*

 

Rechters nemen Raad van State onder vuur

Bart Zuidervaart − 26/04/08, 00:06

Partijdig, slecht gemotiveerde uitspraken, doof voor kritiek. Vreemdelingenrechters hekelen de rechtspraak van de Raad van State.

Niet alle vreemdelingen krijgen een eerlijke kans om hun zaak bij de Raad van State te winnen, vinden ruim twintig rechters. Dat blijkt uit een onderzoek van hoogleraren rechtsociologie Kees Groenendijk en Ashley Terlouw, dat gisteren verscheen bij het afscheid van Groenendijk van de Radboud Universiteit Nijmegen. Terlouw volgt hem op.

Sinds de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet in 2001 behandelt de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep in vreemdelingenzaken. Terlouw en Groenendijk vroegen 24 rechters, verdeeld over elf verschillende rechtbanken, naar hun ervaringen met de rechtspraak van de Raad van State.

Op twee na waren ze uitgesproken kritisch. Vooral de inperking van de rechterlijke toetsing baart hen zorgen. Zo mogen rechters het asielrelaas van een vreemdeling niet meer beoordelen. Dat is aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Vreemdelingenrechters vinden dat de Raad van State hun werk heeft gereduceerd tot ’procesbewaker’, iemand die slechts controleert of de IND volgens de procedure handelt.

De uitspraken van de Raad van State zijn volgens rechters gebrekkig gemotiveerd. Ze noemen ze ’nietszeggend’, ’apodictisch’, ’onbegrijpelijk’ of zelfs ’ongeloofwaardig’. Rechters vinden dat de Raad van State de vreemdelingenwet eenzijdig interpreteert en daardoor ’een opeenstapeling van vreemdeling-onvriendelijke keuzes maakt’, zoals een van de rechters het omschrijft. Een collega spreekt over ’het dekken van het bestuur’, een ander over ’het tegen de Staat aanleunen’.

In 2004 en 2005 stelde de toenmalig minister van vreemdelingenzaken telkens meer dan vierhonderd keer hoger beroep in. Zij won beide jaren 83 procent van de zaken bij de Raad van State; de vreemdeling won respectievelijk 7 en 4 procent.

De Raad van State ontkent in een reactie stellig dat ze ’tegen de Staat zou aanleunen’. „De vreemdeling grijpt elke kans aan om in hoger beroep te gaan, ook als eigenlijk al vaststaat dat hij geen kans maakt. De minister kan van tevoren veel beter inschatten hoe groot haar kans is om te winnen”, zegt een woordvoerder.

Over de gebrekkige motivering zegt de woordvoerder dat „als er in een zaak geen nieuwe onderwerpen zijn te bespreken en geen nieuwe vragen te stellen, je kunt volstaan met dat oordeel. Dat kun je zien als een beperkte vorm van hoger beroep.”

mailIcon print |