*

 

’Mbo groter probleem dan arbeidsmarkt’

Van onze redactie economie − 15/01/08, 00:53

Problemen bij het middelbaar beroepsonderwijs ondermijnen de economie. De nieuwe voorzitter van de mbo-raad wacht een klus.

Als het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) er niet in slaagt de uitval van leerlingen terug te dringen, krijgt Nederland een groot probleem. „Dit zaagt aan de stoelpoten van onze welvaart”, meent hoogleraar Sweder van Wijnbergen.

Die waarschuwing gaf hij mee aan Jan van Zijl, die gisteren met een congres afscheid nam als voorzitter van de Raad voor Werk en Inkomen en de overstap maakt naar de mbo-raad. Volgens Van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, zijn de problemen in het mbo en vmbo vele malen ernstiger dan die van de arbeidsmarkt, waar Van Zijl tot nu toe mee te maken had. Hij verwijt Den Haag hiervoor de ogen te sluiten. Daar heeft hij ook een verklaring voor: dochters en zoons van politici gaan niet naar deze scholen.

De econoom wees erop dat het mbo de belangrijkste leverancier van werknemers is. „Het zorgt voor tweederde van de instroom. Gaat daar iets mis, dan gaat er ook iets mis op de arbeidsmarkt.” De schoen wringt volgens hem niet zozeer in de aansluiting van het mbo op de arbeidsmarkt, waarover werkgevers klagen. Van de leerlingen die met succes hun mbo-opleiding op de hogere niveaus (2, 3 en 4) afronden, heeft 95 procent binnen zes maanden een baan. Het echte probleem ligt bij het enorme aantal uitvallers, gemiddeld 30 procent en in de grote steden zelfs 50 procent, aldus de hoogleraar. „Iedereen weet dat het voortijdig verlaten van school zonder startkwalificatie een recept is voor werkloosheid.”

Van Wijnbergen wijt de uitval vooral aan de hogere taaleisen die in het huidige beroepsonderwijs worden gesteld. Leerlingen die met een taalachterstand binnenkomen, lopen daardoor risico’s. Omdat die achterstand al heel jong ontstaat, wil hij pre-schools voor peuters, zoals in de Verenigde Staten, verplicht stellen.

Eensgezind pleitten vakbonden en werkgevers op het congres ervoor om oudere werknemers in te zetten voor begeleiding van jongeren in het beroepsonderwijs. Werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes van VNO-NCW noemde het een goed idee „als vaklieden tegen het einde van hun carrière in deeltijd werken in het onderwijs”. Ook bestuursvoorzitter Piet Boekhoud van het Albeda College is enthousiast als „werknemers mee kunnen doen om jongeren te leren hoe het vak in elkaar zit”.

Bonden en werkgevers zijn eveneens eensgezind in hun aanbeveling voor een nieuwe rol van het mbo, het (permanent) scholen van werknemers. Volgens FNV-voorzitter Agnes Jongerius moet het mbo via e-learning en avondopenstelling werken aan het tweede-kansenonderwijs. „Over permanente scholing is alles al gezegd, laten we het nu maar eens uitvoeren.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />