*

 

Grenzen aan meningsvrijheid? Bepaald niet

Elma Drayer − 08/05/08, 01:50

Minister Hirsch Ballin van justitie heeft zich gebogen over de smalende godslastering. Hij schreef er een brief over naar de Kamer, die per abuis eind vorige week al op de site van zijn ministerie belandde. Het was een ’nog niet af’ concept, haastte een woordvoerder zich te zeggen. De echte brief komt pas na het meireces.

Maakt dat wat uit? Nee, natuurlijk. De kans lijkt me althans gering dat de strekking van het officiële schrijven straks dramatisch anders zal zijn. De conceptbrief is immers geheel in lijn met hoe het huidige kabinet tot nu toe omspringt met de vrijheid van meningsuiting.

Voorlopig dieptepunt in dit verband is wel de verbetenheid waarmee premier Balkenende probeert Opinio aan te pakken. Dit weekblad publiceerde begin april een vlammende rede over islam en christendom die de man zou hebben uitgesproken tijdens een CDA-bijeenkomst. En echt, een kleuter begreep meteen dat hier het genre van de pastiche werd bedreven.

Niettemin spande de minister-president een kort geding aan. Belangrijkste argument: in verre buitenlanden zouden ze niet begrijpen dat het hier een satire betrof. Gelukkig zag de voorzieningenrechter het probleem niet. Maar Balkenende liet het er niet bij zitten en begon een bodemprocedure.

Dat er na dit bericht niet onmiddellijk een opstand is uitgebroken onder cabaretiers, cartoonisten en andere grappenmakers is mij een raadsel. Al was het maar omdat zij acuut brodeloos raken als Balkenende deze zaak wint.

En nu is daar Hirsch Ballin, die eveneens vindt dat het met die vrijheid van meningsuiting heus wel wat minder kan. Zij kent volgens hem ’bepaalde grenzen’. De huidige wet op de smalende godslastering biedt in zijn ogen „weinig bescherming tegen krenking van godsdienstige gevoelens”.

En hoewel een ruime Kamermeerderheid onlangs nog aandrong op afschaffing van de betreffende wetsartikelen, komt Hirsch Ballin met een uitbreiding ervan. Voortaan moet niet alleen het ’godsbeeld van een religie’ beschermd worden, maar dienen wij óók af te blijven van „heilige boeken of andere kernwaarden van een godsdienst of levensovertuiging”. Speciaal als dit gevolgen kan hebben voor de ’openbare orde’.

Ik probeer het me voor te stellen.

Volgens mijn heilige geschrift mogen blondharigen en roodharigen elkaar geen hand geven. U vindt dat wellicht een beetje mal, maar u moet mijn opvattingen respecteren. Anders krenkt u me in mijn godsdienstige gevoelens.

Mijn geestelijk leider schrijft me voor dat ik vijfmaal daags het Wilhelmus moet declameren. U vindt dat wellicht wat hinderlijk, maar u mag daar niets van zeggen. Anders krenkt u me in mijn godsdienstige gevoelens.

Mijn kerkgenootschap heeft verordend dat de consumptie van chocola uit den boze is. U moet daar wellicht om glimlachen, maar in mijn bijzijn dient u zich eveneens van chocola te onthouden. Anders krenkt u me in mijn godsdienstige gevoelens.

Ik wil maar zeggen: als de minister dit voorstel erdoor krijgt, dan kan elke zot met een beroep op de wet andersdenkenden de mond snoeren. Waarmee de vrijheid van meningsuiting de facto is afgeschaft. Ook dat zou trouwens een kleuter kunnen begrijpen.

Treurig genoeg wist het ministeriële schrijven tot nog toe nauwelijks beroering te wekken. Alleen op rechtse blogs rommelde het, en Kamerlid Boris van der Ham uitte zijn ongenoegen. Elders bleef het akelig stil.

Maar ja. Misschien is de vrijheid van meningsuiting wel zoiets als benen hebben om op te lopen, ogen om mee te zien, oren om mee te horen. Het bezit ervan lijkt zo volstrekt vanzelfsprekend. Pas als je het moet ontberen, besef je hoe gezegend je was.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />