Particulieren negeren het ’verplichte’ energielabel voor huizen. Labelbedrijvenrekenden op een gouden markt, maar tientallen hebben nauwelijks werk.
Acht aanvragen per maand. Dat is het schrale aantal opdrachten dat het labelbedrijf Energie Keurmerk Wonen (EKW) in Geleen binnenkrijgt voor het opstellen van een energielabel.
Terwijl directeur Iwan Jorissen erop had gerekend dat zijn 180 in te schakelen inspecteurs, speciaal opgeleid om de energiezuinigheid van huizen op te nemen, handen tekort zouden komen. „Toen het verplichte energielabel werd aangekondigd, hebben we zwaar geïnvesteerd in een landelijke dekking”, vertelt Jorissen. „Maar in januari 2008 hadden we slechts 145 opdrachten, door alle negatieve publiciteit. En het ging alleen maar bergafwaarts.”
Het energielabel voor huizen ligt vanaf de invoering onder vuur, met de Vereniging Eigen Huis als gezaghebbende scherpschutter, die tot een boycot opriep. Het vaststellen van de zuinigheidsklasse (A t/m G), ook bekend van huishoudelijk apparatuur en auto’s, was niet in orde. Keuring gebeurt niet door de overheid zelf, maar door gecertificeerde adviseurs, zoals die van EKW. Uit steekproeven bleek dat controleurs bij hetzelfde huis tot een heel andere conclusie kwamen. Via een landelijk examen voor controleur is dat verbeterd, andere problemen bleven bestaan.
Makelaars, die zouden moeten aandringen op een energielabel, werken in de praktijk niet mee. Notarissen hebben een controlerende functie, maar ook zij vinden het in de praktijk prima als een label niet is aangevraagd. Het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer (Vrom) belooft vanaf januari beterschap, maar het grootste pijnpunt blijft in stand: het ministerie wil geen boete opleggen als iemand het ’verplichte’ label niet aanvraagt. Daardoor laten particulieren het label, dat gemiddeld 150 euro kost, massaal links liggen.
Van de honderdduizenden labels die tot nu toe zijn uitgegeven, is 80 procent voor huurwoningen van woningbouwcorporaties, vaak in één klap voor hele wijken.
„De bedrijven die werken voor corporaties doen goede zaken, maar wij zitten zonder opdrachten”, zegt Jorissen. „Wij moeten het hebben van particulieren die bij ons aankloppen. Ik had gerekend op een groei naar 5500 labels per maand en een marktleidende plek voor EKW. In plaats daarvan dreigt nu ons failliet.”
Uit een steekproef van Trouw uit de lijst van 350 gecertificeerde bedrijven die Vrom als ’labelaar’ aanraadt, blijkt dat het probleem branchebreed speelt. Tien willekeurig benaderde labelaars bevestigen hun ongenoegen over het uitblijven van opdrachten. „De afgelopen maanden is de markt ingestort”, zegt Ron Geurts, directeur van het Amsterdamse Energielabel Holland. „Voor ons heeft de handel nooit overgehouden, omdat makelaars en notarissen van meet af aan zeiden: laat maar zitten, dat label. Wij krijgen nu één opdracht in de week.”
Daardoor dreigt voor Energielabel Holland nog geen faillissement, omdat het onderdeel is van een groter installatiebedrijf. Geurts: „Maar voor de kleinere zaken, die het puur moeten hebben van particuliere aanvragen, is het huilen met de pet op.”
In een reactie zegt Vrom-woordvoerster Karin Donk niet onder de indruk te zijn van kleinschalig onderzoek. „Een landelijke conclusie trekken is overdreven. Wij zijn tevreden met het aantal labels. Met een nieuwe campagne in januari willen we meer particulieren overtuigen dat het goed is voor hun eigen portemonnee.” Over een sanctiemaatregel wordt volgens Donk in Europees verband gesproken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.