In een partij waarin een vooraanstaand Kamerlid het kabinet onlangs nog opriep om zich crimineel gedragende Marokkaanse jongeren publiekelijk te ’vernederen’ – dat wil zeggen verachtelijk te maken in de ogen van de Marokkaanse gemeenschap – zal een minister van integratie het per definitie nooit goed doen. Integreren is immers een zaak van wederkerigheid, waarbij migranten zich de regels dienen eigen te maken, zoals die in hun nieuwe samenleving gelden, en omgekeerd diezelfde samenleving zich de moeite getroost perspectief te bieden aan migranten op basis van gelijkwaardigheid. Vernederen hoort in dit proces niet thuis.
De kracht van minister Vogelaar was dat ze zich met hart en ziel voor die wederkerigheid heeft ingezet. In deze krant verklaarde ze vorig jaar zelfs dat ze ervoor zou zorgen dat moslims zich in dit land kunnen wortelen. Integreren dus. Haar tragiek is dat deze boodschap slecht werd verstaan. Niet alleen door de aanhangers van Verdonk en Wilders (de laatste noemde haar om die reden zelfs ’knettergek’), maar ook in haar eigen partij. De PvdA had als het erop aankwam geen kant-en-klaar antwoord op de vaak onredelijke kritiek van ’rechts’ dat Vogelaars integratie in feite neerkomt op pappen en nathouden en mulitculti-flauwekul. De PvdA was daardoor ook niet in staat deze minister de broodnodige rugdekking te verschaffen.
Achteraf moeten we vaststellen dat minister Vogelaar helaas onvoldoende in staat bleek om haar boodschap voor het voetlicht te krijgen. Ze kon wel een brug slaan naar migranten. Dat is in haar te prijzen. Maar ze slaagde er onvoldoende in de autochtone bevolking daarbij te betrekken. In gekleurde wijken heerst onder die groep vaak veel wrok, en dat is te begrijpen. Zij hebben immers niet om de aanwezigheid van zoveel migranten gevraagd. In zo’n gespannen situatie is wederkerigheid al gauw te veel gevraagd en slaat de balans soms door naar de roep om keihard optreden, het geeft niet hoe.
De PvdA heeft de pech dat ze meer dan andere partijen verstrikt raakte in deze spagaat. En de PvdA had ook de pech dat dit onderwerp overwegend door beeldvorming werd gedicteerd. Op haar beurt bleek Vogelaar slecht in staat daarmee om te gaan. Zij schutterde vaak op de beeldbuis, wat het alleen maar erger maakte. En bovendien communiceerde ze slecht met de fractie en partijleiding. Onder die omstandigheden zat er voor de partijleiding weinig anders op dan haar kil, bijna klinisch, af te serveren. Te kil, want voor haar inzet verdiende ze een waardiger afscheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.