*

 

Praatjes van Jan Marijnissen tonen politieke onmacht

Hans Goslinga − 26/04/08, 02:07

SP-fractieleider Jan Marijnissen, de held van de vorige Kamerverkiezingen met een winst van zestien zetels, meent dat het wantrouwen van de bevolking in de ’politieke elite’ volkomen terecht is. Die elite belooft van alles, maar maakt er een potje van en zorgt vooral goed voor zichzelf, betoogde hij deze week in een ingezonden stuk in de Volkskrant. Volgens Marijnissen is dat geen beeldvorming, gemanipuleerd door een stel politieke oproerkraaiers, ’maar de werkelijkheid die mensen ervaren’.

De resultaten in de peilingen, waar de SP-voorman naar verwijst, lijken hem enigszins in het gelijk te stellen. De gevestigde partijen behaalden bij de verkiezingen in 2006 samen 114 zetels, de protestpartijen 36 zetels. In de jongste politieke barometer van ’Nova’ is een verschuiving zichtbaar van veertien zetels richting protestpartijen, de PVV, Trots op Nederland, de SP en de Partij voor de Dieren. De verhouding tussen de traditionele partijen en de nieuwkomers is nu exact 100 tegen 50. Hieruit kan worden afgeleid dat de onvrede toeneemt, maar dat de gevestigde politiek nog altijd het vertrouwen van een tweederde meerderheid geniet.

In het onvredeblok valt ook een trend waar te nemen, die de aanval van Marijnissen op de elite kan verklaren. Zijn partij staat op fors verlies, Wilders is stabiel en Verdonk lijkt met ruim twintig zetels winst op weg de heldin van de volgende verkiezingen te worden. Deze verschuiving duidt erop dat het onbehagen meer cultureel (angst voor de islam) dan economisch van aard is. Een andere oorzaak kan zijn dat de ontevreden kiezers oud-minister Verdonk eerder deel zien uitmaken van een kabinet dan Marijnissen.

De man uit Oss is al twintig voorzitter en politiek leider van zijn partij, maar vanuit deze elitaire positie is het hem nog nooit gelukt regeermacht te veroveren, niet landelijk en niet in de provincies. In de formatie van 2006 werd hij als eerste buitenspel gezet, wat een nogal pijnlijk verschil opleverde met het succes van de debutant Mat Herben in de formatie van 2002. Ook nu de SP met 25 zetels de derde partij van het land is, blijft haar invloed dus marginaal. Zij profiteert zelfs niet van het populariteitsverlies van de PvdA.

Tegen die achtergrond is het niet eens onbegrijpelijk dat Marijnissen afstand voelt tot wat hij de ’politieke elite’ noemt. Hij heeft nog nooit de kans gehad in overleg met andersdenkenden zijn horizon te verruimen, zoals hij vanwege zijn dominante positie in de partij ook nog nooit compromissen heeft hoeven te sluiten. In zijn aanval op de elite veroordeelt hij die compromissen van de coalitie dan ook als ’gebroken beloften’.

In de aanhef van zijn tirade haalt Marijnissen de uitspraak van Churchill aan ’dat het beste argument tegen democratie een gesprek van vijf minuten met de gemiddelde kiezer is’. Maar in plaats van hardnekkige vooroordelen te bestrijden, zoals het cliché dat politici zakkenvullers zijn, geeft hij daar nieuwe voeding aan. Zo hekelt hij de ministers die loonmatiging preken, maar zichzelf een salarisstijging van dertig procent ’toestoppen’. Die kritiek klopt van geen kanten.

De politici in Den Haag zijn zo bang voor het verwijt van de straat dat ze hun zakken vullen, dat ze dat door de jaren heen juist angstvallig hebben vermeden. De afstand tot de inkomens in het bedrijfsleven, die in de jaren zestig nog viel goed te maken, is daardoor onoverbrugbaar geworden. De terughoudendheid was zo groot, dat nogal wat directeuren in de semipublieke sector en zelfs topambtenaren in Den Haag nu meer verdienen dan de ministers. Om ten minste dat verschil te corrigeren, ligt er al een tijdje een advies om het ministerssalaris met dertig procent te verhogen. Minister Ter Horst wil echter niet verder gaan dan tien procent, opnieuw uit vrees voor populistische scheldpartijen.

Daarmee doet ze niet zozeer zichzelf en haar collega’s te kort als wel de publieke zaak. Het is vanwege het hoge afbreukrisico al geen lolletje meer om politicus te worden; de relatief matige beloning zal het steeds lastiger maken topmensen voor het parlement of het kabinet te rekruteren. Niemand zit erop te wachten niet alleen meewarig te worden bekeken, maar ook nog eens als schietschijf in de media te dienen, zoals de zojuist gekozen PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer deze week ondervond: nog geen twaalf uur in functie en op de televisie al bijna afgebrand.

Haar partijgenoot Vredeling zei twaalf jaar geleden in een gesprek met deze krant dat democratie niet vanzelfsprekend is maar, hoe paradoxaal ook, op het volk moet worden bevochten. Die wijsheid lijkt aan Marijnissen wel besteed. Vredeling handelde er zelf ook naar. Toen de minister van defensie in het kabinet-Den Uyl voor de aanschaf van een nieuw gevechtsvliegtuig stond, trotseerde hij het bemoeizuchtige congres van de PvdA met de gevleugeld geworden uitspraak: ’Congressen kopen geen straaljagers’.

Wie op het kompas van het volk denkt te kunnen varen, komt bedrogen uit, aldus Vredeling. Hij bedoelde daarmee dat politici keuzes moeten maken en daarvoor behoren te staan. Zonder twijfel was dat in zijn tijd, toen de gevestigde partijen nog op een min of meer vaste aanhang konden rekenen, gemakkelijker dan in deze tijd. Het kost nu meer moeite de ontzuilde burgers te overtuigen, wat iets anders is dan ze, zoals Marijnissen doet, naar de mond praten.

In de politiek komt het uiteindelijk aan op karakter en moed. Hamer gaf daarvan blijk toen ze begin vorig jaar het voorstel deed een parlementair onderzoek te houden naar de grote onderwijshervormingen, wetende dat de uitkomsten pijnlijk voor de PvdA zouden zijn. Dat zegt meer dan die stroom grote woorden van Marijnissen.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />