De PvdA kampt met een leiderscrisis én met een identiteitscrisis. De partij moet op zoek naar nieuwe bronnen. Jacques de Kadt biedt wellicht uitkomst.
Dick Pels publicist en auteur van boek over Jacques de Kadt
De PvdA zwalkt. Bos lijkt het ook niet meer te weten. Het CDA zal inmiddels wel bezorgd zijn dat de eigen harde verkiezingscampagne (’draaikont’) en de fall-out van de ’Wouter Tapes’ bij de coalitiepartner misschien iets te veel psychische schade hebben aangericht. Zie de ontreddering van Eerste Kamer-fractievoorzitter Han Noten, die de Tapes niet eens wilde zien, en totaal in de war is inzake de Irak-doofpot. Of Tweede Kamer-fractieleider Tichelaar, die na zijn zwabberen in het debat rond Khadija Arib, alsnog zijn gelijk haalt via de nationalistische blunder van Marijnissen.
De kern van die radeloosheid is het ontbreken van een helder en overtuigend verhaal. In ’Verloren slag’ constateren medewerkers Frans Becker en René Cuperus van het wetenschappelijk bureau van de partij dat er in de PvdA bar weinig interesse bestaat voor grote politieke vragen en dat de relatie met de ideologische traditie is verzwakt. In Trouw van vorige week suggereerde Hans Goslinga dat de PvdA, in plaats van bij een populistische opiniepeiler als De Hond, dan ook beter te rade kan gaan bij een klassieke denker zoals De Kadt.
De Kadt bepleitte een vrijzinnig socialisme dat een nieuwe balans zocht tussen materiële gelijkheid en culturele ongelijkheid. Een radicale kansengelijkheid was nodig, juist om de ’ontplooiing van ongelijke persoonlijkheden’ mogelijk te maken: ’socialisme ter wille van het individualisme’. Een zelfbewuste elite moest een maatschappij helpen scheppen waarin cultuur belangrijker was dan geld en de macht.
De Kadt pleitte voor zo klein mogelijke inkomensverschillen. De prikkel om naar het hoogste te streven lag niet zozeer in het geld als ’in de waardering die een kritische maatschappij aan z’n beste mensen geeft’, schreef hij in 1937.
Het cultuursocialisme van De Kadt richtte zich tegen de ’behagelijkheidsidealen’ van de grote massa, tegen de wereld van de ’vlakke mens’ met zijn zelfgenoegzame streven naar ’een warme stal, goed voer, en een pretje op zijn tijd’. Cultuur hield in dat mensen de geestelijke durf en de morele kracht ontwikkelden om werkelijke individualiteit te bereiken. In romantische tonen schetste hij deze ’cultuurwil’ als een onafgebroken ’tocht naar het onbekende’. Tegenover de hang naar een comfortabel leven stond het vermogen om te leven in onzekerheid.
De Kadt zocht dus naar wat men in moderne termen de smartmix van sociale bescherming en liberale flexibiliteit zou kunnen noemen. Sociale zekerheid en economische bescherming hadden altijd een verder reikend cultuurpolitiek doel: zoveel mogelijk mensen in staat stellen om werkelijk vrije persoonlijkheden te worden.
Hetzelfde ideaal vindt men bij zijn leerling Den Uyl, die in 1951 in het planrapport waarschuwde: ’Dat de socialistische beweging de zekerheid van het bestaan als een harer belangrijkste opdrachten ziet, spruit niet voort uit de gedachte, dat zulk een zekerheid een hoog doel op zichzelf zou zijn. Wie haar als doel stelt, vertoont alle trekken van de zelfgenoegzaamheid van de bourgeois satisfait, wien meer interesseert dát hij leeft, dan de stijl waarin hij leeft.’
De PvdA is ver afgedwaald van dit cultuursocialistische ideaal. ’Houvast bieden in onzekere tijden’ was de slogan die de verkiezingscampagne begeleidde; maar het CDA bleek die boodschap van politieke rust en bestaanszekerheid voor de brede middenklasse veel beter over het voetlicht te brengen.
Op links maakte de SP zich succesvol meester van de agenda van sociale bescherming en rechtvaardigheid, zodat de PvdA met lege handen achterbleef. Dat was des te opmerkelijker omdat het nieuwe Beginselmanifest uit 2005 met zijn ’primaat van de vrijheid’ nog onmiskenbaar door het denken van De Kadt was geïnspireerd. Maar spoedig na de verkiezingsnederlaag sloot de PvdA een regeerakkoord met het CDA en de ChristenUnie waarin saamhorigheid en nationale bescherming de boventoon voerden, en het individualisme en de vrijzinnigheid onder verdenking kwamen te staan.
De Kadt was met zijn ’sociaal-individualisme’ zijn tijd ver vooruit. Het ideaal van de ’gelijke verdeling van vrijheidskansen’ formuleerde hij minstens een halve eeuw eerder dan de nu zo bewonderde filosoof Amartya Sen.
Nu de PvdA haar sociaal-liberale Beginselmanifest is vergeten, is de ’nieuwe vrijheid’ van De Kadt alleen nog herkenbaar in de sociale vrijzinnigheid van GroenLinks en D66. Het wordt tijd voor een progressieve, links-liberale fusiepartij, die ook PvdA’ers verwelkomt die op zoek zijn naar een verhaal en een ideaal. Die nieuwe partij kan vormgeven aan een sociaal en kosmopolitisch Nederliberalisme. Met De Kadt als historische grondlegger.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.