Rechtse thema’s, partijen en politici domineren het nieuws, en vooral Geert Wilders profiteert daarvan.
Geert Wilders weigert te spreken met het Nederlandse journaille. Hij ’peinst er niet over om bij dat linkse gespuis te gaan zitten’ voor een debat. Net als Pim Fortuyn dat eerder al deed, waarschuwt hij voor de ’Linkse Kerk’. Maar die bestaat helemaal niet.
De kern van de ’Linkse Kerk’-theorie is dat er in Nederland een kongsi bestaat van linkse politici, journalisten en wetenschappers die belangrijke onderwerpen van de politieke agenda houden en falend links beleid goedpraten. In de populistische variant van de theorie bestaat dit kartel nog altijd in Nederland.
Terzijde, ook in meer serieuze beschouwingen wordt die Linkse Kerk ook gesignaleerd, maar dan in de variant waarin links het slachtoffer is van de populistische revolte en, als geloofsgemeenschap, in een diepe crisis verkeert.
Zo stelt Van Couwenberg dat „de linkse kerk zich jarenlang heeft opgeworpen als toonbeeld van intellectuele en morele superioriteit”. En Volkskrant-columnist en historicus Hans Wansink schrijft in zijn boek ’De erfenis van Fortuyn’ dat de ’voorgangers’ van de linkse kerk andersdenkenden monddood maakten, ongewenste opvattingen buiten de orde plaatsten en dat dit het functioneren van de Nederlandse democratie heeft ondergraven.
Beide versies van de theorie van de Linkse Kerk zijn niet eenvoudig te onderzoeken, vooral omdat zij bestaan uit een nogal moeilijk te ontrafelen kluwen van beweringen. Maar een aantal elementen kan wel worden ontrafeld.
De bewering dat dit land wordt gedomineerd door linkse politici is eenvoudig te ontkrachten. Rechtse partijen hebben in Nederland een structurele meerderheid. Vrijwel alle naoorlogse regeringen werden gedomineerd door (centrum-)rechtse partijen, niet door links.
Twee andere elementen van de linkse kerkleer vergen wat meer denk- en zoekwerk. De eerste is de claim dat het Nederlandse journalistieke establishment links is en de tweede dat linkse controle over het gedachtegoed van de Nederlanders wordt uitgeoefend via het politieke debat en de media. De berichtgeving over politieke en sociale onderwerpen in de media zou links gekleurd zijn.
Het is juist dat journalisten over het algemeen links zijn. Uit onderzoek blijkt dat ruim de helft van de journalisten zich zelf links in het politieke spectrum plaatst; slechts een kleine minderheid stemt op een rechtse politieke partij. Overigens blijkt uit hetzelfde onderzoek dat de best geïnformeerde journalisten CDA en ChristenUnie stemmen. Rechtse journalisten –vooral de VVD-stemmers– bleken veel slechter geïnformeerd dan hun linkse en confessionele collega’s. Misschien wordt het beeld van de ’linkse media’ dus simpelweg veroorzaakt door het ontbreken van goede rechtse journalisten.
Het andere element van de ‘linkse kerk’-theorie is minder eenvoudig te bewijzen of te ontkrachten. Wilders –en eerder Fortuyn– gaan er van uit dat linkse journalisten automatisch ook linkse dingen schrijven en roepen. In opdracht van het dagblad DAG heb ik onlangs onderzocht of dit klopt. De onderzoeksvraag was hoe links of rechts de berichtgeving in kranten en op TV eigenlijk is. In het onderzoek keken we onder meer naar wie er het meest aan het woord is, over wiens politieke ideeën het meest wordt gesproken en naar de inhoud van de berichtgeving.
Uit die analyse blijkt niets van het bestaan van een Linkse Kerk. Het overgrote deel – ruim de helft - van de berichtgeving is inhoudelijk neutraal en zeer feitelijk. Gewoon goede journalistiek dus. Daar waar wel vanuit een ‘gekleurd’ perspectief wordt bericht, staat eerder een rechtse invalshoek centraal dan dat wordt geschreven vanuit een linkse visie. Het verschil is overigens niet groot.
In de eerste vijf maanden van 2008 was de berichtgeving zeker niet links georiënteerd. Rechtse thema’s, partijen en politici domineerden het nieuws. Vooral Geert Wilders haalde extreem vaak de media, wat deels werd veroorzaakt doordat hij in de onderzochte periode zijn film ’Fitna’ lanceerde. Na Wilders waren vooral Balkenende en Verdonk in het nieuws. Linkse politici als Marijnissen, Pechtold, Thieme, Tichelaar en Hamer kwamen nauwelijks aan het woord. Vooral Femke Halsema was de grote afwezige in het politieke debat in het eerst half jaar van 2008. Ze had net zo goed een sabbatical kunnen nemen.
Bij de politieke partijen beheersten de rechtse partijen –voor het gemak reken ik het CDA daar ook even bij– het nieuws. Vooral de linkse oppositie, in het bijzonder GroenLinks, werd volkomen genegeerd in kranten en op tv. Alleen de SP lukte het nog om regelmatig in het nieuws te komen. Wel was er veel aandacht voor één linkse partij en één linkse politicus: de PvdA en Wouter Bos, maar dat kwam omdat media zeer veel journalistieke aandacht geven aan de regeringspartijen. De media zijn dus niet links georiënteerd, maar machtsgeoriënteerd.
De eerste reactie op het onderzoek van PVV-Kamerlid Bosma –zonder het overigens gelezen te hebben – was in lijn met het evangelie van hen die geloven in het bestaan van een Linkse Kerk. De conclusies van mijn onderzoek konden niet kloppen want... ze kwamen van een linkse wetenschapper.
Tsja, tegen samenzweringstheorieën kan een wetenschapper weinig beginnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.