De Duitse regering wil het bouwen en gebruiken van elektro-auto’s stimuleren. In Berlijn zijn de eerste Mini’s en Smarts gepresenteerd.
In 2020 moeten er een miljoen elektro-auto’s over de Duitse wegen rijden, en in 2030 vijf miljoen. Dat is het doel van het ’nationale ontwikkelingsplan elektromobiliteit’ dat de regering gisteren in Berlijn presenteerde. Twee dagen lang confereert ze met zeshonderd autofabrikanten, energieproducenten en wetenschappers over de manier om dat doel te bereiken.
Trots lieten Duitse fabrikanten bij de opening van de conferentie zien hoe ver ze al zijn met de elektro-auto. Zorgvuldig ontdaan van ieder vlokje sneeuw stonden de Mini’s en de Smarts voor de toegestroomde pers te glimmen. Tevens viel er voor het eerst in Duitsland een Amerikaanse Tesla te bewonderen, een elektrische sportwagen die geruisloos in vier seconden van 0 tot 100 km/u optrekt.
Die Tesla peperde het de Duitse autobouwers nog eens in: ze doen te weinig en ze zijn te laat. De Duitse autoindustrie heeft veel te lang getalmd met het ontwikkelen van zuinige en schone auto’s. Ze hield vast aan haar benzineverslindende en milieuvervuilende luxekarren. En de regering is iedere keer weer gezwicht voor haar lobby.
Nu komt de regering niet alleen met plannen om het bouwen van elektro-auto’s aantrekkelijk te maken. Ze wil de autoconcerns er tevens toe overhalen even veel schone energie aan te kopen als de door hen geproduceerde elektro-auto’s verbruiken. En met schone energie bedoelt de regering geen kernenergie, liet minister van verkeer Wolfgang Tiefensee uitdrukkelijk weten.
Samen met de ministeries van milieu, van economische zaken en van onderwijs en onderzoek stelde Tiefensee gisteren de regeringsplannen voor. Gezamenlijk willen ze ervoor zorgen dat Duitsland een leidende rol in de wereld krijgt op het gebied van elektromobiliteit. „Duitsland moet een topmerk worden,” zei Tiefensee. Zijn eigen ministerie trekt er de komende tien jaar een miljard euro voor uit.
Volgens de energiebedrijven en de auto-industrie is de markt er rijp voor. Twee proefprojecten in Berlijn moeten dat bewijzen. Energieconcern Vattenfall plaatst volgend jaar vijftig laadstations, terwijl BMW vijftig elektrische Mini’s in de stad uitzet. De Mini’s zijn aan zo’n station binnen twee uur opgeladen en houden het dan tweehonderd kilometer vol.
Energieconcern RWE pakt het grootser aan. Zij laat Daimler honderd elektrische Smarts aan haar klanten leasen en bepaalt in overleg met hen waar de laadstations komen te staan. RWE heeft voor het project vijfhonderd stations in de aanbieding. „De aanvragen voor de Smarts stromen binnen,” zegt Michael Benien van het energiebedrijf.
Er is echter nog een flink aantal problemen, erkende minister Tiefensee. Die liggen vooral bij de accu’s. Ze zijn nog te groot (de Mini heeft nauwelijks nog ruimte voor bagage), te duur (de hele aandrijftechniek kost 10.000 euro, bij een benzineauto is dat 3.000), de capaciteit laat nog te wensen over (nu ruim 200 kilometer, moet 500 kilometer worden) en de fabricage is nog niet schoon genoeg (te veel CO2-uitstoot).
Tiefensee heeft er alle vertrouwen in dat overheid, bedrijfsleven en wetenschap de problemen gezamenlijk zullen oplossen. Het plan ’schept arbeidsplaatsen, bevordert de technologische vooruitgang, beschermt het milieu en geeft Duitsland weer het aanzien dat ze verdient’. Met een krachtig: „Weg van de olie!” besloot de minister de persconferentie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.