*

 

Probleemwijken / Niet bij de wijk alleen

Seije Slager − 23/07/07, 21:50

Het kabinet gaat miljarden investeren in de aanpak van probleemwijken. Maar is er wel voldoende onderzoek gedaan naar de gevolgen van alle maatregelen? ’Het is misschien wel handig om van tevoren te kijken of het ook werkt.’

Toen de Tweede Kamer debatteerde over de beleidsplannen van het kabinet, was de SP kritisch, zoals een oppositiepartij dat hoort te zijn. Agnes Kant verweet het kabinet dat het niet genoeg deed tegen schaalvergroting. Het beleid zou volgens haar meer gericht moeten zijn op buurten en op wijken. Want „als het goed gaat met de buurt, gaat het vaak ook goed met de mensen.”

Het was opmerkelijke kritiek, omdat er ook zo veel eensgezindheid onder schuilging. Immers, had dit kabinet niet net aangekondigd dat het een paar miljard ging investeren in veertig probleemwijken? En had het niet ook de noviteit geïntroduceerd van een speciale minister voor wijken – Ella Vogelaar? Toen die onlangs onder vuur kwam op een wooncongres, hield ze haar gehoor voor dat de verschillen van mening slechts oppervlakkig waren. Want „het gaat ons allemaal om de burgers in de wijken”.

Niet gewoon de burgers dus, maar de burgers in de wijken. Waar vroeger socialisten streden voor de arbeiders, en christen-democraten zich inzetten voor het gezin, daar lijkt iedereen elkaar tegenwoordig gevonden te hebben in de zorg voor de ’buurtbewoner’.

Waar komt die fascinatie voor buurten en wijken vandaan? De opkomst van Fortuyn zorgde voor een stroomversnelling, denkt Godfried Engbersen, hoogleraar sociologie te Rotterdam. „Politici ontdekten dat er in veel wijken allerlei lang genegeerde problemen speelden, en dat daar problemen waren met de integratie van minderheden.” Maar de ’wijkaanpak’, beleid dat specifiek op een wijk is gericht, bestaat al sinds het begin van de jaren negentig, toen de ’sociale vernieuwing’ op de agenda kwam.

Engbersen: „Die wijkaanpak heeft drie hoofdthema’s. Ten eerste is er aandacht voor problemen met leefbaarheid en veiligheid. Ten tweede is er een sterk geloof dat je in de wijk bevolkingsgroepen moet mengen. In veel arme wijken wordt gesloopt en geherstructureerd om de middeninkomens te lokken. En ten derde woedt er een soort beschavingsoffensief. Er is heel veel nadruk op etiquettes, op ’hoe wij in de buurt met elkaar omgaan’. Preventief fouilleren en cameratoezicht zijn in opkomst. Als je de terminologie hoort: stadsmariniers, interventieteams* Het lijkt soms wel oorlog.”

Dat eerste aspect van de wijkaanpak mag in zwang zijn sinds Fortuyn, de andere twee hebben een langere geschiedenis. De eenzijdig samengestelde ’probleemwijken’ bestaan namelijk al zo’n 150 jaar, vertelt de Utrechtse historicus Maarten Prak. „In Middeleeuwse steden woonden de verschillende sociale milieus meer door elkaar. Vanaf de zeventiende eeuw, maar vooral in de negentiende eeuw, zie je segregatie ontstaan. De steden groeiden, en buiten de oude stadswallen werden wijken voor de arbeidersklasse gebouwd.”

Sinds die wijken er zijn, bestaan er ook beschavingsoffensieven, uit angst voor ’wat die arbeiders daar allemaal onder elkaar uitspoken’, vertelt Prak. „De leerplicht, het aanleggen van waterleiding, het zijn maatregelen uit de late negentiende eeuw om de lagere milieus te integreren en om sociale onrust te bezweren.” Ook werden vanaf 1900 tuinsteden ontworpen voor de arbeidersklasse, als tegenhanger van de vieze negentiende eeuwse wijken. „Het idee dat een slechte leefomgeving mensen negatief beïnvloedt, bestond toen dus al”, zegt Prak, „maar het beleid was gericht op de onderklasse als geheel, niet op het verbeteren van afzonderlijke wijken.”

Dat dat nu wel het geval is, komt volgens politiek geograaf Gertjan Dijkink door twee ontwikkelingen. In de jaren zeventig werd kleinschaligheid weer populair, als reactie op de drieste moderniseringen uit de jaren zestig, toen hele stadscentra tegen de vlakte moesten om het verkeer ruim baan te geven. Daarnaast zagen planners hoe in de jaren tachtig sommige wijken, zoals De Pijp in Amsterdam, ineens ’in de lift’ kwamen. Gentrification, heette dat met een mooi Engels woord. En dat wilde iedereen wel.

En, lukte dat ook? Nou, nee, antwoordt Dijkink. „Dat wijkenbeleid is gebaseerd op geloof. Bestuurders zijn totaal niet geïnteresseerd in de realiteit.

Die realiteit is volgens Engbersen dat de wereld groter is dan de wijk. „Dat politici alledaagse problemen als verloedering eindelijk serieus nemen is natuurlijk goed. Maar de wijkaanpak wordt ook gekenmerkt door, laat ik het netjes zeggen, kleinschalige projecten. Buurtbarbecues enzo. Heel leuk, maar dat zet weinig zoden aan de dijk.”

De wijk mag de vindplaats zijn van veel problemen, dat betekent volgens Engbersen niet dat je ze daar ook kunt oplossen.

„Als je mensen aan het werk wilt krijgen, kun je beter naar de regionale arbeidsmarkt kijken, dan een buurtprojectje opstarten. Als je schooluitval tegen wilt gaan, moet je er rekening mee houden dat de meeste kinderen buiten hun eigen wijk naar school gaan. De grote problemen in de wijken hebben te maken met onderwijs, werkgelegenheid, migratie, en de woningmarkt. Zaken die het wijkniveau overstijgen.”

Maar de huidige wijkaanpak kenmerkt zich vooral door ingrepen in de huizenvoorraad. „Er wordt heel veel gesleuteld aan de etnische en sociale samenstelling van buurten”, zegt Sako Musterd, hoogleraar geografie aan de UvA, „vanuit de gedachte dat gemengde wijken makkelijker in de lift komen. Maar als je nou een paar miljard aan sloop en nieuwbouw gaat uitgeven, dan is het misschien wel handig om te kijken of het ook werkt.”

Musterd heeft er onderzoek naar gedaan, en moet beleidsmakers teleurstellen. „Een rijkere buurman en een nieuw huis maken mensen niet minder crimineel, of kansrijker op de arbeidsmarkt. Slopen is een buitengewoon kostbare en omslachtige manier om een miniem effect te bereiken.”

Arme mensen worden wel uit hun buurt gejaagd, en nemen hun problemen mee naar een nieuwe buurt. Het ’waterbed-effect’, heet dat in de literatuur: je drukt de problemen weg, en ze steken op een andere plek weer de kop op. Musterd en Engbersen pleiten dan ook voor een aanpak die zich meer op de onderklasse als geheel richt.

„Van alle kansarmen in Nederland woont 92 procent níet in een van die wijken van Vogelaar”, zegt Musterd. „Dat geeft toch te denken over de grenzen aan die geografische aanpak.”

Engbersen waarschuwt voor bureaucratie en versnippering: „In Rotterdam zijn ze nu 52 afzonderlijke wijkplannen aan het ontwikkelen. Zo’n wijkaanpak, dat klinkt goed als remedie tegen de Haagse bureaucratie. Maar Kafka huist overal, zeker ook bij lokale bestuurders. Die zitten wel dichter bij de problemen, maar bedienen zich van hetzelfde jargon, en zijn vaak niet in staat om met concrete oplossingen te komen.”

Moeten we er helemaal mee stoppen dan, met die vertroeteling van onze buurten? Dat nou ook weer niet, vindt socioloog Jan-Willem Duyvendak, die nochtans al jaren voor de ’mythes van de wijkaanpak’ waarschuwt. Maar hij zegt ook: „De intenties achter het beleid zijn goed. In Amerika zitten veel groepen echt opgesloten in hun wijk. Deze minister straalt uit dat we dat in Nederland niet willen.”

Voor veel mensen is de wijk wel degelijk een realiteit, volgens Duyvendak. „Ouderen, moeders, werklozen, WAO’ers, de helft van de bevolking komt de hele dag nauwelijks die wijk uit. Die moet je daar dus opzoeken. Ik geloof ook niet zo dat de instroom van de middenklasse alle problemen gaat oplossen. Maar ik geloof wel in professionals die hard en paternalistisch optreden in zo¿n wijk. Die aanbellen bij achterstandsgezinnen en vragen of de kinderen wel naar school zijn.”

Duyvendak: „Ik proef in de discussie wel eens een geromantiseerd beeld van de saamhorigheid in die wijken. En dan krijg je projecten met buurtmoeders. Maar die zijn vaak al moeder, en wonen al in de buurt, dus daar komen ze niet echt mee vooruit. Veel mensen in achterstandswijken zitten opgesloten in een wereld van schulden, psychosociale problemen en werkloosheid. Pluk ze nou liever eens uit hun eigen kring, en laat zien dat er een wereld is waar mensen wél werk hebben. Een goede wijkaanpak zorgt ervoor dat mensen buiten hun eigen wijk gaan kijken.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />