*

 

Hangjongeren / Geplaagde bewoners leren omgaan met hangjongeren

Iris Pronk − 01/02/08, 01:53

Hangjongeren zorgen voor overlast in de Utrechtse wijk Oog in Al. Hans Kaldenbach geeft bewoners tips: „Leer jezelf de judo-aanpak aan.”

Over auto’s heenlopen, kliko’s omver trappen, ’s avonds heel hard praten op straat. Dat doen hangjongeren soms in probleemwijken, maar ook in een nette buurt als het Utrechtse Oog in Al.

In deze blanke tweeverdienerswijk vol gewilde jaren-dertigwoningen, is voor pubers niets te beleven. Daarom hangen ’typische Oog-in-Alse havo-leerlingen’ (aldus een bewoner) buiten een beetje rond.

Maar ze doen meer, zo vertelt buurtbewoonster Anja Wester: „Ze gooiden zwaar vuurwerk door mijn brievenbus, waardoor alle ramen klapten.” Bij Hanneke (die niet met haar achternaam in de krant wil) zeilde om tien uur ’s avonds ineens een baksteen door het huiskamerraam. Zij was de twaalfde bewoner van de wijk bij wie in korte tijd de ruiten werden vernield.

„Ik begrijp deze jongeren niet”, zegt Hanneke. En daarom riepen zij en tien andere buurtbewoners de hulp in van Hans Kaldenbach, specialist op het gebied van straat- en jongerencultuur. Eind februari verschijnt zijn boekje ’Hangjongeren. 99 tips voor buurtbewoners en voorbijgangers’.

„Je moet niet primair reageren”, zegt Kaldenbach, in een lokaaltje van de Dominicusschool (waar zich ’s avonds op het schoolplein nog wel eens hangjongeren ophouden). Zie je ze tegen een vuilnisbak trappen, zeg dan niet: „Hee etterbakken, hou daar onmiddellijk mee op.” Want dat is olie op hun smeulende vuurtje: „Jongeren hebben vaak een kort lontje, hun zelfrespect staat op spanning, ze dampen.”

Kaldenbach onderscheidt twee soorten aanpak: de karatemethode en de judomethode. Zegt de jongere ’Ik maak je dood’, dan antwoordt de karatebeoefenaar met: „Dit is een bedreiging. Als je dat nog een keer zegt, ga ik naar de politie.” Een begrijpelijke reactie, vindt Kaldenbach, maar alleen effectief als de buurtbewoner in kwestie het postuur van een bokskampioen en een zeldzaam natuurlijk overwicht heeft.

Een judoka reageert op dezelfde uitspraak meer ontspannen en als het even kan met humor. Hij beweegt eerst met de jongere mee, zegt Kaldenbach. Bijvoorbeeld zo: „Joh, doodmaken is meteen zo definitief. Dat kan je maar één keer doen, en dat geeft een hoop ellende.” Zo ontwapent hij de puber, en is de kans groter dat hij iets van hem gedaan krijgt.

Leer jezelf de judo-aanpak aan, zo luidt dan ook Kaldenbachs belangrijkste tip voor de geplaagde bewoners van Oog in Al. Verberg je irritatie, want die vatten jongeren op als agressiviteit. Probeer ze te begrijpen, toon respect. En maak contact, liefst dus op een vriendelijke manier.

Kaldenbach roemt in dit verband het initiatief van bewoners van de Amsterdamse wijk De Pijp. Die legden zakken chips neer op de hangplek, met een aardig briefje erbij: „Dag jongens, veel plezier vanavond! Ruimen jullie na afloop wel even op?”

Buurtbewoonster Anja Wester bracht een deel van Kaldenbachs tips al spontaan in de praktijk. Ze weet inmiddels welke jongeren er vuurwerk door haar bus gooiden: „Ik ken hun namen en ik groet ze gewoon. Als ik ze behandel als gewoon mens, dan neem ik aan dat ze mij op dezelfde manier gaan behandelen.”

Wat ze vooral van Kaldenbach heeft geleerd, is dit: „Kwaad worden heeft geen zin. Als ik bloedlink ben, dan moet mijn hoofd dus 180 graden om.” Maar dat is, zegt Wester, geen eenvoudige opgave.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />