*

 

De aarde trekt het niet meer

Joep Engels − 11/12/08, 00:00

De ecologische voetafdruk geeft een indicatie van de toestand van de aarde. En die ziet er niet best uit. Niet de klimaatverandering is het probleem, het is de voedselproductie die de grootste gevolgen heeft voor natuur en milieu.

  • Bij het handen wassen spoelt de wc automatisch door. (Trouw)
  • Geen onnodig druk- en papierwerk in de bus. (Trouw)
  • (Trouw)
  • Het dichtgetimmerde trapgat bespaart warmte. (Trouw)
  • (Trouw)
  • (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Het gebeurde ergens in 1987. Niemand schrok op destijds, maar zo’n 21 jaar geleden hebben we met zijn allen een grens overschreden. Een grens met meer dan symbolische betekenis: sindsdien verbruikt de mensheid meer natuurlijke hulpbronnen dan de aarde oplevert. We leven al meer dan twee decennia op de pof.

Dat de exacte datum niet bekend is, komt doordat het een reconstructie is. Pas in 1992 schrijft de Canadese bioloog William Rees voor het eerst over het concept dat dit roofgedrag beschrijft: de ecologische voetafdruk. Samen met zijn promovendus Mathis Wackernagel berekent Rees hoeveel vierkante meter elke wereldburger nodig heeft. Ze tellen al die lapjes grond bij elkaar op en ontdekken dat de aarde te klein is geworden. In 1960 lag de helft van Gods akkers bij wijze van spreken nog braak, inmiddels plunderen we al een tijdje de voorraadkasten.

We doen nu net of we 1,3 aardbollen hebben, berekende het Wereld Natuur Fonds dit najaar. En die overvraging komt volgens het WNF vooral op het conto van de rijke, westerse landen. Terwijl er voor ieder mens 2,1 hectare beschikbaar is, legt de gemiddelde Amerikaan beslag op 9,4 hectare, precies het dubbele van wat een een lid van de EU nodig heeft. De Nederlander zit daar met 4,0 hectare weer net iets onder.

Dit kan zo niet langer, zegt Jan Juffermans, medewerker van De Kleine Aarde in Boxtel, die de ecologische voetafdruk in Nederland introduceerde. „We zullen onze voetafdruk moeten verkleinen. Ik zie het zelfs als een fundamenteel mensenrecht. Mensen uit arme landen hebben, evenals toekomstige generaties, recht op een eerlijk aandeel in de aardse rijkdommen.”

De boodschap van de ecologische voetafdruk is volgens Juffermans hard en niet te miskennen. „Niemand kan later zeggen dat hij of zij niet heeft geweten wat er nu aan de hand is.” Hij omarmt het concept omdat het zo helder is. Voor het publiek dat in één oogopslag ziet wat er fout gaat. Voor beleidsmakers omdat het onvermoede milieuzondes boven water haalt. „Toen de stad Londen haar ecologische voetafdruk in kaart bracht, ontdekte ze dat voeding een groot aandeel had. Het merendeel werd van heinde en verre aangevoerd. Men is toen de regionale landbouw gaan stimuleren.”

Niet iedereen is zo enthousiast. Veel milieuwetenschappers vinden dat Rees en Wackernagel met hun voetafdruk onvergelijkbare zaken onder één noemer brengen. De twee rekenen namelijk alle consumptie om naar landgebruik. Niet alleen de akkers voor voeding en de weilanden voor het vee (en de akkers voor het veevoer), maar ook visgronden en bossen (voor hout en papier), huizen en wegen. Zelfs het energiegebruik krijgt een plaats in het model. De CO2 die wij uitstoten, wordt omgerekend naar vierkante meters bos die het weer moet opnemen.

Andere vormen van milieubelasting zitten er weer niet in. Vervuiling of verzuring bijvoorbeeld. Radioactief afval ook niet, waardoor kernenergie maar een heel kleine voetafdruk heeft. Bovendien krijgt door deze rekenwijze de duurzame landbouw – die meer oppervlakte vergt – een grotere voetafdruk. Komen steden per definitie slecht uit de bus – omdat ze hun achterland niet mee mogen rekenen. En lijkt handel helemaal taboe – hoe minder je met de spullen sleept, hoe kleiner de voetafdruk – en dat is voor milieueconomen onverteerbaar.

Er zit nóg een tegenstrijdigheid in, zegt Henk Moll, hoogleraar milieukunde in Groningen. „Op zich is het zinnig om al het landgebruik bij elkaar op te tellen. Het is ook zinnig om alle energieconsumptie bijeen te nemen. Maar als je die twee samenvoegt, krijg je een paradox: als we al twintig jaar boven onze stand leven, waarom gebeurt er dan niks?”

Het probleem zit hem in die bossen die de CO2-uitstoot moeten opslaan, legt hij uit. „Die bossen zijn puur hypothetisch. We leggen ze helemaal niet aan, we pompen de CO2 gewoon de atmosfeer in. Je merkt het aan de discussie over biobrandstoffen. Die verlagen de CO2-uitstoot, maar verdringen de landbouw. Die botsing wordt in de ecologische voetafdruk weggemoffeld. Daarom moet je ze uit elkaar halen.”

Maar als je de CO2-druk uit de voetafdruk haalt, past het totale landgebruik van de mensheid weer op één aarde. Maar ja, we willen niet de hele wereld bebouwen. Als er een beetje ongerepte natuur overblijft, zou dat aardig zijn. Moll: „We leven hoe dan ook boven onze stand. En we lopen tegen de grens aan.”

Precies, zegt Harry Aiking van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit. „De ecologische voetafdruk geeft een indicatie van de toestand van de aarde. Het is een model, een vereenvoudiging van de werkelijkheid, waarin een aantal aannames zit en waarin niet alle factoren zijn meegenomen. Net zoals het bruto nationaal product ook geen zuivere afspiegeling is van alle facetten van de economie.”

Zeker als vergelijkende methode heeft de voetafdruk zijn waarde. Aiking: „We zien nu al dat onze activiteiten het milieu en de natuur onder druk zetten. In vijftig jaar tijd is onze vleesconsumptie vervijfvoudigd en hebben we de wereldzeeën zo goed als leeg gevist. Intussen neemt de biodiversiteit af, raken de hulpbronnen op, wordt drinkwater schaars. In 2050 zijn er naar verwachting negen miljard mensen en is de gemiddelde welvaart met nog eens 40 procent gestegen. De voetafdruk geeft aan dat de aarde het niet gaat trekken als we zo doorgaan.”

Lange tijd had de natuur een rem gezet op de menselijke expansie. De hoeveelheid stikstof was de beperkende factor in de voedselkringloop en hield de wereldbevolking onder een maximum van drie miljard. Totdat de mens leerde op grote schaal stikstof uit de lucht te binden en te gebruiken als kunstmest. Het oude maximum werd eind jaren vijftig overschreden en nog net voor de millenniumwisseling verdubbeld.

Op zich hoeft het gebruik van kunstmest niet zo erg te zijn, ware het niet dat we er nogal kwistig mee rondstrooien. De helft wordt niet door de gewassen opgenomen en verspreidt zich vervolgens als ammoniakgas binnen twee weken over de wereldbol. Tal van ecosystemen kunnen deze overbemesting niet aan en verdwijnen.

In vergelijking hiermee is de klimaatverandering eigenlijk niet zo’n groot probleem, vindt Aiking. Dat is iets van de lange termijn en nu de wereld het probleem begint te erkennen, zullen er ook wel oplossingen komen, verwacht hij. „We verhogen de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer met minder dan één procent per jaar. Door het gebruik van kunstmest hebben we de natuurlijke stikstofcyclus meer dan verdubbeld.”

Het is symptomatisch voor onze voedselproductie, de menselijke activiteit met de grootste gevolgen voor natuur en milieu. Aiking: „Neem drinkwater. De aarde is rijk aan water, maar schoon, zoet water is schaars. Driekwart van wat we gebruiken gaat op aan de landbouw. We tappen zo veel af van de natuurlijke kringloop dat we steeds meer grondwater moeten gebruiken. En ook dat raakt op.”

Hij noemt Shanghai als voorbeeld. De stad ligt aan de monding van de Jangtse, een van de grootste rivieren ter wereld. Maar de Jangtse is zo vervuild dat Shanghai er geen drinkwater uit kan halen en is aangewezen op grondwater. Het peil daarvan zakt tien meter per jaar. „Om de haverklap verzakken in Shanghai flatgebouwen omdat de bodem onder hun fundamenten verdwijnt.”

Ook dichter bij huis gaat het mis. In Griekenland tappen de boeren zoveel grondwater voor hun olijf- en wijngaarden dat het peil zakt en de bomen verdrogen. „Die bosbranden van de laatste jaren zijn geen toeval”, zegt AIking. „Het is het logische gevolg van de manier waarop wij landbouw bedrijven. We zullen zuiniger met onze hulpbronnen moeten omgaan en met zijn negen miljard onze consumptie moeten bijstellen.”

Het gekke is: Nederland merkt van dit alles nauwelijks iets. We denken dat we een doorsnee landje bevolken maar in feite verkeren we in een unieke positie. Door onze gunstige ligging hebben we zelf weinig last van de klimaatverandering. Hooguit moeten we onze dijken verhogen, maar dat kunnen we wel betalen. Voorts is er hier voldoende zoet water en hebben we nooit echt in onze consumptie hoeven voorzien: we dreven altijd al op de handel. Aiking: „We beseffen het niet, maar wij Nederlanders zijn de bofkonten van de wereld.”

Die opmerking voert terug naar Jan Juffermans en zijn mondiale voetafdruk. Het grootste deel van het land dat wij nodig hebben en de hulpbronnen die wij gebruiken, ligt ver buiten onze grenzen: „Sinds we de wereldzeeën overvaren, zien we niet meer waar we onze benodigdheden vandaan halen en wat we elders aanrichten. De voetafdruk laat dat duidelijk wel zien en benadrukt de centrale vraag van deze tijd: hoe verdelen wij de schaarste?”

mailIcon print |