefinancieerd.” Ondanks zijn kritiek denkt Raaphorst er wel over deel te nemen aan de pilot. „Ik zat niet bij Buma omdat ik geloof in internet als vrije markt. Mijn muziek bracht ik uit onder Creative Commons-licentie. Maar nu ik dat kan combineren, is de verleiding groot.”
Volgens de componist kan deze pilot veel teweegbrengen. „All rights reserved werkt gewoon niet op internet. Mensen willen delen, bewerken en doorsturen. In Amerika bracht Creative Commons een cd uit met nummers van bekende artiesten als de Beastie Boys en Zap Mama die gratis verspreid en gesampled mochten worden. Zulke initiatieven zijn goed voor de wereldwijde creativiteit.”
Copyright op internet is een van de belangrijkste kwesties van deze tijd, vindt Raaphorst, en dat er niet meer aandacht aan besteed wordt is eigenlijk onbegrijpelijk. „Copyright is achterhaald, commercieel gebruik is niet duidelijk gedefinieerd en consumenten weten vaak helemaal niet wat wel en niet mag. De invloed van internet is zo fundamenteel. Het hele concept van amateur en professional is aan het verschuiven. Mensen moeten daar beter zicht op krijgen. Creative Commons en Buma/Stemra kunnen daarbij helpen. Hun pilot promoten en duidelijk maken hoe het nou eigenlijk zit met dat auteursrecht.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.