Blijft er nog iets over van onze privacy? Trouw besteedt in een aantal artikelen aandacht aan deze vraag. Vandaag: Milton Mueller denkt dat de tijd voorbij is dat mensen hun privacy zomaar weggeven voor een ’hoger’ maatschappelijk doel.
’Privacy is dood! Wen er maar aan!’Scott McNealy had er in 1999 weinig woorden voor nodig om de nieuwe ’realiteit’ samen te vatten. Het werden al snel vaak geciteerde woorden. Als topman van het bedrijf Sun had hij ook recht van spreken. Sun verdient zijn geld met het leveren van internetapparatuur en software. Dankzij het internet was privacy tien jaar geleden een snel verdwijnend fenomeen.
„Vraag McNealy nu nog maar eens of privacy dood is, nadat je in zijn eigen computer hebt ingebroken of op een site zijn wachtwoord hebt gestolen”, repliceert negen jaar later Milton Mueller, hoogleraar informatie- en communicatiebeleid aan de Universiteit van Syracuse in de Verenigde Staten. „Dan zal hij er beslist anders over denken.”
Mueller bekleedt sinds 1 januari de XS4All-leerstoel aan de Technische Universiteit van Delft. XS4All, een van Nederlands bekendste en oudste internetservice providers, heeft de hoogleraar naar Nederland gehaald om studenten op te leiden op het vlak van veiligheid en privacy op het internet. Mueller is daarmee het levende bewijs dat in ieder geval de discussie over privacy op internet niet dood is.
„Wat je van privacy op het internet vindt, hangt natuurlijk sterk af van aan welke kant van de camera je staat. McNealy verdiende in 1999 zijn geld aan het feit dat steeds meer mensen op het web een deel van hun privacy opgaven”, relativeert Mueller nu. „Maar privacy is helemaal niet dood. Dat is ook niet de kwestie: wel of geen privacy. Privacy en veiligheid vormen twee kanten van de zelfde medaille. Tussen die twee moet je voortdurend afwegingen maken.”
„We leven tegenwoordig in een wolk van informatie. Daarin moeten we bepalen welke data we per se willen beschermen en welke gegevens wel en door wie ingezien mogen worden.”
„Een van mijn onderzoeksterreinen is deep packet inspection, wat neerkomt op het bekijken van de inhoud van de pakketjes bits waarmee informatie over het internet wordt verstuurd. Routers op internet moeten die pakketjes net zo vaak naar een volgend adres doorsturen totdat de informatie de bestemming bereikt. Daarvoor kijken routers naar het adreslabeltje dat aan een pakketje is toegevoegd. Maar de routers zijn inmiddels zo krachtig geworden dat ze ook heel snel naar de inhoud van een pakketje kunnen kijken en kunnen bepalen wat ze daar dan mee moeten doen. Het is alsof de postbode je brief open maakt en aan de hand van de inhoud bepaalt of hij de brief zal bezorgen.”
„Die technologie kun je heel rechtmatig en nuttig gebruiken, maar het kan uiteraard ook heel beangstigende effecten hebben. De router kan ontdekken dat de pakketjes onderdeel uitmaken van een telefoongesprek en dus voorrang behoeven op pakketjes die minder aan tijd gebonden zijn. ’Maar hé’, ontdekt de eigenaar van de router, ’dat telefoongesprek is van een abonnee van een concurrent, dus dat kan wel even wachten.’ Of de router ontdekt dat ik een videofilm verstuur waar copyright op rust, en houdt de betreffende pakketjes ’dus’ tegen.”
„Het laatste speelt al in België, waar een rechter internetproviders op verzoek van de muziek- en filmindustrie wil verplichten om de pakketjes allemaal te inspecteren en zonodig te blokkeren. Maar dan begeef je je op een hellend vlak. Je laat machines oordelen over zaken waar je eerst een rechter voor nodig had. En machines kunnen dat gewoon niet zo goed. Computers denken binair: het is een 1 of een 0, het is goed of het is slecht.”
„Neem bijvoorbeeld een filmpje op YouTube waar een stukje video in is verwerkt uit een speelfilm. Diefstal zegt de industrie; blokkeren zegt de computer die het stukje film herkent. Maar jij als journalist mag citaten van anderen overnemen in jouw geschreven stukken. Dat is een redelijk gebruik. En ook voor educatiedoeleinden kan het van belang zijn om originele filmfragmenten te gebruiken.”
„In Nederland ga ik ook extra aandacht besteden aan privacy in combinatie met mobiel internet. Nu al kunnen overheden bij mobiele belbedrijven opvragen waar je wanneer naar welk ander nummer je hebt gebeld. Zo meteen kun je met je mobieltje via Google heel makkelijk restaurants vinden in de omgeving waar je op dat moment bent. Als jouw zoekvragen worden bewaard door Google, kan iemand achteraf vaststellen ’Ach meneer Mueller, u stond woensdag om kwart voor zes voor Oude Delft 83 en zocht een Chinees restaurant, hebt u in dat restaurant toevallig niet die en die ontmoet?’ En mobiel gebruik gaat draadloos, waardoor anderen met de juiste apparatuur ongemerkt draadloos de gegevens uit jouw mobiele telefoon kunnen aftappen.”
„Internet maakt een openheid en creativiteit mogelijk die zijn weerga niet kent, maar ook een ongekende hoeveelheid spam en nieuwe vormen van criminaliteit. Dat roept een beeld van chaos op. De uitwassen wil men bestrijden door betere controle. De politieke debatten van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw dreigen zich te herhalen. Toen zorgden democratisering en een nieuwe kapitalistische maatschappijvorm voor chaos en werd links en rechts geroepen om een dictator om de orde te herstellen. Maar de orde van een gecentraliseerde macht is een valse orde. Die doodt de dynamiek van een samenleving. Je hebt juist een macht nodig die decentrale besluitvorming stimuleert.”
„Je kunt het internet ook goed met een stad vergelijken. Je wilt criminaliteit zo veel mogelijk buiten de poorten houden, maar dat zal je nooit helemaal lukken. Zelfs als je de privacy heel vergaand afschaft en maximale controle toepast, kan dat niet. De Chinese overheid heeft bijna onbeperkte macht om de ’openbare veiligheid’ te beschermen. Is de criminaliteit daar minder? Nee; zij verplaatst zich hooguit: van misschien wat minder straatroof naar meer corruptie. Je móet een afweging maken tussen zinvolle controle en het recht op privacy en vrijheid, anders smoor je de ontwikkeling van een samenleving.”
„Ik denk dat privacy bezig is aan een stevige come back. Na 9-11 was er in de VS en Europa een brede bereidheid privacy uit het raam te gooien. Daar komt nu een kentering in. Over een jaar, na het vertrek van de regering Bush, zal dat ook zeker in Amerika gebeuren. Of er nu een democratische of een republikeinse president komt: een deel van de privacyschendingen die de afgelopen jaren mogelijk zijn geworden, zullen worden teruggedraaid.”
„Het probleem is nog wel dat mensen, ook politici, te snel geneigd zijn te denken dat privacy op het internet een kwestie van techniek is: apparaten maken de schending van privacy mogelijk en dus lossen we dat ook wel weer op met apparaten en systemen. Maar bij de privacy gaat het om informatie en in een samenleving zijn er conflicterende belangen rond informatie: wie mag de data gebruiken, en kan ze daardoor misbruiken. Uiteindelijk gaat het niet om apparaten maar om institutionele en politieke vragen waarop een antwoord moet worden geformuleerd.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.