*

 

holloway / PG Brouwer slaat plank mis met actieve rol burger (opinie)

Jurriaan Fransman, docent communicatie en media ethiek aan de Universiteit van Amsterdam − 11/02/08, 14:17

Een actievere rol van burgers bij de opsporing van misdrijven kan leiden tot een moderne schandpaal op tv.

Het is onbegrijpelijk wat Harm Brouwer, de hoogste baas van het Openbaar Ministerie, er toe heeft bewogen in Trouw, midden in de hype rond de onthullingen van Peter R. de Vries, op te roepen tot een breed maatschappelijk debat over de actieve rol van burgers bij opsporing van misdrijven en verdachten.

Als er nu één functionaris is die niet moet (willen) meeliften op de afgelopen hype, is het wel de voorzitter van het college van PG’s. Niet alleen is de timing ongelukkig; ook inhoudelijk valt er veel op zijn woorden af te dingen. Net als mijn collega Jan de Ridder (Trouw van donderdag) vind ik dat trial by media uit den boze is en onze rechtsgang met grote zorgvuldigheid omgeven behoort te zijn.

Een tweede punt is dat Brouwer impliciet erkent dat het OM binnen de huidige zorgvuldigheidseisen te beperkt is om een zaak als deze tot een oplossing te brengen. Maar is het OM dan ook bereid om serieus naar bijvoorbeeld de conclusies van iemand als Maurice de Hond te kijken in de ’Deventer moordzaak’? Die discussie in de breedte voeren is prima, maar deze op dit moment in de zaak Holloway aanzwengelen, lijkt een gelegenheidsargument.

Brouwer vindt ook dat ’Peter R. de Vries goed journalistiek werk heeft geleverd’. Uit het oogpunt van media-ethiek is dat nog maar de vraag. Natuurlijk: een misdaadverslaggever of privé detective kan meer dan politie en justitie. Die zijn aan regels gebonden als het gaat om opsporingsoperaties. De afluistermethode die de Vries hier hanteert, is er een waar de Stasi in de toenmalige DDR jaloers op zou zijn geweest. De vraag blijft of in het geval van een enkelvoudige verdwijning (en mogelijk dood door schuld) een dergelijk middel voor de journalistiek gerechtvaardigd is. De proportionaliteit is hier geheel uit het oog verloren. In Mexico verdwijnen regelmatig meisjes die nooit worden terug gevonden en geen haan die er naar kraait.

Die belangstelling was er niet van nature. Heel bewust is toe gewerkt naar een ’mega show’ met een uiterst dubieuze rol van de publieke omroep. Die boden De Vries alle ruimte om zijn programma te promoten. In die zin heeft SBS6 een nagenoeg perfecte mediacampagne opgezet met een commercieel alleszins bevredigend resultaat. Zonder steun van de publieke omroep hadden de ’onthullingen’ nooit zo disproportioneel kunnen uitgroeien.

Los van de vraag of De Vries’ methode geoorloofd was, is het van uit media ethisch oogpunt de vraag of dit op een dergelijke manier moet en mag worden uitgezonden. In de eerste plaats het openbaar maken van informatie die binnen het privédomein van een auto werd verkregen. Dit is niet alleen een juridische, maar ook een ethische vraag.

Maar belangrijker: de privacy van de verdachte is op een wel erg flagrante manier geschonden. Al had Van der Sloot in het verleden aantoonbaar leugen op leugen gestapeld, dan nog is dit geen reden voor een dergelijke schending. In tegendeel: de leugens in combinatie met de weinig respectvolle toon en het totale gebrek aan empathie voor het slachtoffer en het gebeurde, doet vermoeden dat hier mogelijk sprake is van psychopathologie. De Vries gaf dat ook in de uitzending ook toe maar verbond daar geen consequenties aan door prudent te zijn in het uitzenden van het materiaal. Hoe ernstig het vermoeden tegen een verdachte ook is, deze verdient altijd bescherming. Te meer ook daar deze ten tijde van het mogelijke delict nog minderjarig was.

Het is verbijsterend dat psychologen en psychiaters op de televisie op een mogelijke stoornis van Van der Sloot ingingen zonder hem ook maar één keer in hun spreekkamer te hebben gezien. In een rechtsstaat is het onbestaanbaar dat een verdachte (geldt overigens ook voor een veroordeelde) publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld. Alleen die schandpaal staat nu niet op de markt, maar is de televisie.

Over rechtmatige aspecten zullen nog veel juristen zich de komende weken en maanden buigen. Maar de uitzending vond ik onbetamelijk en daarmee een casus voor de Raad voor de Journalistiek. Terwijl ook de nieuwe Ombudsman voor de publieke omroep zich over de rol van die omroep eens zou kunnen buigen. Brouwer noemt de uitzending ’goed journalistiek werk’. Gezien het bovenstaande was genuanceerder taalgebruik door de voorzitter van het college van procureurs generaal op zijn plaats geweest.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />