Nog altijd wachten duizenden kinderen in Nederland veel te lang op hulp. Waarom lukt het maar niet om die wachttijden voor jeugdzorg te verlagen?
Eerst was er, begin deze week, nog goed nieuws over de jeugdzorg. Steeds meer mensen bellen het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling als ze vermoeden dat een kind mishandeld wordt, blijkt uit nieuwe cijfers. Kinderleed dat vaak verborgen blijft, komt dus meer aan de oppervlakte. Want na zo’n melding kan er hulp op gang komen, die de situatie voor het kind verbetert.
Maar in een brief aan de Tweede Kamer zorgde minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) eind deze week alweer voor de domper. Op 1 april stonden er ruim 3600 jongeren op wachtlijsten in de jeugdzorg, tegen ruim 3800 in januari. Verder zijn er nog bijna 2300 kinderen die op jeugdzorg moeten wachten, maar wel tijdelijk andere hulp krijgen. In januari waren dat er nog bijna 2500.
Ondanks extra geld dat minister Rouvoet voor de jeugdzorg kreeg, is er dus slechts sprake van een zeer geringe daling van de wachtlijsten.
Er volgde nog meer slecht nieuws. Die op zich wel dalende trend van de wachtlijsten zal volgens de MO Groep, de brancheorganisatie van de Bureaus Jeugdzorg, niet doorzetten. Op termijn zullen de problemen verder toenemen, zegt de MO Groep. Het aantal kinderen dat hulp nodig heeft, zal namelijk verder groeien, terwijl er niet meer geld is toegezegd.
Daar ligt een van de oorzaken van het wachtlijstprobleem. Al jaren groeit het aantal kinderen dat zijn weg vindt naar de jeugdzorg hard, met zeker 10 à 20 procent per jaar. Het kabinet trekt wel meer geld uit voor de jeugdzorg, maar niet genoeg om die groei aan te kunnen.
Kun je niet meer kinderen helpen door het geld zorgvuldiger uit te geven? Onderzoeken genoeg die aantonen dat de organisatie van de jeugdzorg te versnipperd is. Een kind dat bijvoorbeeld extra hulp nodig heeft op school, daarnaast assertiviteitstraining behoeft en naar de psycholoog wil, moet telkens langs verschillende loketten. Elke hulpinstelling heeft zijn eigen intakeformulier, zijn eigen financieringssysteem, zijn eigen rapportages. Vaak werken deze instellingen beroerd samen. Het is al vaak geconstateerd, maar tot daadkracht of merkbare verbetering heeft dat niet geleid.
’RTL Nieuws’ kwam deze week nog met een andere geld slurpende misstand. Interim-managers in de jeugdzorg krijgen soms riante salarissen, zelfs boven de Balkenende-norm van 170.000 euro per jaar. De MO Groep verdedigde zich: de bedragen die betaald worden zijn marktconform.
Minister Rouvoet zoekt de oplossing voor de jeugdzorgproblemen in het opzetten van een Centrum voor Jeugd en Gezin in elke wijk. Die centra moeten straks hulp bieden bij een licht probleem. In de toekomst zal de vraag naar zwaardere en dure jeugdzorg daarmee dalen, denkt hij. Maar of die verwachting uitkomt? Er kleeft ook een gevaar aan de nieuwe gezinscentra: hoe voorkom je dat er niet weer een taaie bureaucratische laag bijkomt?
Niet vreemd dus dat onder andere GroenLinks pleit voor een parlementair onderzoek naar de jeugdzorg. Om uit te zoeken waarom de wachtlijsten blijven groeien, ondanks al het overheidsgeld dat erin gestopt wordt. En om te bedenken welke maatregelen echt nodig zijn om kinderen in nood eindelijk snel en goed te helpen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.