Het Nederlandse theaterlandschap, dat uitdijend aantal groepen en groepjes, is bijna in zijn geheel schatplichtig aan het Mickery Theater. En dat is een schepping van Ritsaert ten Cate.
Ritsaert ten Cate was telg uit een familie van Twentse textielbaronnen. Van moederszijde was hij een kleinzoon van de befaamde acteur en toneelleider in de eerste helft van de vorige eeuw, Eduard Verkade.
Zijn vader stuurde de jonge Ritsaert naar Engeland voor een studie economie, voorbestemd als hij was om te zijner tijd zijn plaats in het familiebedrijf in te nemen. Maar de jonge student voelde zich veel meer aangetrokken tot het theater en zoog het avant-gardetoneel dat in het begin van de jaren zestig in dat land een grote bloei beleefde, in zich op.
Terug in Nederland stortte hij zich dan ook op zijn passie en niet op geld verdienen. Samen met regisseur John van de Rest en decorontwerper Frank Raven richtte hij een ‘kunstencentrum’ op, dat gevestigd werd in zijn boerderij in Loenersloot. Op 8 december 1965 werd in de deels tot theater verbouwde boerderij, dat hij Mickery noemde, de eerste voorstelling gegeven, ’Als er geen zwarten bestonden, moesten ze worden uitgevonden’ van Johnny Speight met als spelers Ton Lutz, Ton van Duinhoven, en Henny Orri.
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is Ten Cate dus niet alleen de man geweest die de avant-garde in het buitenland naar Nederland heeft gehaald, al heeft zijn Mickery daarmee de toeschouwers bijna een kwarteeuw lang een eindeloze reeks van vaak enerverende hoogtepunten geleverd. Maar ook talloos veel Nederlandse producties zijn door hem geïnspireerd en daar uitgebracht.
Al snel strandde de samenwerking van het driemanschap, omdat het Ten Cate vooral ging om de inhoud van wat in Loenersloot te zien was, en de andere twee Mickery vooral als een zakelijke onderneming zagen. Volgens eigen zeggen is die grote stroom van buitenlandse groepen en groepjes vooral op gang gekomen, omdat Nederlandse spelers er niet zo happig op waren voor het weinige geld dat Ten Cate kon bieden, naar Loenersloot te komen. In die eerste jaren heeft hij als ’rijkeluiszoontje’ ook heel wat eigen geld in zijn theater gestoken. Maar toen de bank van de textielfamilie, Texeira de Mattos, failliet ging, droogde die geldbron op.
Het was dus geen makkelijke tijd, die eerste jaren in Loenersloot, met ook niet alleen maar hemelbestormende producties. Maar het gistte en borrelde er en er heerste een sfeer van opwindend nieuw theater. Zo schreef de toneelcriticus Jac Heijer jaren later dat hij eens in het DOK in Amsterdam danste met een zwarte Amerikaan die hem vroeg of hij meeging naar Loenersloot, waar hij een groep spelers van de La Mama Repertory Company uit New York heen moest rijden. De confrontatie was verpletterend: „Ik had dus nooit van mijn leven recensies geschreven, als Mickery er niet geweest was”, zegt Heijer, die in die tijd verslaggever was en „tewaterlatingen en gemeenteraadsvergaderingen” aan zijn hoofd had.
In 1972 verhuisde Mickery naar Amsterdam, waar het van het gemeentebestuur een voormalige bioscoop, het Rozentheater aan de Rozengracht, kreeg aangeboden. Nu ja, kreeg – in de vaak harde gevechten om subsidie, waarin Ten Cate zijn theater, dat inmiddels wereldfaam had gekregen, met grote vasthoudendheid en bevlogenheid door vele subsidie-ronden heen heeft gesleept, wees de directeur er een keer fijntjes op dat van de vier ton subsidie van de stad er twee voor de huur weer terugvloeiden in de gemeentekas.
Mickery heeft tot 1988 bestaan en is dus voor het grootste deel daarvan een Amsterdamse instelling geweest. Daarnaast heeft een tijd lang het ’Mickery-circuit’ bestaan, waarin groepen de provincie ingingen omdat, vond Ten Cate, ook niet-Amsterdammers in de gelegenheid moesten zijn de avant-garde te zien die de hoofdstad aandeed. Het is geen succes geworden en een stille dood gestorven. Zoals gezegd, het aantal voorstellingen en projecten in Mickery is enorm geweest, meer dan vierhonderd.
Onder de hoogtepunten moet zeker de Pip Simmons Groep genoemd worden, die er vaste gast was. Hun voorstelling ’An die Musik’, over joodse musici die in het concentratiekamp voor hun nazibeulen concerten moesten geven, is voor heel veel mensen het absolute hoogtepunt geweest.
Andere enerverende gebeurtenissen waren de optredens van de Wooster Group uit New York, van grote invloed op regisseur Gerardjan Rijnders die veel met hen heeft samengewerkt, en de Japanner Shuji Teyerama. Vooral de laatste voerde het ’manipulerend theater’, waarbij de toeschouwer uit zijn veilige plek in het donker wordt weggerukt, heel ver.
In al deze voorstellingen was Ten Cate de gedreven inspirator, die de gekste dingen in zijn theater mogelijk maakte. Ook zelf maakte hij producties, waaronder het fameuze ’Fairground ‘84’ in een grote hal in de stad, waarbij de toeschouwers met behulp van luchtkussens over de vloer werden gevoerd. Tenslotte heeft hij, door de eigen projecten die hij opzette, én door wat hij allemaal naar Nederland haalde, een beslissende invloed gehad op het werk van heel wat toneelmakers. Naast de al genoemde Rijnders onder anderen Franz Marijnen, Jan Joris Lamers en Karst Woudstra.
In 1988 ging Mickery ter ziele. Naast de eeuwige subsidie-perikelen zijn hier meer factoren voor aan te wijzen. In de eerste plaats misschien dat Ten Cate „zijn ding gedaan had”, en het feit dat de buitenlandse avant-garde veel minder aan het sterk geemancipeerde Nederlandse theaterlandschap te bieden had. De verbeelding had hier wortel geschoten in een uitdijend aantal groepen en groepjes die bijna allemaal op de een of andere manier aan Mickery schatplichtig zijn.
Intussen zat Ten Cate niet stil en werkte hij toe naar het tweede grote project dat zijn leven heeft bepaald: de oprichting van DasArts, wat staat voor De Amsterdamse School: Advanced Research in Theatre and dance Studies.
Deze instelling, waarover hij een aantal jaren zelf de directie heeft gevoerd, is een tweede fase-opleiding van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Afgestudeerden van de opleidingen regie, dans, decor (’scenografie') en mime kunnen zich hier aanmelden voor een voortgezette multidisciplinaire opleiding. Daarin ontwikkelen de deelnemers hun talent en de kwaliteiten die ze op hun vakgebied verworven hebben. Ten Cate kende overal ter wereld de docenten die voor elke deelnemer iets konden betekenen. Typerend voor Ten Cate en zijn DasArts is de gedachte dat de instelling alleen het verleden en de ervaring te bieden heeft. Hoe de toekomst moet worden, is de verantwoordelijkheid van de student zelf.
Je kunt zeggen dat DasArts een voortzetting is van Mickery, maar met andere middelen. Wat Ten Cate zijn leven lang heeft nagestreefd, was weerbaarheid creëren tegen wat je vrijheid inperkt. Maar het grootste gevaar dat ons bedreigt, is dat het onszelf aan verbeelding ontbreekt. Of, zoals hij het op de folder van DasArts heeft laten afdrukken en deze week boven het overlijdensbericht stond: ’De grootste tragedie die ons kan overkomen, is dat we zonder verbeelding moeten leven’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.