*

 

Politiek houdt vast aan taalcursussen allochtonen

Sander Becker − 25/11/08, 00:00

Taalcursussen zijn geen wondermiddel, maar wel nuttig voor allochtone ouders en hun kinderen, zeggen politici. Ze gaan met kritische wetenschappers in gesprek.

  • (ANP)

„Politici maken zich geen illusies over het nut van taalcursussen”, zegt Jeroen Dijsselbloem, PvdA-woordvoerder integratie in de Tweede Kamer. „We denken echt niet dat allochtonen na zo’n cursus thuis Nederlands gaan praten en hun kinderen Nederlands leren.”

Dijsselbloem reageert op de kritiek die taalkundigen gisteren in Trouw uitten. Volgens hen wil de politiek taalachterstanden bij allochtone kinderen ten onrechte aanpakken door hun ouders op cursus te sturen. Dat zou contraproductief zijn, want de ouders leren dan belabberd Nederlands en geven hun kinderen het verkeerde voorbeeld.

Maar volgens Dijsselbloem koerst de politiek om een heel andere reden op verplichte cursussen aan. „Ik heb net twee vmbo-scholen in Utrecht bezocht. Daar komt op ouderavonden bijna geen enkele allochtone ouder opdagen, vanwege de taalbarrière. Het zou enorm helpen als die ouders enig Nederlands leren. Dan kunnen docenten hen tenminste bellen als hun kind een probleem heeft.”

Om het misverstand uit de weg te ruimen nodigt Dijsselbloem de taalkundigen uit voor een rondetafelgesprek met de kamercommissie voor integratie. „ De kwestie speelt al langer, en anders blijven we langs elkaar heen praten.”

Zo’n 400.000 allochtonen, onder wie veel jonge moeders, spreken nauwelijks Nederlands. Zij hebben nooit de verplichte inburgering gevolgd die pas sinds 1998 geldt. Op drie manieren wordt nu geprobeerd om deze groep toch wat Nederlands te leren: op vrijwillige basis, via de uitkeringsinstantie en via de school van de kinderen. Die laatste weg wordt nu verkend.

De VVD vindt verplichte taalcursussen een noodzaak. „Anders kunnen ouders hun kinderen niet eens begeleiden op school of op zwemles”, zegt Henk Kamp, VVD-woordvoerder integratie in de Tweede Kamer. Hij wuift de wetenschappelijke kritiek weg. „Taalkundigen pikken er één klein elementje uit. Dat is helemaal niet relevant.”

Madeleine van Toorenburg van het CDA wijst erop dat allochtone ouders Nederlands moeten leren ’om hun kinderen voor te bereiden op onze ingewikkelde samenleving’. „Zo niet vrijwillig, dan verplicht. Als je ouders goed uitlegt dat ze de kansen van hun kinderen op die manier vergroten, zal niemand ertegen zijn.” Ze noemt het ’een raar verhaal’ dat kinderen de taalfouten van hun ouders zouden overnemen. „Ik denk dat de wetenschappers over tien jaar zullen inzien dat ze ernaast zaten.”

Ook de SP vindt cursussen belangrijk, al wijst woordvoerster Sadet Karabulut erop dat de organisatie ervan momenteel ’een zooitje’ is. „De overheid wil er 60.000 per jaar hebben. We zitten op minder dan 30.000. Daar ligt een taak voor de nieuwe minister. Verder zijn cursussen alleen niet genoeg. Je moet ook de segregatie tegengaan.”

Alexander Pechtold van D66 noemt de wetenschappelijke kanttekeningen relevant. „We moeten nog eens goed naar de taalkundigen luisteren, want het heeft geen zin om het paard achter de wagen te spannen.” Toch ziet ook hij het algemene nut van cursussen in, al heeft hij vraagtekens bij het verplichte karakter. „Dwang is een heilloze weg. Je kunt ouders er beter van overtuigen dat een taalachterstand een handicap is, dan doen ze uit zichzelf mee.” Het verplichte karakter ligt ook juridisch lastig. Op het ministerie van wonen, wijken en integratie wordt nu naar een oplossing gezocht.

mailIcon print |