opinie De politie moet systematisch de etniciteit van daders noteren. Met die suggestie zorgde minister van binnenlandse zaken Ter Horst voor een oplaaiende discussie.
Haar opmerking past in de man en paard trend: als zich in bepaalde bevolkingsgroepen problemen voordoen, moeten we die durven benoemen. Maar het systematisch registreren van de etnische achtergrond van daders is andere koek.
Daarover verschillen de meningen, ook bij ons in de groep commentatoren. We waren het weer heerlijk oneens. Niet dat de Davidsterren over tafel vlogen, maar er werden forse bezwaren geuit tegen het idee van Ter Horst.
Registratie van etniciteit zal ons niets leren dat we nog niet weten. En trouwens, hoe wil je etniciteit in vredesnaam definiƫren? Bovendien ligt er al een berg rapporten van wetenschappers over het onderwerp.
Die wetenschappers kwamen deze week aan het woord in de Verdieping. Van mensen die het verband tussen etniciteit en crimineel gedrag onderzoeken, zou je een driewerf hoera voor Ter Horst verwachten. Registratie kan immers een nieuwe stroom data voor hun onderzoek opleveren. Maar nee, de wetenschappers zelf vonden het onderhand wel genoeg. Registratie door de politie gaat aan die kennis niets toevoegen.
We zijn gewend aan wetenschappers die na onderzoek concluderen dat meer onderzoek gedaan moet worden. Hier gebeurt het tegenovergestelde.
Maar goed, we hebben ons standpunt keurig in een commentaar verwoord; geen principiƫle bezwaren tegen registratie, maar twijfel over nut en uitvoerbaarheid.
Het zou merkwaardig zijn om principieel tegen registratie te zijn, want we registreren zelf regelmatig de etniciteit van daders.
Neem de Goudse wijk Oosterwei. Toen buschauffeurs vorige week weigerden nog langer door die wijk te rijden, omdat ze er bespuwd en bedreigd werden, maakten de media onmiddellijk duidelijk wie de daders waren: jongens van Marokkaanse komaf.
We doen dat niet bij ieder misdrijf. Ons Schrijfboek stelt de regel dat etniciteit van de dader wordt vermeld als dat relevant is. En wie bepaalt wat relevant is? De redactie. Het is onze journalistieke taak.
Het Schrijfboek geeft wel wat richting: in berichten over een afrekening in de Marokkaanse onderwereld in Amsterdam, of het afpersen van Chinese restaurants door Chinese bendes zijn nationaliteit en etniciteit relevant. Voor veel op zich staande misdrijven geldt dat niet, en kan vermelding van de etnische achtergrond van de dader tot stigmatisering leiden.
In de Goudse wijk Oosterwei was etniciteit een relevant gegeven. Vermelding ervan was niet het probleem. Evenwicht in de berichtgeving was dat wel. We kregen deze week, terecht, kritische reacties van lezers omdat we breed uitpakten met een agent in burger die in Gouda met een mes was gestoken, terwijl we nog geen honderd woorden over hadden voor Capelle aan den IJssel, waar op hetzelfde moment een feest eindigde in massale vechtpartijen en vernielingen. En die messteek in Gouda had helemaal niets te maken met eerdere misdrijven in Oosterwei.
Gouda lag onder een vergrootglas, Capelle lag ernaast. En dat had ook te maken met de etniciteit van de daders.
Daarmee was het vermelden van de Marokkaanse afkomst niet verkeerd. Maar we moeten voorkomen dat we ons daardoor uit het journalistieke lood laten slaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.