*

 

Kamer krijgt geen vat op Wilders in fel debat

Cees van der Laan − 02/04/08, 00:00

Fel maar ook fair debatteerde gisteren de Tweede Kamer over de anti-Koranfilm van Wilders. Maar aan het einde ontspoorde het toch weer.

„Waarom kunt u wel oproepen tot het verbieden van de Koran, maar maakt u zich boos als het kabinet zich zorgen maakt over de gevolgen’’, vroeg D66-leider Pechtold aan Geert Wilders. Diens antwoord: „Ik ken de Koran en het kabinet mijn film niet.”

Het voorbeeld was tekenend voor de lenige, maar de soms ongrijpbare manier van debatteren van Wilders gisteren in het debat over zijn anti-Koranfilm ’Fitna’. Alle verontwaardiging over de propaganda in de film en de ongerustheid over het klimaat in het land leek hem niet te raken.

De Kamer debatteerde urenlang met hem. Unaniem werden zijn film, zijn opvattingen en zijn maatregelen bekritiseerd als discriminerend voor moslims. Maar in tegenstelling tot het ’knettergek-debat’ van 6 september vorig jaar over de Nederlandse identiteit kregen emoties niet de overhand.

Het debat, aangevraagd door de coalitiepartijen CDA, PvdA en CU, was polemisch en kende soms ruwe, kwetsende trekjes. Maar de drie partijen (Wilders, de rest van de Kamer en kabinet) deden ook hun best er een diepgravend, open debat van te maken, zoals een debat in de Tweede Kamer hoort te zijn als platform van ideeën en als ventiel van de samenleving. Elkaars nieren werden geproefd, en ook weer uitgespuugd, maar er werd tenminste gedebatteerd, een lichtpuntje in deze kwestie die al tot behoorlijk wat chagrijn in de samenleving leidde.

Het werd voor iedereen duidelijk wat voor soort samenleving Wilders en zijn PVV voor ’onze kinderen en kleinkinderen’ voor ogen hebben als ze de Koran, islamitische scholen, boerka’s en moskeeën willen verbieden en immigratie van moslims willen beperken. „Bent u voor of tegen twee of drie miljoen moslims over vijftig jaar?” hoonde Wilders provocerend. „De geschiedenis zal mij over 50 of 100 jaar gelijk geven.’’

Alle fracties vonden dat hij onnodig angst opriep en alle moslims in de hoek zette als volgers van een barbaarse en gevaarlijke ideologie. „De islam is een blijvende godsdienst in Nederland. Moslims horen er bij in ons land’’, repliceerde Hamer (PvdA) en vond andere fracties aan haar zijde. Tegelijkertijd oordeelden die fracties dat hij een bevolkingsgroep discrimineerde, wat strijdig is met artikel 1 van de Grondwet. Hij erkende dit grondwetsartikel te willen aanpassen, omdat het volgens hem onjuist is ’ongelijke gevallen gelijk te behandelen’. In zijn betoog en zijn uitspraken zat echter ook een merkwaardige kramp. Hij vermeed consequent over moslims te spreken maar had het steeds over zijn bezwaren tegen de islamisering van de samenleving. „Er komen geen Korans onze kant op maar echte mensen. Durft u daar nu eens voor te uit te komen”,probeerde Pechtold hem uit de tent te lokken. De fractievoorzitters wezen hem op de spagaat dat hij de vrijheid van minderheden wil ontnemen om de vrijheid van anderen te beschermen.

Wilders stond met zijn opvattingen volkomen geïsoleerd. Daar leek iedereen vrede mee te hebben tot op het laatst het debat toch weer ontspoorde. Volgens het kabinet had hij zijn film aangepast na druk van de ministers Hirsch Ballin en Ter Horst. Leugens en bedrog, fulmineerde Wilders weer ouderwets, waarna het debat weer over alles ging behalve over de islam-kwestie.

mailIcon print |