*

 

Snip in de tuin

Koos Dijksterhuis − 12/11/08, 00:00

Een lezer vond een dode vogel in de tuin. Bruin met lange snavel. Poelsnip, dacht lezer. Bijna goed, het is een houtsnip. Houtsnippen zijn de waadvogels van het bos. Ze waden niet door modder en water maar door de bladeren, op zoek naar wormen. In lente en zomer kun je houtsnippen in de avondschemer boven open plekken in het bos zien en horen baltsen. Ze fladderen vleermuisachtig rond, sissend, kwakend, knorrend of snuivend als een snipverkouden snotneus. Wie dat beleeft, zal nooit meer houtsnip eten, laat staan schieten.

  • De houtsnip is de waadvogel van het bos. (FOTO KOOS DIJKSTERHUIS)
    De houtsnip is de waadvogel van het bos. (FOTO KOOS DIJKSTERHUIS)

In ScandinaviĆ« zijn veel meer houtsnippen dan bij ons. ’s Winters komen ze met duizenden naar Nederland. Toch zie je ze zelden. Een houtsnip is ’s nachts actief, heeft een schutkleur en vliegt pas op het laatste moment op, met zijn ronde, brede vleugels tussen de stammen fladderend. In de sneeuw vallen ze meer op, bijvoorbeeld achter ons huisje op Schier. Een gearriveerde houtsnip is moe en landt met zijn plompe lijf soms midden in de stad.

Laatst bewoog er iets voor ons raam. Een houtsnip plofte op het gras. Ik greep de verrekijker, hij fladderde verder. Ik ging naar buiten, maar zag hem nergens meer. Een houtsnip die hier neerploft is zo moe, die kan niet ver zijn. En warempel, daar zat hij, nauwelijks zichtbaar, roerloos onder een donkere struik. De snavel stak ver uit het plompe lijf. Houd moed, houtsnip, dacht ik. De volgende morgen gluurde ik voorzichtig of hij er nog zat. Een kat sprong smakkend weg. Overal bruine veren. Daartussen lagen een poot en losse vogelkop met een lange snavel. Ik plakte een houtsnipveertje in mijn vogelboek.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />