*

 

Groen, groener, groenst: Arnhem

Onno Havermans − 01/11/08, 00:00

‘Haagje van het oosten’ verrast met een ruige natuurspeelplaats in de nieuwe uiterwaard.

  • (\N)
  • (\N)

Arnhem is onlangs uitgeroepen tot groenste stad van Nederland. Ja kunst. Arnhem ligt op een stuwwal aan de Rijn, met nationaal park De Hoge Veluwe als achtertuin en door adellijke families aangelegde landschapsparken als Sonsbeek en Angerenstein, die tot aan het centrum van de stad reiken. Hoe kon nummer twee in de verkiezing, Boxtel, daar nou tegenop? Ook hartstikke groen hoor, maar Boxtel is niet eens een stad.

Niet toevallig koos de gegoede Hollandse en Gelderse burgerij Arnhem begin negentiende eeuw uit als vestigingsplaats. Aan het begin van de industrialisatie bood Arnhem niet alleen gunstige omstandigheden zoals stromend water, een goede bereikbaarheid en goedkope arbeidskrachten, maar ook een aantrekkelijke omgeving voor de heren fabrikanten en hun families, wat de stad de bijnaam ‘Haagje van het oosten’ bezorgde.

Maar daarmee doen we Arnhem te kort. In de nationale groencompetitie van Entente Florale gaat het immers vooral om wat een gemeente doet om haar inwoners en bezoekers te voorzien van gezond en ontstressend groen. Onderhoud van parken en vijvers, plaatsen van bloembakken, stimuleren van bloeiende tuinen, oppeppen van bedrijfsterreinen, toegang tot het buitengebied en recreatieve voorzieningen. En daarin doet Arnhem het volgens de jury hartstikke goed.

Zo oogst Arnhem waardering voor de wandel- en fietsroutes door en rondom de stad. Dit najaar bracht de stad, samen met het regionaal bureau voor toerisme, een goedkoop gidsje uit, met vijf wandelingen en een korte fietstocht om de stad van diverse kanten te verkennen.

’Ontdek Arnhem!’ voert wandelaars langs modewinkels en -werkplaatsen, langs herinneringen aan de Slag om Arnhem, architectonische juweeltjes, verborgen tuinen en uitgestrekte parken, allemaal in het oude noordelijke deel van de stad.

Alleen de fietsers steken de Rijn over, naar het snelgroeiende Arnhem-Zuid. Terugkijkend vanaf de Nelson Mandelabrug, wordt meteen duidelijk waarom het stadsbestuur, ondanks een mislukte volksraadpleging, een nieuwe haven wil aanleggen. Arnhem is ontstaan langs de overs van de St. Jansbeek, in feite met de rug naar de rivier. Door de uitbreiding naar het zuiden, ligt de Nederrijn inmiddels midden in de stad, maar vooralsnog biedt de kade een armetierige indruk.

Aan de andere kant van het water is dat juist een voordeel. Buurtschap De Praets ademt een landelijke sfeer en vormt een passende overgang naar het uiterwaardenpark Meinerswijk, de groene long tussen beide Arnhemse helften.

Sporen van de baksteenindustrie zijn nog goed zichtbaar, het fort dat hier ooit de Romeinse grens afbakende helaas niet. Wel een doorlaatwerk van de IJssellinie, een vogelkijkhuis en, als je geluk hebt, een Konikspaard of Gallowayrund, die hier voor het onderhoud zorgen, sinds de natuur er vrij spel heeft gekregen. De moeite waard om even voor af te stappen.

Vervolgens via het doorlaatwerk naar de Drielse dijk, die later overgaat in de Huissense dijk, en die we bijna de hele route volgen, langs kolken als gevolg van een doorbraak in vroeger tijden, parken en nieuwbouwwijken.

Bij Elden passeren we bijna ongemerkt de Gelredome: wat een contrast met het witte Bonifatiuskerkje aan de andere kant van de dijk. Kort voor Huissen staat stadsboerderij De Korenmaat.

De grootste attractie volgt na het keerpunt bij Huissen, als we onder de Sacharovbrug door terugfietsen richting Nelson Mandelabrug, over een in 2001 verlegde dijk. Staatsbosbeheer ontwikkelde hier vier jaar geleden de eerste ’natuurspeeluiterwaard’. In De Bakenhof, die door koeien wordt begraasd, kunnen kinderen ouderwets ravotten, klauteren, dammen en bruggen bouwen. Kijk, dat maakt Arnhem nou echt groener en die uitverkiezing meer dan waard.

mailIcon print |