*

 

In de Tibetaanse kloosters kijkt China mee

Door Leonoor Kuijk − 10/06/08, 00:33

Tibet is na de opstanden van maart voor buitenlanders gesloten. Ook naar de aangrenzende Tibetaanse provincies in China mogen reisbureaus nog geen reizen organiseren. Redacteur Leonoor Kuijk en fotograaf Jörgen Caris reisden er als rugzaktoeristen rond en registreerden de sfeer van dreiging en angst.

Het is zo stil in het Tibetaanse klooster van Benzilan, in de Chinese provincie Yunnan, dat het moeilijk voorstelbaar is dat hier meer dan honderd Tibetaanse monniken verblijven. Op de binnenplaats is niemand, ook al is het prachtig weer. De twee monniken verderop pakken meteen hun mobieltje als ze zien dat westerse bezoekers een toegangskaartje voor het klooster kopen.

Nu komt er toch een aantal monniken aanslenteren. Ze poseren voor de foto. Maar de twee bellende monniken draaien zich abrupt om en gebaren dat ze absoluut niet in beeld willen. Ze worden zelfs een beetje agressief. Een monnik met een zachte stem die goed Engels spreekt, komt gauw tussenbeide en voert de onverwachte bezoekers af voor een uitgebreide rondleiding. Het praatje dat we juist waren begonnen met een van de andere monniken kunnen we niet afmaken.

Sinds op 10 maart Tibetaanse monniken in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa in opstand kwamen tegen de Chinese overheersers, doen verhalen de ronde dat op alle Tibetaanse kloosters ’stillen’ rondlopen. Ook tijdens een speciale persrondleiding op 26 maart in Lhasa –de enige dag sinds de opstand dat buitenlandse journalisten een kijkje in Tibet mochten nemen– was er sprake van. Tijdens dit strak geregisseerde evenement hadden de 26 van tevoren door Peking geselecteerde buitenlandse journalisten het Jokhangklooster in Lhasa mogen bezoeken. De monniken die tijdens de rondleiding onverwacht het woord namen, vertelden dat in het klooster op dat moment door China ingezette figuranten in pij liepen. De bewoners van het klooster, onder wie zijzelf, hadden instructies gekregen zich niet te laten zien.

Bellende monniken
Het is moeilijk nagaan of de bellende monniken in het klooster bij Benzilan nepmonniken zijn en op dit moment de autoriteiten informeren over onze aanwezigheid. Want het is duidelijk dat ook de monnik met de zachte stem instructies heeft. Een kluitje-in-het-riet-antwoord is het beste wat er op onze vraag kan volgen. Waarschijnlijker is het dat we snel de poort worden uitgewerkt. En we willen nog even rondkijken.

De man die zo zachtjes spreekt, wijst op boeddhabeelden en andere rijkdommen. Geen familieband tussen goden en godinnen blijft onvermeld. Dan laat hij ons de bidruimte op de begane grond zien, waar een foto zo groot als de Nachtwacht hangt. Het is de door China aangewezen panchen lama.

De panchen lama is, na de dalai lama, de belangrijkste persoon in het Tibetaanse boeddhisme. Beide lama’s worden beschouwd als reïncarnaties van hun voorgangers. Traditioneel gebeurt de selectie van deze belangrijke spirituele voormannen volgens een Tibetaans proces. Maar bij de keus van de laatste panchen lama kwam Peking tussenbeide. Het zesjarige jongetje dat de dalai lama in 1995 had herkend als de elfde reïncarnatie van de panchen lama werd door China niet erkend. Gedhun Choekyi Nyima, de keus van de dalai lama, werd nog in datzelfde jaar gearresteerd, samen met zijn ouders. Sindsdien is niets meer van hen vernomen. Peking schoof zijn eigen kandidaat naar voren, de toen eveneens zesjarige Gyaincain Norbu, zoon van twee leden van de Communistische Partij.

Gyaincain Norbu is inmiddels achttien en heeft een degelijke, door Peking begeleide opleiding genoten. Bijna was hij dit voorjaar benoemd in het Nationale Volkscongres in Peking. Later kwamen de autoriteiten hierop terug en zeiden dat hij nog te jong was voor de politieke functie. Waarschijnlijk zal zijn installatie volgend jaar gebeuren. Maar ondanks zijn volwassen leeftijd hangt in het klooster van Benzilan een jeugdportret, dat grote gelijkenis vertoont met het laatst bekende fotootje van de Tibetaanse panchen lama. Alsof de jongens altijd maar zes blijven. Alsof dit de Tibetaanse panchen lama is.

Bij veel kunstschatten hangen toelichtende bordjes in het Tibetaans. Dat ene bordje aan de wand met Chinese karakters valt daarom op. Maar op de vraag wat er staat, moet de monnik met de zachte stem het antwoord schuldig blijven. Hij zegt dat hij geen Chinees kan lezen.

Na afloop van de rondleiding mogen we thee drinken in zijn kantoor. Dat is een douceurtje, nadat hij al onze verzoeken om met de andere monniken in contact te komen heeft afgewimpeld. Ook op onze vraag of we een blik mogen werpen in de keuken van het klooster om ten minste iets op te vangen van het dagelijks leven, kan hij niet ingaan. „Nee, daar praten we soms over dingen waarover we het oneens zijn”, zegt hij. Terwijl we van anderen hadden begrepen dat zo’n inkijkje een aantal jaren geleden zeker mogelijk was.

Nu we aan de groene thee zitten, zien we een schriftje op zijn tafel liggen. De monnik die geen Chinees zegt te kennen, heeft hierin aantekeningen gemaakt in vaardig geschreven Chinese karakters.

De Chinese overheid onderdrukt de Tibetanen en wil het contact tussen Tibetanen en buitenlanders verhinderen, zeggen de Tibetanen. Maar de meeste Chinezen begrijpen niets van de ophef over Tibet. „Hoezo hebben ze daar geen mensenrechten? Ze hebben meer mensenrechten dan wij!” wist een jongeman in Shanghai, 2200 kilometer van Benzilan. „Ze hoeven geen belasting te betalen en hebben geen éénkindpolitiek!”

Daar kijken ze in Benzilan en omgeving, waar maar weinig kinderen zijn, weer van op. „We hebben toch éénkindpolitiek?” De lokale Chinese overheden houden de Tibetanen voor dat ook zij zich aan de regels van de éénkindpolitiek moeten houden, terwijl Peking elders juist steeds trots verkondigt dat etnische minderheden van deze maatregel ontheven zijn.

Lost horizon
Niet ver van Benzilan ligt Shangri La, de hoofdstad van deze Tibetaanse streek in de provincie Yunnan. De stad, door de Tibetanen Gyalthang genoemd, wordt de laatste jaren gepromoot als toeristische trekpleister. In het Chinees heette de stad zeven jaar geleden Zhongdian. Maar in 2001 werd de plaats officieel omgedoopt tot Shangri La, naar het Tibetaanse geluksoord uit de roman van James Hilton, ’Lost Horizon’ (1933).

Even buiten de stad is vorig jaar een skihelling gebouwd. Rondom de lage Tibetaanse huizen van leem rijzen de flatwijken op. Onder de heuvel waarop de grootste boeddhistische gebedsmolen van China staat, staat een nieuw museum. Ook ligt er een basis van het Chinese leger. Verderop is een ander museum in aanbouw met het formaat en uiterlijk van een vesting. Het is in een afwijkende donkerrode kleur geschilderd en heeft een enorme gouden koepel. Het gebouw domineert de stad. Aan de voet van dat bijna opgeleverde museum marcheren luid roepend zo’n honderd soldaten. Legerjeeps rijden door de straten.

„Normaal zitten hier sowieso al duizenden soldaten”, zegt een man bij de gebedsmolen. „Maar die houden zich gedeisd en controleren ons in stilte. Dit machtsvertoon is pas vanaf de opstanden in maart. Er zijn duizenden extra soldaten aangerukt. Ze wonen dáár.” Hij wijst vanaf deze hoge plek naar de fonkelnieuwe paardenrenbaan, waarvoor inderdaad een groot aantal legerjeeps staat geparkeerd. Hoeveel militairen er gewoonlijk in Shangri La wonen, weet hij niet. De overheidspolitiek en daarmee samenhangende Chinese aanwas heeft ervoor gezorgd dat van de ongeveer 130.000 inwoners van de Tibetaanse stad Shangri La ongeveer de helft Chinees is.

Van de ongeveer 50.000 inwoners in de noordelijker gelegen stad Deqin, vlak bij de Tibetaanse grens, is zo’n tachtig procent Tibetaans. Hoewel deze stad op 3550 meter maar zo’n 300 meter hoger ligt dan Shangri La is het er een stuk kouder. In het yakvlees-restaurant houdt iedereen zijn jas aan, ook al is het er bomvol. „Natuurlijk is dit Tibet”, zegt iemand in het café. „China heeft na de bezetting gewoon ergens een grens getrokken rond een gebied dat veel kleiner is dan het eigenlijke Tibet. Door die gekke grens wonen wij nu opeens in China en leren we op school Chinees.” Iemand vertelt over een restauranthouder. Hij is onlangs gearresteerd, maar niemand weet waarom, zelfs zijn eigen familie niet. „Het zal met de demonstraties te maken hebben.”

Beste bedoelingen
Intussen hebben de meeste Chinezen de beste bedoelingen met de Tibetanen en zien de Chinese invloed in Tibet als ontwikkelingswerk. In Shanghai, vertelt de 33-jarige Jenny Wu, die bij een reclamebureau werkt, hoe vreselijk arm Tibet is. „Wij Chinezen willen de Tibetanen helpen. Mensen geven er een goede baan voor op. Het is net als in de jaren zestig met binnen-Mongolië. Dat is ook zo’n achtergesteld gebied. Ik kan het weten. De oudere broer van mijn moeder was arts en werd overgehaald naar binnen-Mongolië te gaan. Het was een hele opoffering alles achter zich te laten. Na zijn pensioen kreeg hij de kans terug te keren naar Shanghai en heeft hij me vaak over zijn werk verteld. Zijn hele leven heeft hij gewijd aan die mensen. Ik ben trots op hem. Ik vind het echt ongelofelijk dat de dalai aanzet tot rellen. De dalai is een moordenaar.”

Ze gebruikt de afkorting ’dalai’, precies zoals in de Chinese staatsmedia. Als om te verdoezelen dat de dalai lama een lama is, een belangrijke religieuze leraar.

Maar Jenny’s vriendin Hang slaat van schrik haar hand voor haar mond. „Hebben de Tibetanen het inderdaad over de ’bezetting’ door China?” De bankmedewerkster is er een paar seconden stil van en zegt dan zachtjes: „Ben ik al die jaren zo naïef geweest? Ik dacht dat de dalai en Mao dikke vrienden waren. Ik heb daar foto’s van gezien.”

Peinzend vervolgt ze na een tijdje: „Maar ik begrijp geloof ik wel waarom de Tibetanen zich onderdrukt voelen.” Jenny kijkt haar verbaasd aan als Hang dat toelicht. „De Tibetanen doen mij denken aan mijzelf toen ik nog niet getrouwd was en bij mijn ouders woonde. Ik was allang volwassen, maar van mijn moeder moest ik steeds mijn kamer opruimen, ook al vond ik dat volstrekt onbelangrijk. Mijn moeder zei: ’Blijf toch bij me wonen. Ik kan voor je koken en de was doen. Dat is goed voor je.’ Mijn moeder had het beste met mij voor en daarom wilde ze me veranderen zodat de dingen op haar manier gingen. Maar het maakte mij ongelukkig. Zo is het geloof ik ook met China en de Tibetanen. Tibetanen leven anders, maar daarom is hun leven misschien nog niet verkeerd.” Ze zucht diep. „Het is moeilijk voor me om het te zeggen, want ik blijf een Chinees en we hebben altijd geleerd dat Tibet van ons is. Maar misschien kunnen we de Tibetanen beter met rust laten.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />