Met het afnemen van het belang van westerse waarden daalt het gezag van de Europese Unie in de Verenigde Naties. Interventies, nee dank u.
De Europese Unie verliest snel aan invloed binnen de Verenigde Naties. In tien jaar tijd is het aantal landen dat de kant van de EU kiest bij stemmingen afgenomen van grofweg 80 procent naar iets meer dan 50 procent. China en Rusland zien steun voor hun opvattingen juist stijgen.
Dat blijkt uit een rapport van de Brusselse denktank European Council on Foreign Relations. De onderzoekers ordenden stemmingen over resoluties in het afgelopen decennium en keken welke landen het stemgedrag van de EU volgden. Met name bij stemmingen over naleving van mensenrechten nam daarbij de steun voor de EU snel af.
Eind jaren ’90 volgde nog 72 procent van de landen in de Algemene Vergadering het EU-standpunt in mensenrechtenkwesties. In vergaderjaar 2007 was dat gedaald naar 48 procent van de 192 lidstaten. Vorig vergaderjaar was er een kleine opleving (55 procent), maar de tendens is dalend. Terwijl Rusland zijn steun juist zag stijgen van respectievelijk 59 procent naar 76 procent en China zelfs van 41 naar 74 procent. Wat gebeurt in de Algemene Vergadering, gebeurt in nog sterkere mate in de VN-Mensenrechtencommissie.
Die ontwikkeling laat het afnemende gezag van westerse waarden zien: andere landen willen bijvoorbeeld geen interventies bij humanitaire rampen of genocide, en willen niet langer dat het Westen andere landen de maat neemt. In dat opzicht hebben de Verenigde Staten overigens nog veel sterker aan gezag ingeboet dan de EU. Het Amerikaanse stemgedrag werd in 1997-8 gevolgd door 74 procent van de landen, nu nog maar door 30 procent.
Er zijn dus ruim veertig VN-lidstaten die niet langer met de EU meestemmen. Daaronder zijn veel moslimlanden, maar ook landen in Azië, Latijns-Amerika en Afrika. Democratieën die de EU niet langer volgen zijn bijvoorbeeld Thailand, Botswana, Zuid-Afrika en Suriname. Zij stemmen nu vaker mee met Rusland en China, die zich verzetten tegen iedere aantasting van de soevereiniteit van lidstaten. Het vetorecht van China en Rusland zorgt er ook voor dat in de Veiligheidsraad resoluties tegen Burma of Zimbabwe er niet komen of worden verworpen. Alleen al dreigen voldoet vaak om een onderwerp van de agenda te halen.
De onderzoekers constateren overigens wel dat de EU als blok steeds hechter begint te worden. De duizend vergaderingen per jaar tussen EU-diplomaten onderling in New York alleen, blijken hun vruchten af te werpen. Maar die interne afstemming vermindert de energie die nodig is om anderen te overtuigen. Bovendien wordt de EU-landen vaak verweten dubbele standaarden te hebben, bijvoorbeeld door schendingen door de VS door de vingers te zien.
Er zijn wel kanttekeningen te plaatsen. Zo is niet iedere resolutie even belangrijk, en heeft de EU bijvoorbeeld wel veel steun gekregen bij een stemming over een moratorium op de doodstraf. Stemmen in de VN is verder bepaald niet de enige manier waarop een land of een groep landen zijn invloed kan uitoefenen.
Maar de VN, vinden de Europese landen, is de organisatie bij uitstek die grote mondiale problemen te lijf kan gaan en het gedrag van landen kan binden aan stevige regels. Mede daarom stoppen EU-lidstaten vele miljarden in VN-organisaties als Unicef of het UNDP. De daling van invloed binnen de VN holt volgens de onderzoekers die strategie van de EU-landen uit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.