*

 

schouten / Arme miljardairs

Rob Schouten − 18/07/08, 00:54

In de supermarkt aangekomen zag ik dat de koffie duurder was geworden. Het trof me vooral dat het mij trof. Van de meeste producten weet ik helemaal niet hoeveel ze moeten kosten. Shampoo? Geen idee. Vuilniszakken? 1 euro? 1,50?

Maar koffie is kennelijk dagelijks genoeg om je prijsbewust te maken. De koffie was niet met een paar centen omhoog gegaan maar in één klap wel dertig cent duurder geworden, meer dan tien procent. Ik prees de grutter om zijn tactiek. Door de prijsverhoging in de vakantieperiode door te voeren, voelden de mensen het allicht minder. Verward door buitenlandse prijzen en nog euforisch van de lekkere koffie in Griekenland of Turkije zouden velen het allicht niet eens merken. Maar ik was niet op vakantie en merkte het wel.

Dus stroomde ik vol economisch besef. Mijn lichaam trilde even van geldontwaarding en inflatie, mijn ogen stroomden vol met oplopende olieprijzen en gevolgen van de Amerikaanse kredietcrisis. Even was ik een homo economicus. Je hele leven lang werden dingen almaar duurder, veelal ongemerkt. De eerste nieuwe auto die mijn vader kocht, ik was een jaar of tien, kostte 4995 gulden. Een Opel Kadett. Voor de door mij feller begeerde Ford Consul Cortina hadden mijn ouders kennelijk niet genoeg geld, die kostte precies 5555 gulden. Kom er nog maar eens om. Er moet ergens een som te maken zijn hoeveel minder het geld waard wordt gedurende een gemiddeld mensenleven en wat dat voor invloed heeft op het humeur.

De kapper die mijn hoofd, zonder enig beleid overigens, knipte ving daarvoor negentig cent (’Ga maar zitten, jongmens’, sprak hij altijd, ook dat herinner ik me nog als de dag van gisteren). Er was ook een iets duurdere kapper in de buurt, die een gulden rekende, minder dan vijftig eurocent. Geld wordt dan wel steeds minder waard, sommige goederen daarentegen stijgen juist in waarde. De Rolls Royce, die ik als Dinky Toy, voor mijn negende verjaardag van tante Nel kreeg, kostte toen een gulden of vijf, maar levert inmiddels zo’n zeventig euro op, zelfs de inflatie kan dat niet bijbenen. Het is een soort kunst geworden, iets van een oude meester. Wat een nutteloze gedachten riep de duurder geworden koffie in mij wakker. Maar ik kon er niet mee ophouden.

Mensen klaagden graag dat alles duurder werd. Dat behoorde samen met het weer tot de meest favoriete onderwerpen van onze soort. Zonder geldontwaarding zouden we ons misschien wel gaan vervelen. Van de miljoenen die alle megaprojecten in Nederland altijd duurder uitvielen dan begroot moest je toch ook weer wat aftrekken vanwege de voortschrijdende geldontwaarding, bedacht ik. Niet veel misschien maar toch een paar procent om ons te troosten. Maar mensen zien geld niet graag minder waard worden, al is het een economische wet dat dat wel gebeurt. Ze worden er onrustig van, voelen dat de wereld ten onder gaat. In Zimbabwe, las ik, bedraagt de inflatie inmiddels twee miljoen procent. Dat valt voor een mens niet meer bij te benen. Miljardair zijn en straatarm. Wij mogen niet klagen. Maar ik doe het lekker toch: dertig hele centen duurder!

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />