Sociale huur en dure koopwoningen door elkaar in één wijk blijkt niet zo te werken als gemeenten dachten. De verschillende milieus waar bewoners vandaan komen, zorgen voor problemen, zoals in de Haagse wijk Wateringse Veld. Dat is zo’n wijk waar arm, rijk, laaggeschoold en hoogopgeleid door elkaar woont. Deze wijk, die tot de eerste grote vinexwijken in de wijde omtrek behoort, staat niet bekend als een wijk met een kort lontje.
Toch zijn er veel bewoners uit Wateringse Veld die terugkeren naar de binnenstad. Belangrijkste reden: ze konden niet aarden tussen de verscheidenheid aan bewoners, allochtonen voelden zich gediscrimineerd, de autochtonen voelden zich niet thuis tussen de buren uit de achterstandsbuurten. Dat wijten bewoners aan de vermenging van sociale huur en ’dure’ koopwoningen.
Zoals Jan van Weerdinge (42) en zijn gezin. Hij is inkoopmanager en woont zeven jaar in Wateringse Veld. „We woonden hiervoor in een etagewoning in het statige Statenkwartier, maar dat werd met drie kinderen te klein. We kozen voor Wateringse Veld vanwege de ruimte, niet wetende dat we terecht zouden komen tussen lieden uit een ander milieu. Die ontvluchtten de Schilderswijk omdat ze via sociale huur een ruimere woning konden krijgen. Helaas veranderde dat niet hun gedrag. Dat merken we bijvoorbeeld in de omgang. Aan niets merken we dat ze hun best doen om iets samen met hun buren te doen. Als ze met ons praten, dan is dat altijd met wantrouwen. Het lijkt wel alsof ze ons niet willen kennen. Hun kinderen veroorzaken overlast, hangen rond, vormen bendes. Zoals dat ook in wijken als Transvaal of Laak gaat.”
Enkele jaren geleden leek het in Wateringse Veld mis te gaan. Groepen jongeren veroorzaakten zoveel overlast dat de politie er aan te pas moest komen. Extra surveillances hielden de hangjongeren in toom, maar de bewoners hadden nooit verwacht dat het ooit zo ver zou komen in hun nieuwe woonwijk. „De overlast is minder geworden, maar die rondhangende jongelui zijn er nog. Ze kunnen niet aankomen met de smoes dat hier niets te doen is. Opvoeding heeft er ook mee te maken. Laat ze maar gaan werken”, zegt bewoner Frederik Janssen (39).
In de Atlas voor Gemeenten 2008 scoort Den Haag het slechtst op jeugdwerkloosheid. Veel jongeren die niet meer op school zitten, hebben geen werk, wat ontevredenheid geeft en zelfs criminaliteit veroorzaakt.
„Mijn man en ik hebben niet meer dan een LBO-diploma en hebben dus geen hoge baan”, zegt de Surinaams-Hindostaanse Anita Jaliel (41). „Wij kunnen nog zoveel tegen onze zoons van 17 en 19 zeggen, maar ze willen niet verder leren. Ze hebben elke keer los-vaste baantjes en we vertrouwen ze zelfstandig wonen niet toe, want dan komt er niets van ze terecht. We hebben spijt dat we hier zijn komen wonen. We worden in onze straat geconfronteerd met mensen die geld hebben. Die rijden in mooie auto’s, vaak zelfs twee. Hun kinderen dragen dure merkkleding. Vind je het gek dat onze zoons niets met ze willen? Ze showen hun waren, terwijl ze weten dat wij dat niet hebben. Dat ergert ons. De jongens hebben er ook weleens op los geslagen, wat niet mag, maar ze konden het jammer genoeg niet meer aan. Maar dat maakt het verschil in de buurt wel duidelijk.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.