opinie Soms droom ik dat ik minister van financiën ben. Dan beschik ik over miljarden, die ik mag uitgeven zoals ik zelf wil. Een heerlijke positie, mijn handen jeuken om van Nederland een sterke, innoverende en duurzame economie te maken, dat zou mijn centrale doel zijn. Onderwijs staat aan de basis van alles. Kinderen kunnen zich daardoor ontplooien en hun talenten ontwikkelen. De inzet van die talenten is de motor voor welvaart en innovatie.
Nog steeds geven wij hier veel minder uit aan onderwijs en onderzoek dan de meeste andere ontwikkelde landen. Als minister zou ik geld geven voor aantrekkelijke vakopleidingen van niveau, waar handige jongens en meisjes op een uitdagende manier worden opgeleid tot loodgieter, elektricien of monteur. Daarnaast zou ik leraren ontlasten door buitenschoolse activiteiten te laten uitbetalen.
De leermiddelen, vooral de digitale, kunnen flink verbeterd worden. Tegenwoordig hebben veel scholen een elektronisch schoolbord. Mar veel leraren weten niet wat ze daarmee kunnen doen, wat soms tot hilarische toestanden leidt. Geld voor cursussen kan hen expertise verschaffen. Ik zou ook geld geven aan onderzoek en onderwijs op universiteiten. Nog steeds wordt daar voortdurend op bezuinigd, bijvoorbeeld op het onderwijs in de talen.
Daarnaast zou ik een impuls geven aan de overgang naar een duurzame samenleving. Op dat vlak is er nog zo veel te doen. De ontwikkeling van de elektrische auto, investeringen in windenergie, zonnepanelen, een extra inspanningen om bestaande huizen en kantoeren zuiniger te verwarmen. Wat ik zeker niet zou doen, is zomaar geld geven aan de bestaande, ’oude’ industrie. Ook niet als die in moeilijkheden verkeert, zoals nu. De luchtbel, met heel erg veel geld, is leeggelopen. De tomeloze welvaart, die we tot voor kort kenden, komt de eerste jaren echt niet meer terug. Bedrijven die luxe artikelen verkochten zoals plezierjachten, SUV’s, en leaseauto’s, hebben slinks geprofiteerd van de hausse. Nu moeten ze krimpen. Dat is pijnlijk voor de betrokkenen, maar er is niets aan te doen. Hen geld schenken betekent alleen uitstel van executie.
Onze minister van financiën mag nu strooien met geld, hij wordt er zelfs toe aangespoord door Brussel. Nu bedrijven en consumenten niets meer uitgeven moet de overheid dat maar doen, zo is de redenering. Anders valt de economie helemaal stil. Vandaar dat hij zes miljard euro in de economie mag pompen. De spannende vraag is: waar gaat dat geld naartoe? Naar een duurzame, innovatieve economie? Naar onderwijs? Of naar teruglopende bedrijfstakken, die in de jubeljaren veel verdienden, maar nu niet meer.
De plannen van premier Balkenende en minister Bos zijn gematigd. Dat is verstandig. We moeten niet in de paniek van het moment groots gaan investeren, zoals Europa wenst. Voor we het weten creëren we een nieuwe luchtbel.
De overheid gaat als impuls zijn rekeningen sneller betalen. Bedrijven mogen investeringen sneller afschrijven. Dat zijn redelijke maatregelen. Dat ondernemingen ww-potten mogen gebruiken voor werktijdverkorting is onverstandig. Het is slechts uitstel van de krimp die in sommige sectoren onafwendbaar is. Dat geld kunnen we beter besteden aan innovatieve doelen. Het is bovendien unfair tegenover andere werkgevers die springen om werknemers. Er zijn nu meer dan 250.000 vacatures bijondernemers die willen uitbreiden. Dat kan niet, omdat ze geen mensen kunnen vinden. Moeten we dan anderen werknemers betalen om thuis te zitten?
We gaan geld pompen in de economie. De aanleiding is triest. Maar het is ook een mooie kans. We moeten de reflex tegenhouden om het te steken in teruglopende industrieën en luxe artikelen zoals leaseauto’s, en in infrastructuur. Investeer in onze kinderen en zet in op innovatie en duurzaamheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.