Voor de ijsbeer is het natuurlijk afschuwelijk dat hij in sneltreinvaart zijn leefgebied kwijtraakt. Maar voor ons brengt de opwarming van de aarde de ene verrassing na de andere. Wie had pakweg tien jaar geleden durven dromen dat er een dag zou komen waarop er subtropische bomen in onze tuin zouden staan? En we ’s winters vanuit ons keukenraam zouden uitkijken op vijgen, palmen en olijven?
Met name de olijfboom is populair in ons hoge noorden. Het zou me niet verbazen als blijkt dat vooral vrouwen ervoor vallen. Want zeg nou zelf: als je in het tuincentrum zo’n kromgetrokken boom ziet met zijn knoestige stam, zijn zilvergrijze blaadjes en verwarde kroon, is het dan niet net alsof hij mummelt: „Wil je me alsjeblieft meenemen en een onbezorgde oude dag bezorgen?”
Een boom die mantelzorggevoelens oproept, het moet toch niet gekker worden.
Maar goed, stel dat je bent bezweken voor die honderdjarige schat van vierhonderd kilo. Je hebt er een vermogen voor betaald en nu staat hij in je tuin, die in een keer een allure van jewelste heeft gekregen.
En dan gaat het vriezen...
De verkoper in het tuincentrum heeft je verzekerd dat de olijfboom gegarandeerd winterhard is. Dat moet hij ook wel zijn, want als hij eenmaal in de tuin of op het terras staat, krijg je hem met geen tien paarden van z’n plek. Laat staan de trap op naar de zolder of slaapkamer, waar kuipplantjes gewoonlijk de winter doorbrengen.
Maar hoeveel winter kan de Olea europaea eigenlijk aan? Dat hangt om te beginnen af van de plek waar hij is opgegroeid. Een olijf uit de Spaanse Pyreneeën is gewend aan vrieskou, die uit Zuid-Italië of Griekenland niet. Bij de aankoop is het dus handig om te letten op het land van herkomst.
Belangrijk is verder de plaats waar de boom komt te staan. Olijfbomen kunnen 10 graden vorst hebben, maar bij aanhoudende strenge vorst of harde wind krijgen ze het moeilijk. Ze hebben een hekel aan een combinatie van kou en natte voeten, en staan daarom het liefst op een beschutte plek in de volle zon en in goed doorlatende grond, zodat het overtollige water weg kan.
Gaat het harder vriezen dan 10 graden, dan moeten er hulpmiddelen aan te pas komen. Kleine boompjes kunnen dan naar binnen, grote worden ingepakt met rietmatten of vliesdoek. Liever niet met jutedoek, zoals je weleens leest, want dat wordt nat en daar houdt de boom niet van.
Ook de leeftijd van de boom speelt een rol bij zijn vorstbestendigheid. Hoe groter hij is, hoe beter hij tegen kou kan. Al is het, als het lang achter elkaar streng blijft vriezen, ook bij oude exemplaren aan te raden de kluit te bedekken met stro of noppenfolie. En ondertussen te duimen op snelle dooi of een goede afloop.
Ben je van plan je olijfboom binnenshuis te laten overwinteren, zet hem dan op een lichte en vooral koele plek, anders vormt hij geen knoppen. Water hoeft hij pas te hebben als de kluit wat is ingedroogd.
Nu wilt u natuurlijk ook nog weten wanneer u olijven kunt plukken van uw eigen boom. Na een jaar of zes komen de vruchten op gang, maar pas na twintig jaar is de boom op z’n vruchtbaarst. Overigens houdt hij dat dan wel 150 jaar vol.
Van de potjes in de winkel weten we dat er groene en zwarte olijven zijn. Dat heeft niet te maken met het soort, maar met het moment van oogsten. De groene worden geplukt als ze onrijp zijn, de zwarte als ze rijp zijn. Denk niet dat vers geplukte olijven net zo smaken als die uit een potje. Ze zijn bitter, en worden pas lekker na een speciale behandeling.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.