*

 

Achter in café de Condé zat ze, aan een tafeltje

Ger Leppers − 22/11/08, 00:00

Voor in de zestig is de Franse schrijver Patrick Modiano inmiddels. Maar nog steeds wordt hij gefascineerd door de periode van de late jeugd en de vroege volwassenheid van zijn personages. Dat zijn immers de jaren waarin de persoonlijkheid zijn definitieve vorm krijgt, waarin indrukken het heftigst worden beleefd, en gepaard gaan met een vreugde, maar ook een gêne waaraan later met onrustige melancholie wordt teruggedacht.

  • Parijs, jaren zestig. Hoe is het de bohémiens van toen vergaan? (FOTO AP)

De hoofdpersonen van de boeken van Modiano zijn doorgaans geen doeners, maar kwetsbare getuigen van het leven van anderen. Zij hebben zelden een echte band met hun ouders, en zij speuren hun verleden af op zoek naar betekenisvolle gebeurtenissen, naar het ene moment waarop het misschien misging met hun leven. Of waarop het misging met het leven van de mensen die zij hebben gekend, maar die zij uit het oog verloren zijn.

Zij keren terug naar de plekken die hen gevormd hebben, naar voorwerpen en gebeurtenissen die aan hun bestaan alsnog een betekenis en samenhang kunnen geven, en verbazen zich erover dat de details die in het geheugen zijn blijven hangen volstrekt willekeurig lijken.

De lezer komt doorgaans niet veel te weten over het huidige leven van Modiano’s personages. Enkel het verleden met zijn hardnekkige raadsels telt. Wat de personen uit Modiano’s romans aan het slot van hun speurtocht aan de weet zijn gekomen, is meestal onsamenhangend en weinig, en blijkt vaak ook nog onzeker.

Dat alles wordt verteld in een zeer geraffineerde, schijnbaar onnadrukkelijke taal, waarin elk woord op zijn plaats staat. Een eleganter, preciezer proza dan dat van Modiano wordt er in het Franse taalgebied momenteel niet geschreven.

’In het café van de verloren jeugd’, in prachtig Nerderlands vertaald door Maarten Elzinga, is Modiano’s nieuwste roman. En het is weer een heel mooie.

Het café van de titel is het voormalige Parijse café de Condé, dat in de vroege jaren zestig als ontmoetingsplaats fungeert voor een groepje hele en halve bohémiens, kunstenaars en studenten. Het centrale personage is het meisje Louki, dat op een avond opduikt aan een tafeltje achterin de zaak. Haar gelijkmoedigheid en onverschilligheid maken haar even aantrekkelijk als onbereikbaar.

Vier personages die op verschillende momenten van Louki’s lotgevallen getuige waren, vertellen ieder een deel van het levensverhaal, en leggen uit hoe zij geprobeerd hebben zich over haar te ontfermen en over haar te waken.

Als in een superieure detectiveroman onthult Modiano beetje bij beetje de bijzonderheden van het leven van deze jonge vrouw. Maar nooit trekt het waas van geheimzinnigheid dat haar omhult, volledig op. De vraag of haar tragische einde te voorzien was geweest, blijft tenslotte in de lucht hangen.

Maar dan heeft de lezer inmiddels al kennisgemaakt met een reeks excentrieke, vaak schimmige hoofd- en bijfiguren, die Modiano als vanouds en als geen ander uit zijn hoge hoed weet te toveren, en die hij in een schijnbaar achteloze choreografie om elkaar heen laat draaien: een jongeman die bij wijze van tijdverdrijf in een schrift de administratie bijhoudt van binnenkomende en vertrekkende cafégasten, een privédetective die zich voordoet als de uitgever van kunstboeken, een jongen die schrijver wil worden en werkt aan een boek over ’De neutrale Zones’ van Parijs - de ’overgangswijken’ waar niet veel te zien of te beleven valt - , een pseudofilosoof, een moeder die als portier in de Moulin Rouge werkt. Eens te meer doen Modiano’s langzamerhand onaantastbare vakmanschap en zijn verslavende melancholie hun werk.

mailIcon print |