In de Afghaanse provincie Uruzgan is zondag een Nederlandse militair om het leven gekomen door een bermbom. Het is de 21-jarige soldaat eerste klasse Jos ten Brinke. Vijf andere Nederlanders raakten gewond, van wie één ernstig.
Dat heeft de commandant der strijdkrachten generaal Peter van Uhm zondagavond bekendgemaakt. De toestand van de zwaargewonde is kritiek maar wel stabiel, aldus Van Uhm, die eerder dit jaar zelf een zoon verloor in Afghanistan.
De andere vier Nederlandse militairen raakten lichtgewond bij de aanslag die plaatsvond om 12.30 uur Nederlandse tijd, rond 15.00 uur lokale tijd.
De aanslag gebeurde op drie kilometer van de patrouillebasis Qudus in de Baluchi-vallei, op ongeveer 19 kilometer van Tarin Kowt waar de Nederlandse hoofdmacht in de provincie Uruzgan is gelegerd.
De eenheid was op terugtocht naar Qudus na een verblijf van enkele dagen op een observatiepositie, toen zij met hun YPR-pantserwagen op de bergbom reden. De gewonden zijn na de aanslag met een Amerikaanse helikopter naar het ziekenhuis op Kamp Holland in Tarin Kowt gebracht. De rest van de eenheid is teruggekeerd naar de patrouillebasis.
Over de woonplaats van Ten Brinke doet Defensie geen mededelingen. Ten Brinke, die het zeventiende Nederlandse slachtoffer in Afghanistan is, maakte deel uit van 41e pantsergeniebataljon uit Oirschot, met een tweede militair. De overige vier zijn afkomstig van het 45e pantserinfanteriebataljon uit Ermelo.
De aanslag maakt een einde aan ’een periode van betrekkelijke rust’ in Uruzgan, aldus Van Uhm. Sinds april, toen zijn eigen zoon sneuvelde, zijn er volgens hem weinig of geen gevechtshandelingen geweest „en was er ruimte voor vooruitgang”. De generaal zei dat hij de afgelopen week nog, samen met minister Eimert van Middelkoop van Defensie, „zelf met eigen ogen heeft mogen aanschouwen wat die vooruitgang is”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.