SP-Kamerlid Harry van Bommel bracht de meivakantie door in Suriname. En uit de krant begreep ik dat hij het aangename moeiteloos met het nuttige heeft verenigd. Tijdens een toespraak, vrijdagavond in Paramaribo, bood hij excuses aan voor het gedrag zijner voorvaderen. „Ik voel mij als nazaat van een slavenhouder medeverantwoordelijk voor die donkere bladzijde.”
En o ja, hij zou gaarne zien dat premier Balkenende, deze week toevallig ook in Suriname, zijn goede voorbeeld volgde. Want hoewel de slavernij al 145 jaar geleden werd afgeschaft, is volgens Van Bommel geen Nederlandse regering ooit door het stof gegaan.
Wilde het Kamerlid gewoon weer eens de krant halen? Of zou er echt wat mankeren aan zijn geheugen?
In 2001, tijdens de VN-Wereldconferentie tegen Racisme te Durban, bood toenmalig minister Roger van Boxtel excuses aan voor de slavernijpraktijken. Een jaar later herhaalde hij dat tijdens de onthulling van het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark, waarbij ook de premier en de koningin aanwezig waren.
„Namens de Nederlandse regering betuig ik oprecht diepe spijt over wat er in het verleden is gebeurd als het gaat om slavernij en slavenhandel”, zei Van Boxtel. „Mensen zijn daardoor hun identiteit, vrije wil en daarbij het meest wezenlijke, namelijk hun mens-zijn ontnomen.”
’Oprecht diepe spijt’ – het lijkt me toch moeilijk mis te verstaan. Waarom deed Van Bommel dan alsof deze officiĆ«le spijtbetuiging nooit is uitgesproken?
Omdat hij, vrees ik, tot het slag westerlingen behoort dat zich het liefst elke dag zou wentelen in schuld en schaamte. Zij geloven misschien niet in de Schepper, maar wel in een seculiere variant op de klassieke erfzonde.
Kort samengevat: omdat onze voorvaderen geen lieverdjes waren, zijn wij in zonde ontvangen en geboren. En per definitie schuldig, tot in het zoveelste geslacht. Wij dragen een verschrikkelijke last op de schouders. En dus dienen wij ons permanent te schamen.
Inderdaad, een typisch westerse hobby. Zo waren het de Arabieren die de georganiseerde slavenhandel uitvonden. Al vanaf de negende eeuw voerden ze miljoenen Afrikanen weg van het continent, omdat de nieuwe islam de handel in medemoslims afkeurde. Toch zul je hedendaagse Arabieren zelden betrappen op de historische zelfkastijding waaraan Europeanen zich zo enthousiast overgeven. En ik kan ze, voor deze ene keer, geen ongelijk geven.
Zo’n morele blik op het verleden vertroebelt immers lelijk het gezonde verstand. Hoezo kun je je verontschuldigen voor daden die je zelf nimmer hebt begaan?
Bovendien zorgt die blik ervoor dat de nazaten van de daders eeuwig dader, en die van de slachtoffers eeuwig slachtoffer blijven. Heel bevredigend, wellicht. Maar wie er wat mee opschiet, is de interessante vraag. Want wat als de excuses nogmaals zijn aangeboden, de spijt wederom is betuigd, de vergeving opnieuw gevraagd? Trekt dat Suriname uit de malaise, de Antillen uit de armoe? Was het maar waar.
Natuurlijk was de slavenhandel geen glorieus hoogtepunt uit de vaderlandse geschiedenis. En dat de gevolgen ervan tot op de huidige dag merkbaar zijn – niemand zal het ontkennen. Terecht is het thema dan ook opgenomen in de nieuwe historische canon, zodat elk Nederlands schoolkind er voortaan weet van heeft. Terecht is er dan ook een Slavernijmonument verrezen, zodat het aangedane leed jaarlijks kan worden herdacht.
Maar even terecht hield premier Balkenende dinsdag in Paramaribo het hoofd koel. Nieuwe excuses zouden even potsierlijk als gratuit zijn.
De gesproken column is te zien en te horen op www.trouw.nl/video
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.