*

 

’Aan westerse mannen valt te verdienen’

Dorien Pels − 20/11/08, 00:00

Luut Tolsma voelde zich in Thailand de koning te rijk met zijn prachtige bruid. Het dorp liep uit om feest te vieren. De datum was zo gekozen dat Boeddha hen geluk zou brengen.

  • Luut en Ketty met hun baby. (Trouw)

Dat was nu bijna drie jaar geleden. In hun huis in Wolvega bladeren Luut en Ketty door het fotoalbum. Als om het contrast nog wat groter te maken, striemt de regen tegen de ramen. We zien Ketty, in Thailand Ketsaraporn genoemd, in de mooiste met de hand gewoven zijde gewaden – rood, goud en uiteindelijk gebroken wit, het gezicht egaal gepoederd, rode lippen, als een Oosterse prinses. Luut, in zijden pofbroek met hemd, lijkt in niets op de Friese gemeenteambtenaar, middelste zoon van een veehouder die vanavond in een ruitjesoverhemd aan tafel zit en nog maar een kopje thee inschenkt.

Op de foto’s kijken ze gelukkig. Ze zitten op de grond. Ze lachen, ze krijgen geld om hun pols gebonden. Symbolische kleine bedragen, legt Luut uit.

Voor de 47-jarige Luut betekende de ontmoeting met de tien jaar jongere Ketty een herkansing. Zijn eerste huwelijk liep vier jaar geleden op de klippen. Zijn jongere broer heeft het veebedrijf overgenomen, zijn oudste broer is naar Noorwegen geëmigreerd. De oude Tolsma is nu 88, Ketty en Luuts vijf maanden oude Klaske is zijn eerste kleinkind. Luut Tolsma: „Ik heb altijd kinderen willen hebben. Maar mijn ex- vrouw wou niet”.

Ze willen het graag geloven, maar helemaal toevallig was het niet dat ze elkaar tegen het lijf liepen. Ketty deed een cursus Engels aan de open universiteit van Bangkok en hing regelmatig rond bij de door toeristen druk bezochte Wat Phra Kaew-tempel in het centrum om haar Engels te oefenen. „Op aanraden van de leraren. We kregen instructies over hoe je beleefd een gesprek voert met de toeristen”.

Het is tevens een plek waar Thaise vrouwen zich vaak op een hele directe manier aanbieden aan westerse mannen. Na de ontmoeting met Luut, in een boekwinkel, is ze informatie gaan zoeken over Nederland in de bibliotheek. „Ik zag plaatjes van molens, de tulpen. Dat vond ik er mooi uitzien”.

Ketty Tolsma is een trotse vrouw. Een vrouw met aanzien in haar gemeenschap. „Er zijn genoeg vrouwen die om economische redenen trouwen. Die maakt het niet uit of ze verliefd zijn. En ik begrijp dat. Maar mijn familie had geld”.

Luut relativeert die opmerking als Ketty haar aandacht even bij hun baby heeft: „Ze hadden een stukje land, ze waren niet straatarm. Voor de rest moesten alle kinderen wel hun bijdrage leven, door plastic te verzamelen in Bangkok, of hapjes te verkopen”.

Het dorpje Bulaouw, waar Ketty opgroeide, telt zo’n 100 gezinnen. Toen de regering microkredieten beschikbaar stelde om de armoede te bestrijden, werd Ketty door het dorp gekozen om de leningen aan te vragen. De dorpelingen betaalden een gunstige rente, van het geld kochten ze rijstplantjes of een koe. Ketty ging naar de bank en reed op een brommertje rond om te controleren of het geld nuttig werd besteed. „Een televisie kopen was niet de bedoeling”, zegt ze. Mensen respecteerden haar.

Toch was een verhuizing naar het Westen, net als voor zoveel Thaise vrouwen, ook voor Ketty de enige kans om vooruit te komen. Ze is de jongste dochter uit een gezin met acht jongens en twee meisjes. Volgens de Thaise traditie was ze voorbestemd om voor haar ouders te zorgen, een bruidsschat zat er niet in. Het was ook niet nodig dat ze ging studeren. Dat deed ze toch, in de avonduren, naast allerlei baantjes; onder andere als au pair bij een Schotse familie in Bangkok.

De Fries ging vier keer naar Thailand voor hij haar ten huwelijk vroeg. Ketty ging een keer naar Nederland, op een toeristenvisum. „Slim dat hij me in september liet komen, toen het lekker weer was”, zegt ze lachend. „Alles was groen. Het landschap plat, net als in Thailand”.

Luut: „Ik heb gemerkt dat de Thai denken dat Nederland één grote stenen stad is. Ze hebben hele verkeerde ideeën, alsof ze in een soort Beverly Hills terechtkomen. Ze denken dat hier allemaal luxe is”.

Het is niet zo dat het stikt van de Thaise vrouwen in dit landelijke deel van Nederland. Maar grote kans dat Ketty ze kent. „Als ik een Thaise zie, spreek ik haar altijd aan. Met een groep vrouwen koken en eten we samen, we vieren elkaars verjaardagen”.

Thaise vrouwen in Nederland houden veel verborgen voor hun familie, ziet Ketty. „Ze vertellen niet dat ze heel hard moeten werken, vaak in niet zulke goede baantjes. Dat hun echtgenoten helemaal niet rijk zijn en al helemaal geen aanzien hebben”.

Ketty heeft een eigen massagepraktijk aan huis, Thaisabaai.

De telefoon gaat. Op dit late tijdstip luistert Luut via de speaker mee. „Nee, nee, geen erotische massage”, zegt Ketty tegen de man aan de lijn als ze elkaar eindelijk begrijpen. „Oh, jammer”, zegt de man, die qua lispelen veel weg heeft van de vieze man van Van Kooten en De Bie. Luut en Ketty lachen er wat treurig om.

Ketty, berustend: „Ik kan het die mannen niet echt kwalijk nemen. Thaise vrouwen zijn zich onder het mom van massage als prostituee gaan aanbieden. Daarmee verkwanselen ze zelf de mooie traditie van de Thaise massage”.

Haar Thaise vriendinnen wonen hier vaak al jaren. Een andere Thaise vrouw uit Wolvega is nu vijftig, haar Nederlandse man is na vijftien jaar huwelijk op tachtigjarige leeftijd overleden. „Ze moet op zoek naar werk maar ze spreekt nog steeds slecht Nederlands”.

Ook Ketty valt vaak terug op het Engels. Vaak zijn het, geeft ze toe, verstandshuwelijken die haar vriendinnen zijn aangegaan. „Thaise vrouwen houden van koken, doen graag het huishouden. Ze hebben niet per se liefde nodig. Scheiden past niet in de Thaise traditie”.

Luut beaamt: „Thaise vrouwen zijn trouw. Zo’n man moet het wel heel bont maken. Via Ketty kwamen we in contact met een Thaise die door haar man werd geslagen. Hij was haar pooier. Zij is wel gescheiden, maar ze is de enige”.

Wat zijn het voor mannen die naar Thailand uitwijken? Luut: „Of het allemaal knappe kerels zijn... Veel hebben het hier vaak geprobeerd. Het zijn vrijgezelle mannen die hier zijn overgebleven. Daar zijn ze het mannetje, vinden ze altijd wel een vrouw”. Ketty protesteert: „Hé, niet zo over Thaise vrouwen praten! Alsof we allemaal de allerlelijkste mannen goed genoeg vinden”. Ze is realistisch: er is nu eenmaal veel armoede. Aan westerse mannen is te verdienen.

Hoewel ze met gemengde gevoelens naar deze huwelijksmarkt kijken, is het echtpaar Tolsma nu zelf toch een bemiddelingsbureau begonnen. „In mijn dorp zijn ook andere vrouwen geïnteresseerd in een Nederlandse man. Dus hebben we wat foto’s op de site van de massagepraktijk gezet”.

Ook zij merken dat de bemiddeling via internet aardig is ingezakt. Een match hebben ze nog niet.

Wel helpen ze tegen betaling mannen die, net als Luut, zelf een vrouw hebben gevonden met het aanvragen van een verblijfvergunning en met vertalingen. Zoals onlangs de vrachtwagenchauffeur die moeite had een Nederlandse aan de haak te slaan omdat hij zo vaak van huis is. Zijn Thaise bruid is net in Nederland. Ze heeft haar dochter in Thailand achtergelaten. Luut begrijpt wel dat de vrachtwagenchauffeur eerst wil aanzien hoe het gaat voor hij de dochter ook laat overkomen. Maar het is slikken voor haar, zo’n eenzaam bestaan op een kleine flat, zien ze nu.

En voor Ketty? Zo ver van huis met een baby? Ze kijkt een beetje treurig. „Ik moet sterk zijn. Dit is nu mijn gezin. Ik ben nu eenmaal verliefd geworden”. Luut, met een liefdevolle blik op zijn vrouw: „Met Kerst gaan we Klaske aan Ketty’s moeder laten zien”.

mailIcon print |