*

 

In het rookhok debatteren we het liefst

Willem Schoonen − 22/11/08, 00:00

Journalist en sigaret waren ooit onafscheidelijk. Maar op onze redactie mag al twintig jaar niet meer gerookt worden. Dat was nieuws, toen; ons rookverbod haalde het NOS Journaal.

Ik was fel tegen. En met een goede reden. Ik wist zeker dat ik zonder sigaret geen fatsoenlijk stuk meer uit mijn pen zou krijgen. Het componeren van de volgende alinea zou zonder sigaret vastlopen in mul zand.

Ik had ongelijk. Het schrijven ging in werkelijkheid beter, nu het niet voortdurend werd onderbroken door het aansteken van sigaretten, het onrustig dampen, en het legen van de asbak. Gewoon blijven zitten en geconcentreerd doortikken. En als de laatste punt is gezet, naar het rookhok voor een welverdiende en ontspannende sigaret.

Roken heeft een kwade reuk gekregen. Het heeft lang geduurd, maar toen ging het ook snel. Het bewijs dat roken de gezondheid schaadt ligt al decennia op tafel. Maar als mijn ouders vroeger een verjaardag vierden stonden op diezelfde tafel glazen met sigaretten, en alle gasten konden daarin hun eigen merk vinden.

Vandaag de dag is het normaal dat je toestemming vraagt om een sigaret op te steken. En het antwoord luidt steeds vaker nee, met een vriendelijke verwijzing naar de tuin. Is dat erg? Nee. Zoals het schrijven geen nicotine behoeft, zo is roken geen voorwaarde voor gezelligheid. Bier smaakt ook zonder sigaret. En dat de roker zich rekenschap geeft van zijn omgeving voor hij opsteekt, is zeer gezond.

Nu de ruimte voor de roker zo hard krimpt, groeit de neiging om te stoppen. Voor je het weet krijg je met de geurige rook ook schuldgevoel binnen. Daar kun je onder gebukt gaan, maar je kunt ook genieten van de keerzijde. Sinds ons rookverbod is de atmosfeer op de redactie onmiskenbaar verbeterd. Maar de mooiste discussies vinden plaats in het rookhok, dat we hebben. Ik stoei regelmatig met commentator Willem Breedveld, over uiteenlopende onderwerpen. Dat doen we bij voorkeur in het rookhok. En de rokende collega’s daar mengen zich graag in het debat.

Het mooie van het rookhok is dat je er collega’s tegenkomt die je anders zelden zou spreken. In het café is het sinds 1 juli niet anders. Het is op stoep en terras inmiddels zo gezellig dat zelfs niet-rokers een kijkje komen nemen. Met een beetje mazzel galmt er geen muziek en is zelfs een goed gesprek mogelijk.

Veel lezers zien de zonzijde van het rookverbod in de horeca. Maar er zijn ook heel andere reacties. Daarin wordt het rookverbod gezien als een dictatoriale daad van calvinistische zedenpredikers. Die dictatuur treft niet alleen de roker in het hart, maar stort bovendien de kleine kroegbaas in het faillissement. Weg daarom met het verbod, en de asbak terug op de toog.

Die kwalificaties delen we niet. En om een verbod dat nog geen half jaar geleden werd ingevoerd nu alweer terug te draaien, gaat ons te ver. Maar we zien het probleem van het kleine café. Met de grote horeca hoef je geen medelijden te hebben. Die heeft het rookverbod lang zien aankomen, en beschikt over de middelen en de ruimte om tot creatieve oplossingen te komen.

In een commentaar hebben we deze week opgeroepen de zaak niet op de spits te drijven. Misschien dat er een uitzondering moet worden gemaakt voor kleine cafés, zoals in andere Europese landen gebeurt. Maar om te beginnen kan de overheid terughoudend zijn met het controleren van de kleine kroeg. Laten we de tijd nemen om eruit te komen. Dat moet toch lukken met tevreden rokers en niet-rokers.

mailIcon print |