Duurzaam energiebedrijf Econcern komt tot bloei. De oprichters werden jarenlang gezien als dromerige buitenbeentjes. Nu realiseert het concern projecten voor schone energie in het buitenland.
Wat planken en een potje zwarte verf. Meer was er niet nodig voor de allereerste klus van Econcern, begin jaren tachtig.
In de schuur van een boer, die zijn graan daarin droogde, bouwde het kersverse bedrijfje een gitzwart luchtkanaal. Daardoor stroomde genoeg vastgehouden warmte binnen om de oogst met half zoveel gasverbruik droog te stoken.
„Hét bewijs dat duurzaamheid simpel en goedkoop kan zijn”, zegt bestuursvoorzitter en grondlegger Ad van Wijk (52) in zijn Utrechtse kantoorpand. De foto’s in zijn werkkamer, van reusachtige witte wieken en glimmende paneeldaken, verraden de kernactiviteiten van Econcern: de ontwikkeling en bouw van wind- en zonneparken.
„In de tijd van onze oprichting, in 1984, wist bijna niemand veel van duurzaamheid”, vertelt Van Wijk. „Tijdens mijn studie natuurkunde deed ik enthousiast onderzoek naar alternatieve energiebronnen. Ik was al snel expert, want in het land der blinden is eenoog koning.”
Samen met een oud-studiegenoot richtte Van Wijk Ecofys op, nu een van de werkmaatschappijen binnen de holding Econcern. Tegelijk bleef hij als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Utrecht, want de eerste tien jaar waren lastig. „We werden gezien als dromerige buitenbeentjes. Uitvoerende projecten kregen we nauwelijks rond. Door de eerste jaren als adviesbureau te werken bouwden we aan onze eigen markt.”
Ecofys bleef jarenlang klein en groeide marginaal. Een wereld van verschil in vergelijking met de cijfers van vandaag de dag. In 2007 was de omzetgroei 86 procent en steeg de nettowinst met 96 procent tot 85 miljoen. Verder verdubbelde Econcern het aantal buitenlandse kantoren tot 53, verdeeld over 20 landen. Van Italië tot China, van Chili tot Polen.
Rabobank en Delta Lloyd zien kansen en stapten deze maand samen in als aandeelhouder. Zij doen dit met een kapitaalinjectie van 300 miljoen. Samen met SHV – Nederlands grootste familiebedrijf – hebben ze 50 procent van de aandelen in handen. De rest van de aandelen is nog altijd in bezit van management en personeel van Econcern zelf.
Econcern bloeide op naarmate de ongerustheid over klimaat en energie wereldwijd toenam. Van Wijk voelde in 1997 een doorbraak aankomen en vertrok als universiteitsonderzoeker om zich volledig te storten op Econcern. Naast het adviserende werk richtte het bedrijf zich steeds meer op ontwikkeling en realisatie van projecten. „De onderzoeken die wij voor overheden uitvoerden verdwenen onderin de la. Wij wilden echte resultaten zien.”
Een voorbeeld van die drang naar daadkracht is een project dat Econcern nu uitvoert op Curaçao. Op het tropische eiland wordt binnenshuis veel energie gebruikt voor luchtkoeling. Econcern bedacht een systeem waarbij ijskoud zeewater van 600 meter diepte door een pijp van 5 kilometer omhoog komt als koelmiddel. Door drukverschil in het water is pompen niet eens nodig. Omdat het lokale staatsnutsbedrijf, monopolist Aqualectra, inkomsten mis zou lopen door dit duurzame systeem van Econcern, is deze als partner aangetrokken.
Niet alle plannen worden zo succesvol verwezenlijkt. In de jaren negentig probeerde Econcern aardwarmte in het Westland, dat meekomt bij het oppompen van olie, te benutten. Maar oliebedrijven wilden geen geknoei aan hun pompen en gaven Econcern geen toestemming.
Komende maand opent Econcern samen met Eneco het tweede windpark op de Noordzee. Toch kijkt het bedrijf vooral over de grens. Jarenlang was er helemaal geen activiteit in eigen land. Ook nu concentreert Econcern zich nauwelijks op de Nederlandse markt. „Het ontbreekt hier aan politieke daadkracht”, zegt Van Wijk. „Jammer genoeg is hier vrijwel geen markt voor duurzame projecten. Maar in het buitenland hebben we genoeg omhanden.”
Van Wijk had niet durven dromen dat Econcern zo tot bloei zou komen. „Geweldig, we worden een winstbedrijf. Maar we houden vast aan onze missie: een duurzame energievoorziening voor iedereen. Anders had ik net zo goed directeur van een koekjesfabriek kunnen worden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.