*

 

’Je moet gewoon werken en luisteren’

Van onze verslaggever − 22/11/08, 00:00

Matthew Amoah weet waarom sommige van zijn Afrikaanse generatiegenoten het niet redden na de jeugd bij Vitesse. Sommigen wilden er niet alles voor opzij zetten.

Matthew Amoah herinnert zich de dag dat hij definitief naar Nederland kwam nog goed. Hij had net twee maanden stage gelopen bij Vitesse, was teruggegaan naar Ghana, toen bleek dat hij een zevenjarig contract kon tekenen in Arnhem.

Nog steeds blinken de ogen als hij terugdenkt aan dat moment. In het spelershome van NAC –de club waarvoor hij dit seizoen succesvol is– zegt hij: „Ik was hartstikke blij natuurlijk. Ik wilde keihard werken om het te maken in Europa.”

„In het begin voelde ik me wel alleen en miste ik mijn familie. Alleen in de zomer en in de winterstop ging ik terug naar Ghana. Ik woonde bij een pleeggezin, bij de schoonzus van technisch directeur Jan Streuer. Helemaal alleen was echt moeilijk voor me geweest. Ik was pas een paar dagen zestien toen ik hier kwam.”

Amoah was talentvol en ontwikkelde zich tot een gerenommeerde aanvaller. Hij is nog steeds clubtopscorer van Vitesse en voetbalt momenteel met NAC in de top van de eredivisie.

De Ghanees, 28 jaar inmiddels, maakte dit seizoen al elf doelpunten. Even dreigde zijn loopbaan een knauw te krijgen toen hij Vitesse verliet voor de Duitse topclub Borussia Dortmund.

Maar in Breda bloeide hij weer op. In de ogen van Amoah heeft zijn werklust hem er doorheen gesleept. „Je moet altijd werken en luisteren”, aldus de spits.

Met spijt in de stem praat hij over zijn Afrikaanse maatjes bij Vitesse. Amoah was de eerste Afrikaan in de jeugdopleiding van de club, later volgde het drietal Emile Mbamba, Kalle Sone en Job Komol uit Kameroen.

Iets later legde Vitesse ook Mahamadou Diarra (Mali) en Mamadu Zongo (Burkina Faso) vast. Van de zes Afrikanen zijn alleen Diarra (Real Madrid) en Amoah geslaagd. De rest heeft het niet gehaald. „Echt jammer”, zegt Amoah. „Het waren allemaal geweldige voetballers.”

Komol en Zongo konden excuses aandragen voor het feit dat ze mislukten. Zongo bleek te beschikken over bijzonder weigerachtige kniegewrichten. Komol testte op zebentienjarige leeftijd positief op hiv. „Een enorme schok”, herinnert Amoah zich. „Hij zou de stap maken naar het eerste, maar toen hij terugkwam uit Kameroen bleek hij ineens ziek te zijn. Heel triest. Hij heeft een moeilijke tijd gehad, al heeft Vitesse hem nog goed geholpen. Het laatste wat ik over hem gehoord heb is dat hij geen voetballer meer is.”

Over Mbamba en Sone is Amoah kritisch. Als hij over hen praat, klinkt er spijt in zijn stem. „Ze konden zo goed voetballen. Als zij zich goed en normaal hadden ontwikkeld, had vooral Kalle bij een topclub kunnen voetballen. En Mbamba ook. Hij was sterk, groot en kon heel goed een bal vasthouden. Maar misschien dachten ze wel dat ze te goed waren. Ze luisterden niet goed. Als ze dat wel hadden gedaan, hadden ze nu bij topclubs kunnen spelen. Maar ze dachten te groot en wilden niet werken. Jammer.”

„Dan was Diarra wel anders. Echt een bikkel. Hij was ook eigenwijs, maar was wel altijd bezig met beter worden. Na afloop van een gewone training bleef hij voor zichzelf oefenen. Zo werd hij steeds beter. Binnenkort hoop ik hem te ontmoeten als we met Ghana tegen Mali moeten spelen. Dat vind ik leuk. Hij heeft het echt heel goed gedaan”, zegt Amoah.

mailIcon print |