*

 

Kom niet aan Balkenende

Ruud van Heese en Cees van der Laan − 05/04/08, 01:43

Minister van justitie Ernst Hirsch Ballin speelde in het debat over de anti-Koranfilm van Geert Wilders een cruciale rol. Dat hij door Wilders een leugenaar werd genoemd, doet hem niet zoveel.

Ernst Hirsch Ballin moet even de tijd nemen voor zijn antwoord. Hoe vaak het in zijn leven is gebeurd dat hij werd neergezet als een leugenaar en iemand die mensen belazert, is de vraag.

„Volgens mij is dit wel redelijk uniek”, antwoordt de minister van justitie na enig nadenken. „Ik kan me tenminste geen eerder geval herinneren.”

Wat doet zo’n beschuldiging met u?

Hier heeft Hirsch Ballin minder tijd nodig. „Eigenlijk niet zoveel. Wat ik veel belangrijker vind dan de vraag wat zo’n beschuldiging met mij persoonlijk doet, is de wijze waarop de heer Wilders...hoe zal ik het zeggen... zich verstoutte om zó te reageren op een feitelijke mededeling.”

Hirsch Ballin kreeg na het Kamerdebat over de anti-islamfilm Fitna van PVV-leider Geert Wilders nauwelijks gelegenheid om er nog lang bij stil te staan. Nog diezelfde nacht vertrok hij naar het Duitse Wiesbaden om de hele woensdag op het Bundeskriminalamt met collega’s te spreken over de aanpak van mensenhandel en internetcriminaliteit. „Het was nog net donker toen ik in het hotel aankwam om even te slapen. Maar toen ik gisteravond weer thuis in Tilburg aankwam, had ik wel het gevoel van een goed bestede dag.”

Op deze donderdagnamiddag wil Hirsch Ballin graag even de tijd nemen om terug te blikken op die voor hem en zijn collega’s zo wonderlijk verlopen dinsdag. In een hoog oplopend conflict met PVV-leider Geert Wilders vlogen van diens kant termen door de zaal waarop Kamervoorzitters vroeger hun voorzittershamer stuk zouden hebben geslagen. De confrontatie begon ermee dat Wilders het kabinet verweet angstgevoelens te hebben aangewakkerd door al bij voorbaat overtrokken te reageren op een film waarvan het nog niets wist, behalve dat die eraan kwam en over de islam/Koran zou gaan.

Om duidelijk te maken dat dat toch een slag anders lag, verschafte Hirsch Ballin de Kamerleden stukken waaruit moest blijken dat Wilders in gesprekken met de Nationaal coördinator terrorismebestrijding Tjibbe Joustra (oktober 2007) en met Ernst Hirsch Ballin en diens collega Guusje ter Horst (november 2007) wel degelijk had aangegeven met welke ideeën hij speelde. Volgens de openbaar gemaakte aantekeningen overwoog Wilders aan het slot van de film delen van de Koran te verscheuren of te verbranden.

Zo gek was het dus niet, dat het kabinet alle seinen op rood zette, was de boodschap die Hirsch Ballin hiermee wilde afgeven. En hij wees de Kamer er fijntjes op dat de uitgebrachte film zulke scènes uiteindelijk niet bevatte, daarmee suggererend dat Wilders zich gevoelig had getoond voor de bezorgdheid van het kabinet. De PVV-leider reageerde furieus. „Ik word belazerd”, aldus Wilders, die sprak over een ’ongehoorde schande’, ’bedrog’ en een ’vod van een verklaring vol leugens’.

„Ach, de heer Wilders zegt wel vaker vreselijke dingen”, reageert Hirsch Ballin. „Maar dat hij de godsdienst van driekwart miljoen Nederlanders op één lijn stelt met allerlei gruwelijkheden, dat is veel erger dan wat hij over mij zei.”

De notities die Hirsch Ballin openbaar maakte bevatten alleen de lezing van Wilders’ gesprekspartners. Niet die van Wilders zelf. Die zou bij de gesprekken hebben laten weten niet in te stemmen met het vastleggen van zijn inbreng. In de Tweede Kamer bleven twijfels hangen. En die twijfels leefden ook onder de bevolking, zo blijkt uit een peiling van Maurice de Hond en peilingen en reacties op internetsites van diverse nieuwsmedia. Daar geven veel mensen aan dat ze eerder Geert Wilders geloven dan de regering.

Levert dat niet een serieus probleem op als de minister van justitie niet meer wordt geloofd?

„Deze kwestie was eigenlijk een bijkomstigheid in het hele debat. Toen Wilders minister-president Jan Peter Balkenende ten onrechte ervan beschuldigde dat hij overgereageerd zou hebben heb ik slechts de feiten laten spreken.”

Hirsch Ballin is ervan overtuigd dat de geschiedenis zal uitwijzen dat zijn lezing klopt. „Ik loop al wat langer mee in de politiek. En ik heb inmiddels voldoende ervaring om erop te kunnen vertrouwen dat op de lange duur de feiten altíjd zullen spreken. Méér dan wat dan ook.”

Wat vond u verder van het verloop van het debat?

„Ik vond het over het geheel genomen een goed debat. Het is goed dat zaken zijn uitgesproken. Het was zinnig dat ook de filmmaker zelf eraan meedeed, nu in zijn rol als fractievoorzitter van de PVV. Zijn film had niet de aanleiding voor zo’n debat hoeven zijn. Maar goed, die was het nu wel.”

„Na het uitkomen van de film heeft het kabinet krachtig en principieel gereageerd. En het debat heeft opgeleverd dat het overgrote deel van de Tweede Kamer de stellingname van het kabinet steunt. De motie die werd ingediend tegen het kabinet kreeg alleen de steun van de negen leden van de PVV-fractie. Dat is een heldere uitkomst.”

Heeft het debat ook louterend gewerkt?

„Jazeker. En ik heb datzelfde gemerkt in gesprekken die ik de afgelopen tijd heb gehad met leiders van godsdienstige instellingen. Ook daarin kwam het voornemen naar voren om tegenstellingen te overbruggen. De stemming was: dit laten we ons niet gebeuren. We laten geen wig drijven in onze samenleving. We laten de moslims in dit land niet identificeren met de gruwelijke boodschappen uit die film. We zien dat zich inmiddels een grotere maatschappelijke weerbaarheid aftekent.”

„We moeten ons niet laten vangen in valse tegenstellingen. Veel moslims in Nederland wonen hier al jaren. Hun kinderen wonen hier, hun kleinkinderen. Ze hebben hun beste krachten gegeven aan deze samenleving. In de economie, in het onderwijs, in de politiek.”

„Misschien mag ik voor één keer mijn echtgenote citeren. Natuurlijk praat ik thuis ook over de verhoudingen in ons land en de waarden van onze rechtsstaat. In zo’n gesprek zei mijn echtgenote Pauline laatst: ’Eigenlijk beledigt Wilders niet alleen de moslims, maar ons allemaal met zijn film’. En dat is een perfecte samenvatting van wat ik bedoel.”

„Dat wij niet een hele bevolkingsgroep moeten wegzetten, betekent niet dat we reële problemen in de samenleving niet moeten oplossen. Want die zíjn er natuurlijk op het terrein van veiligheid en criminaliteit. We moeten onderkennen dat er groepen crimineel hyperactieve jongeren zijn, met een oververtegenwoordiging van jongeren van Antilliaans-Nederlandse en Marokkaans- Nederlandse afkomst. Dat zou ik ook tegen de achterban van Wilders willen zeggen. Mensen die problemen hebben met criminaliteit moeten weten dat we dáár aan werken. Collega Vogelaar (wonen, wijken en integratie, rvh/cvdl) en ik staan wat dat betreft voor één en hetzelfde beleid. Bij integratie hoort ook het aanpakken van misstanden. Maar ook daarom had ik liever gehad dat ik op de avond van het Fitna-debat had kunnen praten met mensen die het veiligheidsbeleid moeten uitvoeren.”

En verder zijn moslims hier welkom?

„Hier welkom? Ze zíjn hier. Ze maken deel uit van één en dezelfde Nederlandse samenleving, op basis van wederzijds respect.”

Ernst Hirsch Ballin, die eerder minister van justitie was in het derde kabinet-Lubbers (CDA/PvdA), kwam in september 2006 van de Raad van State opnieuw naar het departement. Als uitzendkracht, was de bedoeling, ter overbrugging van de periode tussen Piet Hein Donner – afgetreden wegens de Schiphol-brand van 2005 – en het aantreden van een nieuwe minister na de verkiezingen van november 2006. Maar de uitzendkracht bleek een blijvertje. Hirsch Ballin schoof door naar het vierde kabinet van Jan Peter Balkenende, waarin hij een van de meest vooraanstaande ministers is.

Hoe is die switch bevallen?

„Ik heb in het vorige kabinet met VVD-collega Remkes van binnenlandse zaken uitstekend samengewerkt op het gebied van de rechtshandhaving. Maar in dit kabinet heb ik meer ruimte om nieuw beleid uit te zetten. Hier zit ik uit volle overtuiging in. En ik ben onder de indruk van de manier waarop Jan Peter Balkenende na drie andere kabinetten met overtuiging het beleid van deze ploeg uitdraagt.”

Is dit kabinet wat deze samenleving op dit moment nodig heeft?

„Ja.”

Waarom?

„In het vorige kabinet zaten mensen van twee partijen, die inmiddels zijn verdeeld over drie partijen”, antwoordt Hirsch Ballin, doelend op de breuk tussen de VVD en Rita Verdonk. „Dat geeft al aan dat deze coalitie nodig is voor het oplossen van de maatschappelijke vraagstukken die zich nu voordoen. Dit kabinet kan beter dan het vorige reageren op de interculturele problemen in de samenleving.”

Bij het PvdA-smaldeel in de coalitie zijn ze erg blij met de katholiek Hirsch Ballin. Een voorproefje van zijn meer ontspannen, soepeler aanpak gaf hij al in de nadagen van het vorige kabinet. Anders dan Verdonk, die in de nadagen van haar ministerschap van het vreemdelingenbeleid werd afgehaald, was Hirsch Ballin wel bereid om alvast te stoppen met het uitzetten van mensen die waarschijnlijk in aanmerking zouden komen voor de pardonregeling die in de maak was.

In deze coalitie kijken PvdA-bewindslieden die met CDA-ministers ergens niet uitkomen immer naar Hirsch Ballin. Hij is dan hun laatste hoop dat er toch weer een oplossing komt in een bepaalde kwestie. Zo speelde de minister van justitie een belangrijke bemiddelende rol in het het hoog oplopende conflict over het ontslagrecht dat de coalitie eind vorig jaar bijna uit elkaar trok. In die spannende periode was hij betrokken bij veel gesprekken om een oplossing te zoeken.

Geconfronteerd met dergelijke waarnemingen, wuift die weg. „Laatste hoop? In dat stadium zijn we nog lang niet met het kabinet. En één persoon kan geen problemen oplossen. Dat doe je met z’n allen. Het is ook absoluut niet waar dat de samenwerking in het kabinet slecht is. Ik kan dat uit volle overtuiging weerspreken. Ik werk prima samen met Nebahat Albayrak (PvdA), op alle terreinen van justitie. En kijk naar Ab Klink (CDA) en Jet Bussemaker (PvdA), Guusje ter Horst (PvdA) en Ank Bijleveld (CDA). En Jan Peter Balkenende en Wouter Bos reageerden eender op de kredietcrisis.”

Toch geniet het kabinet niet veel vertrouwen onder de bevolking. Het draagvlak is nog nooit zo laag geweest.

„Misschien is het daarom goed dat wij tot 2011 doorwerken. We krijgen nog genoeg kans om dat vertrouwen te herstellen. De steun voor veel van onze beleidsplannen in de Tweede Kamer is vaak breder dan alleen de coalitiefracties.”

Rond de film van Wilders gaven de ministershoog op van de Nederlandse rechtsstaat. Maar hoe kunnen burgers daar vertrouwen in stellen als iemand als Lucia de B. voor meervoudige moord zes jaar achter de tralies heeft doorgebracht en nu wordt vastgesteld dat er wel eens van alles mis zou kunnen zijn met het aangevoerde bewijs?

„Dit is typisch een zaak waarom mijn voorganger naar aanleiding van de Schiedamse parkmoord een commissie heeft ingesteld die naar afgesloten strafzaken moet kijken als het vermoeden bestaat dat er iets is misgegaan. Die Schiedamse parkmoord was een schok voor rechtsprekend Nederland. Als minister kan ik natuurlijk niet op de herziening van de zaak Lucia de B. door de Hoge Raad vooruitlopen. Maar ik kan wel zeggen dat ik blij ben dat die commissie er is. Daarbij werk ik aan een aanpassing van de herzieningsprocedure. Dat moet makkelijker kunnen. En ja, het is ook de bedoeling dat dat sneller kan. Hoe eerder hoe beter als iemand kennelijk ten onrechte is veroordeeld.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />