*

 

Flamenco als grammatica

Stan Rijven − 28/10/08, 00:00

Wereldwijd wint de flamencodans aan populariteit. Fans van gestamp en geklap kunnen terecht op de 2e Flamencobiënnale. Klokken in alle maten en soorten hingen her en der verspreid boven het podium.

  • Pastora Galvan, danser bij Diego Carrasco. (FOTO DANIEL MUÃ`OZ)
  • (\N)

Op de klanken van dit ad-hoccarillon die zich mengden met adembenemende cante jondo en straffe gitaarakkoorden, bewoog Andrés Marín met kubistische bewegingen.

Een fascinerend schouwspel waarin de Sevilliaanse flamencodanser een ritmische dialoog aanging met de kerkklokken van de Valenciaanse componist Llorenc Barber, die zelf als ’beiaardier’ optrad. Diens ’El cielo de tu boca’ kreeg zondag een staande ovatie bij het openingsgala van de tweede Flamencobiënnale in Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam. Niet alleen was Maríns optreden ten voeten uit een demonstratie van de moderne flamenco, ook roffelde hij hiermee de opmaat voor een week vol spraakmakende flamenco.

Tot en met zondag brengt de Flamencobiënnale in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht grote sterren en jong talent. Traditie en experiment ontmoeten elkaar in dans- en muziekvoorstellingen waarin de grenzen worden afgetast door de nieuwste lichting flamencomakers uit Spanje en Nederland. Dit alles omlijst met lezingen, flamencofilms en masterclasses.

Maarten Rovers straalt na de ovationele ontvangst van Andrés Maríns waagstuk. In het dagelijks leven is hij artistiek leider van cultuurcentrum Rasa in Utrecht. Deze week is Rovers met Ernestina van de Noort verantwoordelijk voor de gedurfde programmering die afrekent met vastgeroeste verwachtingpatronen. Rovers: „Het draait om vernieuwing en hoe die zich heeft voortgezet in de 21ste eeuw. Daarbij is het belangrijk te zien hoe dansers weer teruggrijpen op de oorsprong van de traditie. De mondiale zegetocht die de flamenco de afgelopen twee decennia heeft beleefd toont aan dat het genre als hedendaagse podiumkunst een belangrijke plaats heeft verworven en tijd en plaats weet te ontstijgen.”

Het succes verklaart Rovers uit drie factoren. „Allereerst is het een prachtige traditie om je mee te identificeren. Flamenco is visueel, spectaculair en geladen.” Daarnaast lieten de reacties vanuit de hele wereld Spanje niet onberoerd, „Die ontwikkeling heeft een enorme impuls aan de flamenco in Spanje zelf gegeven. Daar is de laatste jaren een herwaardering voor het genre op gang gekomen. Er bestaat een actieve ondersteuning en er wordt hoog ingezet op flamenco als exportproduct en als toeristische trekpleister. Zo trof ik op het flamencofestival van Jerez eerder dit jaar honderden Japanse aficionados, aldus Rovers.

Sinds 2003 geeft het Andalusische Bureau voor Toerisme zelfs een speciale flamencoreisgids uit, die je via zeven routes langs de geschiedenis van de flamenco voert.

Als derde verklaring voor de populariteit van de flamenco noemt hij „Flamenco als spiegel naar deze tijd, een wereldfusie.” Rovers: „In Andalusië kwamen met de islamitische, de joodse, christelijke en hindoestaanse religie – als je de link met Rajastan legt – vier tradities samen. Flamenco is daarom een mooi voorbeeld van de samenkomst van verschillende culturen en hoe daaruit een totaal nieuw genre kan ontstaan.”

Tegelijkertijd is flamenco volgens Rovers een aansprekend resultaat van de muzikale ontwikkelingen in de 20ste eeuw. „Feitelijk zou je kunnen zeggen dat de jazz zich ooit verzette tegen het fort van de klassieke muziek, maar vervolgens zelf een fort is geworden. Dat de popmuziek zich ooit verzette tegen het fort van de jazz en de klassieke muziek, en nu ook zelf een fort is geworden. En dat wereldmuziek vandaag de derde muzikale renaissance is geworden en hoe flamenco daarin een prominente rol speelt.”

Ter illustratie noemt hij de populariteit van flamenco in Japan: „Daar vind je meer flamencodansscholen dan in Spanje.”

Ons land is daarom een logische plek om een Flamencobiënnale te organiseren. Want in Spanje zijn volgens hem een aantal dingen met flamenco nog niet mogelijk, die in Nederland wel kunnen worden gerealiseerd: „Wij vinden het belangrijk die ruimte op te zoeken, om te kijken wat er vanuit Nederland als vrijhaven voor kunst en cultuur met haar sterke jazz- en hedendaagse muziektraditie, hieraan kan worden bijgedragen. Zo doet gitarist Eric Vaarzon Morel een project met violist Oene van Geel en jazzgitarist Jesse van Ruller. We brengen ook een connectie met de Turkse soefi-muziek via Kudsi Ergoner, de ney-speler uit de beroemde flamenco film ’Vengo’. Ook de invloed uit Noord-Afrika wordt niet vergeten: „Cherifa Kersit is de grande dame van de Magrheb muziek. We laten haar vier dagen samenwerken met gitarist Nino Josele alvorens op te treden.”

Rovers tipt het concert van de groep Cimmaron: „Uit Venezuela, waar veel flamenco-invloeden via havenstad Cadiz zijn terechtgekomen.” Het slotconcert met Miguel Poveda mogen we niet missen: „Hij is de grote belofte van de cante jondo, afkomstig uit Barcelona en de grote ster van dit moment.” Volgens Rovers bezit flamenco iets universeels met een „Een grammatica die je overal kunt toepassen in een andere setting.”

mailIcon print |