Geef het maar toe: het nieuwtje is er een beetje af, van al het ge-www. En ach, kranten lezen in een luie stoel blijkt uiteindelijk leuker dan zitten turen achter een pc, toch? Dit stuk leest u liever van papier dan van een beeldscherm.
Voelt u zich aangesproken? Zo ja, schaam u niet. U hoort niet tot de achterblijvers die ’toch nooit met nieuwe technologie kunnen omgaan’. Als u recent wat minder vaak het internet hebt afgestruind dan u gewend was, behoort u juist tot de avant garde!
ls we onderzoeksbureau comScore mogen geloven, en dat mag, want het is een gerenommeerd bureau, dan heeft Nederland in juni minder gesurft dan een jaar geleden. Dat is vermoedelijk een wereldprimeur. Voor het eerst sinds de stormachtige opkomst van het internet is het bezoek daaraan in een land gedaald. De afname mag dan misschien geen naam hebben: netaan een half procent, maar toch, het is een klein ’historisch’ moment.
In juni vorig jaar bezochten 11,287 miljoen Nederlanders één of meerdere keren het wereldwijde web, in juni dit jaar waren dat er 11,227 miljoen, zo heeft comScore berekend. Met een afname van afgerond 1 procent bungelt Nederland onderaan een lijstje van zestien Europese landen waarin Rusland met een groei van 27 procent bovenaan staat. Frankrijk volgt Rusland met een groei van 21 procent, terwijl Finland net boven Nederland staat, met nog altijd een groei van 6 procent. Nederlanders zijn als enigen minder in plaats van méér gaan surfen.
Heel verwonderlijk hoeft dat ook weer niet te zijn. Want comScore heeft ook gekeken hoeveel procent van de bevolking in juni online is geweest. En in dát lijstje staat Nederland al jaren (nu met 82 procent van de inwoners van 15 jaar en ouder) fier bovenaan. Zoals het ook in de topdrie staat voor het aantal uren dat iemand gemiddeld surft: 23,4 in juni, en het aantal webpagina’s dat hij of zij in die maand heeft bekeken: 2884. Nederlanders surfen zich al suf en logisch dat het dan een keer wat minder is. In Rusland daarentegen was in juni nog slechts 14 procent van de bevolking online en daar kun je de komende jaren dus nog volop groei verwachten.
De vraag is of Nederland de wereld nu toont dat je met 82 procent zo ongeveer het maximum hebt bereikt voor het aandeel van de 15-plussers dat de www-weg op wil. Ik denk eerlijk gezegd van niet; ik denk dat bijna 100 procent weldra haalbaar is. Dat komt door twee ontwikkelingen. Ten eerste is internet nu veelal nog iets dat je thuis eerst moet ’aanzetten’. Met de komst van heel goedkope, zuinige computertjes en van supersnel internet met veel meer diensten, wordt internet weldra iets dat altijd aan staat, en dus vaker wordt gebruikt. Ten tweede verschijnt het web nu in hoog tempo op steeds meer mobiele telefoons. Die worden over een paar jaar vaker gebruikt om te surfen, al was het maar naar buienradar, dan om te bellen (als dat dan niet ook al via internet gaat).
Dus mocht u de laatste tijd wat weinig gesurft hebben: geen nood, u hoort bij de kopgroep. Maar als u over een jaar of twee niet veel vaker dan nu www intikt, dan mag u zich alsnog zorgen maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.