Nog een keer de lucht in of voor de laatste keer de zee in. Kees Veldboer vervult de laatste wens van terminale patiënten. Een wachtlijst heeft de Stichting Ambulance Wens niet.
Het was een patiënt die Kees Veldboer op het idee bracht. Hij reed de man na een behandeling in het ziekenhuis in zijn ambulance naar huis. „We hadden nog wat tijd over en stopten aan de waterkant bij Vlaardingen”, vertelt Veldboer. „Die meneer genoot van de schepen die langskwamen. Hij had nog zo graag een dagje door de haven van Rotterdam willen gaan, maar dat ging niet meer. De Kerst zou hij niet halen. Dat heeft me aan het denken gezet. Ik ben gaan bellen en uiteindelijk kreeg deze meneer geheel gratis een rondvaart van twee uur door de havens van Rotterdam.”
Het werd de eerste wens van een terminale patiënt die de ambulancechauffeur in vervulling liet gaan. Veldboer richtte een stichting op om fondsen te werven en beschikt inmiddels over een aangepaste ambulance plus 150 vrijwilligers in het hele land die ingeroosterd kunnen worden. „Ik heb echt heel veel hulp gekregen. Een notaris wilde voor heel weinig geld een akte opmaken voor mijn stichting. Mijn werkgever zei me dat ik ambulances van de zaak mocht gebruiken zolang ik nog geen tweedehands wagen had gekocht. Zo kon ik dus snel beginnen.”
De Rotary van Rhoon zorgde met het veilen van een vaatje haring voor de 41.000 euro die nodig waren van de eerste ambulance. Veldboer liet er ramen inzetten, zodat de patiënten tijdens de tocht naar buiten kunnen kijken. Op de brancard ligt een dik matras en het rijdt op luchtbanden om het de ernstig zieke mensen zo comfortabel mogelijk te maken. De ambulance is al 270 keer uitgerukt.
Op een zonnige najaarsdag gaat de laatste wens van de 52-jarige Adriana Bredewold werkelijkheid worden. Ze weet nog maar kort dat ze uitgezaaide longkanker heeft. De artsen geven haar nog enkele weken, misschien een paar maanden. Ze wil nog zo graag een keer haar geboorteplaats Scheveningen zien, ruiken en voelen.
Veldboer heeft haar thuis in Zwolle opgehaald, samen met ziekenverzorgster Esther Smit, die normaal in een verpleeghuis werkt. Tegen twaalven zit het gezelschap op een terras aan de Zeehaven van Scheveningen. „De hele dag in een kamertje liggen is ook niet fijn”, zegt Bredewold. Ook al is ze vanaf de brancard op een stoel geholpen, de inspanning is van haar gezicht af te lezen. Maar ze geniet. Ze verhaalt over de grote visserschepen die ze als kind in de haven zag liggen.
Na de koffie wordt ze weer op de brancard getild en gaat ze de ambulance in. De tocht gaat verder naar de pier. Onderweg neemt ze een paar teugen zuurstof. Vlakbij het Kurhaus wordt de wagen geparkeerd. Het is druk op de boulevard; de wandeling met de brancard levert veel bekijks op. Veldboer is dit wel gewend. Bij Sea Life rent hij de trap op om te vragen hoe de brancard naar binnen kan. Er gaat een zijdeur open. „Dit maak ik ook niet iedere dag mee”, zegt een medewerkster. Bredewold is aan haar nieuwe rol gewend en heeft alleen nog maar aandacht voor de zoutwatervissen. De gangen zijn smal, maar toch lukt het aardig om overal te komen.
Tegen tweeën is ze uitgeput. Het zweet staat op haar voorhoofd. Man Gijs wijkt geen moment van haar zijde. Na het zeeaquarium is er aan het strand gezocht naar een aardig restaurant. De eigenaar raakt lichtelijk in paniek als hij de brancard zijn terras op ziet rijden. Nadat hij gerust is gesteld en ziet dat de brancard buiten de deur wordt gestald, kan de lunch besteld worden. Adriana pakt de arm van haar man. „Als ik er niet meer ben, dan moet je maar een baantje voor een paar dagen gaan zoeken. Anders wordt het te stil voor je.” Gijs knikt en zwijgt.
Veldboer is ervoor gaan zitten en vertelt over de vele wensen die hij tot nu toe heeft gehad. Zoals vorige week toen een ernstig zieke man nog een keer de zee in wilde. „Hij wilde niet alleen naar de zee kijken, maar er echt in. Met hulp van de Reddingsbrigade hebben we hem in een strandbak gelegd, zodat het water door de gaten naar binnen stroomde en hij echt in het water lag. De kinderen waren bang dat pa het avontuur in zee niet zou overleven. Maar wat maakt dat uit? Die man had toch nog maar kort te leven.”
De volgende dag is hij inderdaad overleden. Veldboer wordt somber van de terughoudendheid van sommige artsen, die het hun patiënten afraden om met de Stichting Ambulance Wens op stap te gaan. „Een terminale patiënt die op het laatst nog de straat op wil, dat is nieuw voor hen. Laatst was er een man die nog een keer wilde vliegen voor hij dood ging. We hadden alles geregeld, maar hij mocht van de artsen niet vliegen. Zijn gezondheid liet dat niet toe. Belachelijk natuurlijk. Al zou die man boven in de lucht overlijden, wat maakt dat uit. Dan heeft hij in ieder geval nog plezier gehad voor hij doodging.”
Alle wensen die de stichting krijgt, moeten snel gerealiseerd worden. „We hebben niks aan wachtlijsten, want dan komen we te laat.” Veldboer is bezig met de koop van een tweede ambulance. Onlangs kreeg hij, na een lezing over zijn werk bij de Rotary in Uithoorn, maar liefst 15.000 euro. De weldoeners organiseerden meteen een golftoernooi om geld in te zamelen.
Voor Veldboer gaat er veel vrije tijd zitten in het werk van zijn stichting. Dit jaar is hij toch weer met zijn gezin gaan kamperen in Frankrijk. „Ik heb mijn zaakjes vanaf de camping geregeld. Ik had mijn laptop meegenomen om toch nog wensen te organiseren. Mijn zoon zat thuis en zorgde ervoor dat de ambulance weer schoon klaar stond.”
Voor Adriana zit de dag er bijna op. Ze wil nog naar Voorburg gereden worden voor een verrassingsbezoek aan haar tweelingbroer. „We hebben elkaar al heel lang niet meer gesproken, maar toch wil ik hem nog een keer zien.” Gijs hoopt dat zijn vrouw onderweg ernaar toe wat zal slapen, want anders vreest hij dat ze het niet aankan. „Morgen”, zegt ze, „dan kan ik de hele dag slapen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.