*

 

goslinga / ’Deep Throat’ legt zwakte van dit kabinet bloot

Hans Goslinga − 02/02/08, 02:00

De intellectuele bollebozen in het kabinet-Balkenende IV zijn er nog altijd niet in geslaagd het politieke debat naar hun hand te zetten. Het lijkt erop dat ze maar zo’n beetje hun eigen gang gaan, niet geprikkeld in lastige kwesties naar een nieuwe, verrassende synthese te zoeken.

De ploeg mist daardoor een dwingende uitstraling en brengt geen dynamiek op gang. In dat vacuüm hoeft de radicaal Wilders maar even te kuchen om de aandacht naar zich toe te trekken. Het politieke relletje over de pornofilm ’Deep Throat’ was deze week illustratief voor het onvermogen.

Hoewel het kabinet zelf de ’seksualisering van de samenleving’ als een nieuwe uitdaging op de politieke agenda heeft gezet, bleek het niet in staat tot een origineel antwoord op de omstreden tv-uitzending van de pornoklassieker. Daarentegen greep minister van jeugdzaken Rouvoet de gelegenheid aan om een moreel appèl op de omroepverenigingen BNN en VPRO te doen van uitzending af te zien. Hij maakte daarmee reflexen los, die de overleefde tegenstelling te zien gaven van christelijk en preuts versus liberaal en vrijgevochten.

Hoe overleefd bleek uit de commentaren van de media. Trouw, het Nederlands Dagblad, Rouvoets lijfblad, en de rijzende EO-ster Arie Boomsma waren vóór uitzending van de film, mits geplaatst in een bredere context. De Volkskrant, de krant van wat zich dertig jaar terug als ’progressief Nederland’ liet samenvatten, verklaarde zich tegen. Dat lag in 1967 nog totaal anders, toen het fotomodel Phil Bloom in het roemruchte VPRO-programma ’Hoepla’ een opengevouwen exemplaar van Trouw langzaam liet zakken en daarmee voor het eerst op de Nederlandse televisie twee blote borsten onthulde. In dat perspectief was er deze week dus sprake van een historisch moment en ligt het in de lijn daarmee dat EO-directeur Henk Hagoort tot voorzitter van de publieke omroep is benoemd en niet Volkskranthoofdredacteur Pieter Broertjes, die als geheid kandidaat gold.

Met zijn reflexmatige reactie heeft Rouvoet de verschuiving kennelijk niet goed aangevoeld. De reflex was zelfs zo sterk dat hij met zijn oproep de staatsrechtelijke zonde beging de eenheid van het kabinetsbeleid te doorbreken. Niemand tilde er zwaar aan, zeker premier Balkenende niet die in een vorige regeerperiode dezelfde zonde beging met een tirade tegen de tv-satires op de koninklijke familie. Het gevolg van de tweespalt is echter wel dat het kabinetsbeleid om de seksualisering van het publieke domein te bestrijden aan overtuigingskracht heeft verloren en ook dat de staatkundige verrommeling niet aan de Treveszaal voorbijgaat.

Over veel middelen om de verseksing van het openbare leven tegen te gaan beschikt de overheid niet, hoezeer vrijzinnige politici zich ook beducht tonen voor betutteling, maar het zou al heel wat zijn als het debat van de besmuiktheid kan worden ontdaan. Daarvoor is het volgens Plasterk in zijn nota over vrouwenemancipatie nodig de oude ideologische tegenstelling te doorbreken en het verschijnsel in een ander perspectief te bezien. Door het oprukken van de pornocultuur van de schemerzones naar de bovenwereld, vooral via internet, hebben veel argumenten aan betekenis verloren.

Zo meende het VVD-Kamerlid Remkes de kwestie af te doen met het cliché dat er aan het tv-toestel een aan- en uitknop zit. Dat argument bevat een fijn liberaal gehalte: de mensen maken zelf wel uit wat ze wel of niet zien. Maar het miskent de realiteit net zo hard als een lukraak uitzendverbod, ook al geldt dat de publieke omroep, waaraan striktere eisen mogen worden gesteld.

In het politieke debat ten tijde van Phil Bloom, toen veel mensen zich losmaakten van de moraal die de dominee en de pastoor predikten, speelde het argument van de keuzevrijheid een voorname rol. Progressieve politici als de PvdA-Kamerleden Roethof en Voogd wilden om die reden de overheid de mogelijkheid ontnemen om vanwege de goede zeden in radio- of tv-programma’s te kunnen ingrijpen. Een volwassen democratie moest in hun ogen uitgaan van de mondigheid van burgers, hun vermogen om zelf te kiezen, te aanvaarden en af te wijzen. Remkes zou wellicht een toontje lager hebben gezongen, als hij had geweten dat de VVD in 1973 het initiatiefwetje van de sociaal-democraten samen met de christelijke partijen torpedeerde.

Zo vetvrij als hij suggereerde zijn de papieren van de VVD op dit punt dus niet. Pas aan het eind van de jaren zeventig lukte het de persvrijheid, die kranten reeds lang genoten, ook volledig door te trekken naar de radio en televisie. Als afgestudeerd rechtsfilosoof weet Rouvoet dat natuurlijk heel goed. Zijn aankondiging van een onderzoek naar een uitzendverbod voor ’Deep Throat’ was dan ook een slag in de lucht. Als hij daarmee aan zijn protestantse kiezers wilde tonen te midden van atheïsten, katholieken en gereformeerden van een lichter soort nog altijd zijn mannetje te staan, zijn ze al snel van een koude kermis thuisgekomen.

Minister Plasterk van media en literatuur, zoals hij zichzelf graag noemt, kon de uitlatingen van Rouvoet uiteraard niet onweersproken laten. Naderhand bedekte hij Rouvoets preekje voor eigen parochie met de mantel der liefde. Dat is grootmoedig, maar het onbevredigende is dat ook Plasterk een kans heeft laten lopen zijn beleidsinzet krachtig neer te zetten. Vanaf nu zal het kabinet op dit vlak vooral meewarigheid oproepen. Juist van twee scherpzinnige geesten als Plasterk en Rouvoet had meer mogen worden verwacht. Het ontbreekt dit kabinet aan een gevoel van verplichting.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />