*

 

Banken zijn te belangrijk om aan markt over te laten

Harrie Verbon − 01/12/08, 00:00

Vroeger in de knusse jaren 50 van de vorige eeuw brachten wij als kinderen de paar zakcentjes die we aan het einde van de maand overhielden naar de nutsspaarbank bij ons in de buurt. Daarna gingen wij weer naar huis met ons bankboekje waarop die paar centjes waren bijgeschreven.

De rente die vergoed werd over het spaargeld was zo laag dat nauwelijks de inflatie van de jaren 60 kon worden bijgehouden. Inmiddels bestaan de nutsspaarbanken niet meer, maar zijn ze opgegaan in gewone commerciële banken, zoals de VSB bank.

De laatste drie decennia zijn veel vanuit particulier initiatief of vanuit de overheid georganiseerde nutsbedrijven in commerciële handen overgegaan. Door collectiviteiten gerunde bedrijven zijn niet efficiënt, zo was de gedachte, omdat iedere winstprikkel ontbreekt. Waarom zouden bureaucraten hun best doen om hoge winsten te halen of technische vernieuwingen door te voeren als ze er zelf met hun vaste inkomen niet beter van konden worden? Mensen, zo zeggen economen, spannen zich alleen maar extra in voor het algemeen belang als ze er zelf de vruchten van plukken. Daarom zijn bonussen nodig om managers er toe aan te zetten de waarde van hun bedrijf zo hoog mogelijk te doen zijn. Als die bedrijven het algemeen belang dienen, bevorderen bonussen ook nog eens het algemeen belang.

Dit was misschien wel de redenering van de bestuursvoorzitter Bert Heemskerk van de Rabobank afgelopen woensdag tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer over de financiële crisis. Banken zijn nutsbedrijven, zo zei hij, die niet volledig in handen zouden mogen zijn van aandeelhouders op de beurs. Over bonussen voor de topbankiers zweeg hij. Het is bekend dat topbankiers grootverdieners zijn en dat werd altijd gerechtvaardigd door de constatering dat zij door hun strategische beslissingen de waarde van hun bank met soms wel miljarden euro’s kunnen vergroten. Nu we midden in de grootste kredietcrisis ooit zitten weten we ook dat de topbankiers deze hoge toppen in de waarde van hun bedrijf in het verleden hebben behaald door rakelings langs de afgrond te scheren. Dat konden ze doen omdat ze wisten dat de overheid ze wel weer uit de afgrond zou takelen, mocht het misgaan. Zonder banken kan de economie immers niet draaien en als er een grote bank zou omvallen, zou er heel veel mee omvallen. Dat is gebleken. Toen de Amerikaanse overheid Lehman Brothers failliet liet gaan, dreigde even een totale globale ineenstorting van het financiële systeem.

Zou het allemaal anders afgelopen zijn als alle banken, net als de Rabobank, georganiseerd waren als een coöperatieve bank, en daarom niet op de beurs genoteerd zouden zijn? Opvallend is dat de Rabobank zich in het geweld van neerploffende beurskoersen nog redelijk staande houdt, maar of dat door hun coöperatieve structuur komt, weet niemand. Wat we wel weten is dat excessen in de beloning en in het gedrag van topbankiers kunnen worden voorkomen als er belangrijke aandeelhouders zijn die zich niet direct door commerciële belangen laten leiden. Zo voorkwamen Nederlandse pensioenfondsen dat Rijkman Groenink commissaris bij Shell kon worden. Degene die het meest voor de rol van grote niet-commerciële aandeelhouder in aanmerking komt, is natuurlijk de overheid zelf. Dat kan de Nederlandse overheid zijn, maar het zou ook bijvoorbeeld een supranationale autoriteit kunnen zijn die een meerderheidsbelang neemt in Europese banken die internationaal opereren. Hoe dan ook, als de overheid een grotere vinger in de pap krijgt bij Nederlandse banken, is er een grotere kans dat banken weer hun bescheiden rol van smeerolie voor de economie gaan spelen.

De tijden van superwinsten op de beurzen keren niet meer terug. De vergrijzing gaat de komende jaren flink doorzetten, en vergrijzing betekent dat de behoefte aan risicokapitaal zal afnemen. In zo’n economisch klimaat is de overheid bij uitstek aangewezen om op vaderlijke wijze de banken op het rechte en voorzichtige pad te houden. Mijn pleidooi is niet om de banken van de beurs te halen, zoals Heemskerk van de Rabobank suggereert, maar om de overheid een meerderheidsbelang te geven in de banken.

Concreet, nu minister Bos al eigenaar is van de ABN/Amro/Fortisbank, moet hij niet, zoals de bedoeling is, afstevenen op een verkoop van het bedrijf, maar minstens de helft van het bedrijf behouden.

mailIcon print |