De films die dit jaar op het Nederlands Filmfestival te zien zijn gaan opvallend vaak over zoekende mannen. Over passieve dromers die hopen op verlossing, liefst in de gedaante van een jonge vrouw. Hij weet het, maar het is niet anders. De nieuwe man heeft net als de oude een muze nodig.
’Een groot dichter wil hij worden, een groot dichter en een groot minnaar’ zo meldt de voice-over in ‘De Muze’, de speelfilm van Ben van Lieshout die deze week op het Nederlands Filmfestival in première gaat. Van Lieshout volgt in ‘De Muze’ het zelfonderzoek van een jonge dichter met schrijfblokkade. De jongeman dwaalt door winters Rotterdam, schuilt op de wc met een boek, of zit met zijn handen in zijn haar op zijn hotelbed. Hij droomt van een vrouw die naar hem toe zal komen, met hem zal vrijen zonder iets te zeggen, en dan weer zal verdwijnen. Zo moet ze een stortvloed aan dichtregels in hem los maken.
We kennen het type wel, de hooggestemde dichter met zijn verlangen naar de muze die hem tot scheppen zal brengen. De verteller in ‘De Muze’ – ontleend aan een vroege roman van Coetzee – weet ook best dat we hem wel kennen. Hij drijft een beetje de spot met de jongen. Er klinkt iets malicieus door als hij rept over het verlangen naar de muze en ondertussen zien we de dichter ’s avonds in een bibliotheek zien zitten, onder het kille tl licht – overgeleverd aan zijn leegte.
Deze eenzame dichter, die, zoals de verteller meldt, jong is maar zich middelbaar voelt, blijkt echter veel minder alleen dan hij denkt, dit jaar op het Nederlands Filmfestival in Utrecht. De filmpremières komend festival bevatten diverse dolende geestverwanten: passieve dromers die hopen op verlossing, en dan liefst in de gedaante van een jonge vrouw, liefst blond.
Zo opent het festival vanavond met ‘Duska’ de nieuwste film van Jos Stelling, zevenentwintig jaar geleden de oprichter van wat toen nog Nederlandse Filmdagen heette. In ‘Duska’, Stellings comeback na acht jaar, keert regisseur Stelling terug naar het nostalgische universum van films als ‘De Wisselwachter’ en ‘De Illusionist’. ‘Duska’ is een film van weinig woorden, maar de beelden treuren afdoende. Zelfs de geribbelde theeglaasjes en de koffieglaasjes in plastic houdertjes ogen droefgeestig. Zie die archaïsche glaasjes; dit leven staat al jaren stil.
Vaste Stelling-acteur Gene Bervoets speelt Bob, een oudere filmcriticus in morsige regenjas, die zijn dagen in de bioscoop slijt en thuis onder zwarte lakens slaapt. Hij is al lang bezig met een scenario wat niet wil vlotten en begluurt ondertussen de mooie, blonde, jonge cassière van de bioscoop aan de overkant. Als het hooghartige meisje toch in zijn huis belandt, verstoort een binnenvallende Russische gast, die Bob ooit op een ver filmfestival heeft ontmoet, hun samenzijn. Deze goedmoedige Duska laat zich ook niet meer wegjagen. Verder in de film wordt steeds minder duidelijk wat nu werkelijkheid is en wat droom of fantasie, maar zeker is wel dat filmcriticus Bob het een ook niet meer van het ander zou kunnen scheiden. Net zomin als dat hij tot handelen in staat is. Ligt het meisje eenmaal in zijn bed, wil hij alleen maar naar haar kijken.
Milde mannelijke zelfspot heerst in ‘De Muze’ en in ‘Duska’, en dat geldt ook voor ‘Sextet’, de nieuwe film van Eddy Terstall, een no-budget-estafettefilm over seks. Terstall windt er zoals gewoonlijk veel minder doekjes om. De zes seksverhalen worden aan elkaar gepraat door een Vlaamse filmdocent (weer Gene Bervoets, nu in fout lederen colbert) die de structuur van de film bekritiseert maar ook de inhoud, de al dan niet functionele seks, volgens de docent het product van een roodharige ‘nerd’ in midlifecrisis (jawel, Terstall) die zijn seksfantasieën wil uitleven.
Tja. Hoe staat de Nederlandse man ervoor anno 2007, je gaat er toch een beetje over doorpiekeren na het zien van deze nieuwe auteursfilms op het Nederlands Filmfestival. De dromer die liever kijkt dan aanraakt en liever zoekt dan vindt, was nooit een onbekend personage in het werk van Jos Stelling. We kennen hem in iets andere variant ook uit de films van Alex van Warmerdam die van die passieve man overigens een veel grimmiger karakter maakt. Van Warmerdams antihelden van ‘Abel’ tot ‘Ober’, zijn geen hooggestemde dichters of dromers, het zijn eerder onvolwassen sukkels, best nare mannen die koeltjes in décolletés gluren of net wat te gretig naar borsten grijpen.
Van Warmerdams antihelden mikken niet op de vertedering, zoals de mannen van Terstall en Stelling, maar ook de naar vrouwen zoekende bejaarden in recente publieksfilms als ‘’N beetje verliefd’ (ook meedingend naar de Gouden Kalveren) en de Vlaamse kassakraker ‘Man zkt vrouw’ (Jan Decleir die verslingerd raakt aan zijn jonge Roemeense dienstmeisje).
Zelfspot heerst in die nieuwe mannenfilms, maar het moet wel leuk en gezellig blijven. Ach, zo zijn ze. Terstall zet het direct neer in de eerste scène van ‘Sextet’ waarin een broer met zijn bevallige zus Lotje (Tara Elders) de weddenschap afsluit dat het haar niet zal lukken een blauwtje te lopen, ook al slaat ze de domste teksten uit. En inderdaad, slechts één jongeman verkiest zijn boek boven de stupide oneliners van de mooie Lotje. Met Terstall kunnen we er om grinniken.
Het is niet anders, een natuurverschijnsel. De nieuwe man heeft net als de oude een jong meisje, een muze, nodig, liefst blond, liefst zonder al teveel zinnige tekst. Het is een zwakte die hij zelf ruimhartig onderkent. Heel ernstig moeten we de ondeugd ook niet nemen, maar er bovenuit stijgen zal niet gaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.