*

 

Desastreuze rol van politiek

Van onze verslaggevers − 14/02/08, 01:21

De politiek is volgens de commissie-Dijsselbloem schuldig aan de teloorgang van de onderwijskwaliteit. „En nu ruim baan voor de scholen”.

Onderwijsveld en politiek scharen zich in grote lijnen achter de kritiek van de commissie-Dijsselbloem over de onderwijskwaliteit. Die is als gevolg van door de Haagse politiek opgelegde vernieuwingen ’ernstig verwaarloosd’, aldus de commissie in het gisteren verschenen rapport ’Tijd voor onderwijs’.

De belangrijkste verantwoordelijken zijn de Tweede Kamer en diverse kabinetten. Maar ook de Eerste Kamer heeft te weinig op de rem getrapt bij de invoering van de basisvorming, tweede fase en het vmbo, vindt de commissie. De Eerste Kamer heeft één van haar kerntaken, toetsen op uitvoerbaarheid, niet waargemaakt, stelt de commissie. Daarmee is de senaat medeverantwoordelijk voor de teloorgang van de kwaliteit.

De commissie beveelt aan een scherp onderscheid te maken tussen verantwoordelijkheden van de scholen en de overheid. De overheid bepaalt de doelen, de scholen bepalen hoe ze die doelen willen bereiken.

PvdA, CDA en VVD scharen zich op hoofdlijnen achter het rapport. „We hebben te veel gekozen voor het gelijk behandelen van ongelijke leerlingen”, zo steekt PvdA’er Depla de hand in eigen boezem. Volgens Hamming (VVD) legt het rapport de ’Haagse bestuurlijke arrogantie bloot’. Maar diverse Kamerfracties zeiden gisteren niet te willen zwartepieten over de schuldvraag.

De conclusies van de commissie-Dijsselbloem zijn vernietigend voor de hele politiek. De voor de vernieuwingen verantwoordelijke bewindslieden leden aan een ’tunnelvisie’; ze stonden niet open voor geluiden die hen niet uitkwamen.

De commissie noemt geen namen, maar doelt vooral op de PvdA-staatssecretarissen Netelenbos en Wallage. Zij verwierven vooral draagvlak in de politiek en onder vertegenwoordigers van het onderwijsveld. Maar die vertegenwoordigers stonden te dicht bij de politiek en te ver van het veld. Naar draagvlak in het onderwijs zelf werd niet gezocht.

Volgens de VO-raad, de vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs, bewijst het rapport dat ’scholen moeten bepalen wat goed is voor leerlingen’. „En nu ruim baan voor de scholen”, zegt de Besturenraad, waarin de christelijke schoolbesturen verenigd zijn.

Ook de onderwijsvakbonden zijn tevreden. Voorzitter Marleen Barth van CNV Onderwijs spreekt van een ’wijs en evenwichtig’ rapport, de Algemene Onderwijsbond (AOb) ziet in de standpunten van de commissie een ’krachtig pleidooi voor het versterken van de positie van de leraar’.

De huidige bewindslieden van onderwijs zeggen dat ze zich herkennen in de analyse. Volgens hen sluit de toon ’grotendeels aan bij de koers die dit kabinet vaart’.

mailIcon print |