In de speurtocht naar energie is het oog gevallen op keukenafval. Ooit gebruikt voor veevoer, nu worden de etensresten omgezet in ethanol.
De grootkeuken kan een geweldige bron van energie worden, als de etensrestjes slimmer worden benut. „Het is jammer dat in Nederland de bulk van het keukenafval wordt verbrand en gestort”, zegt A. El Boushy, emeritus hoogleraar veevoedingsleer aan de Wageningen Universiteit. „Dat kost geld, terwijl er prima brandstof als biogas en ethanol van te maken valt.”
Keukens die meer dan 200 kilo etensresten per week produceren, van bijvoorbeeld restaurants, bedrijfskantines, ziekenhuizen en kazernes, zijn verplicht dit gescheiden aan te bieden. Het is een berg afval die niet op de grote hoop van het groente-, fruit- en tuinafval mag eindigen. Deze – soms aangekoekte – etensresten, in jargon swill genaamd, zijn veelal het schraapsel van borden.
Het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij acht swill al een paar jaar ongeschikt om te verwerken in diervoeder, omdat het als besmettingsbron wordt gezien voor dierziektes.
„Swill werd vóór dat verbod, opgelegd in 2000, goed ingezameld in Nederland”, zegt El Boushy, auteur van een internationaal standaardwerk over het hergebruik van organisch afval in veevoer. „Het is hoog tijd dat de inzameling van keukenafval wordt verbeterd, en het hoogwaardig wordt hergebruikt.”
Composteren van de etensrestjes is in de ogen van El Boushy zonde van het geld.
Volgens de emeritus hoogleraar springt Nederland laks met zijn afval om. „In Frankrijk en Duitsland staan in grote gebouwen wel zeven verschillende vuilnisbakken. Scheiding van afval is daar verder gevorderd dan hier. Swill zou in de biovergister moeten.” De verwerking van etensresten door vergisting is een bewezen techniek, die in Nederland voor gft-afval in praktijk wordt gebracht, zegt de hoogleraar.
Voor het bedrijfsleven zijn de etensresten uit de grootkeukens een melkkoe. Door de schaarste aan energie en de strenge klimaateisen zien bedrijven brood in de inzameling van swill, bijvoorbeeld door er milieuvriendelijke toepassingen voor te vinden.
„Het is waar dat de markt voor swill groeit”, zegt een woordvoerder van afvalverwerker AVR-Van Gansewinkel. „Wij hebben de indruk dat er meer keukenresten wordt ingezameld, bijvoorbeeld doordat bejaardenhuizen met grote cateraars zaken zijn gaan doen en doordat meer voedingsproducenten hun restanten aanbieden.”
Volgens cijfers van het InnovatieNetwerk voor de agrarische sector zal in 2010 zo’n 215 kiloton swill op de markt worden aangeboden.
Van Gansewinkel nam vorig jaar Semler over, een bedrijf dat is gespecialiseerd in de verwerking van swill. De etensresten gaan in een vergistingsinstallatie, waar ze door bacteriën worden aangevreten en in methaangas worden omgezet. „Daar kun je een warmtekrachtcentrale op laten draaien.” De meeste etensresten gaan echter de Duitse grens over, waar meer vergistingsinstallaties staan.
Volgens directeur Johan Doppenberg van Enorgha, een van de grootste inzamelaars van keukenresten in Nederland, is de markt de laatste jaren juist niet gegroeid. „Het is niet meer geworden, hoogstens is de verwerking anders geworden.” Bij Enorgha worden de etensresten met andere organische reststoffen als frituurvet ’opgeschoond’ en vloeibaar gemaakt, waarna ze elders in biogas worden omgezet.
Doppenberg denkt met weemoed terug aan de tijd dat zijn bedrijf van swill diervoeder maakte.
Doppenberg: „De stroom waar wij nu de brandstof voor leveren, heeft beduidend minder toegevoegde waarde dan diervoeder. Maar het is beter dan de swill op de stortplaats achter te laten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.